Home » Artikelen » Waar gaat het nu uiteindelijk om in de geneeskunde

"Waar gaat het nu uiteindelijk om in de geneeskunde?"

Door:

Frank van Kolfschooten

"Waar gaat het nu uiteindelijk om in de geneeskunde?" Frank van Kolfschooten sprak met een bevlogen kinderarts die open staat voor alternatieven.

Kinderarts Arine Vlieger (39) was eind jaren '90 in het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis bezig met promotieonderzoek in de kinderimmunologie. Daar had ze onder meer te maken met kinderen die beenmergtransplantaties kregen.

Vlieger: "In die periode begon het me te fascineren dat er veel meer factoren een rol spelen bij ziekte en ziektebeleving dan het ziektebeeld zelf. Ik realiseerde me toen pas goed hoe groot de invloed van psychische en emotionele processen op het lichaam is. Ook zag ik dat de reguliere geneeskunde zijn grenzen heeft."

"Er zijn zoveel ziekten die we niet adequaat kunnen behandelen, zoveel patiënten die met klachten blijven zitten, dat ik me verder wilde verdiepen in complementaire behandelwijzen. Maar dat was niet te combineren met mijn baan. Ik heb toen ontslag genomen en heb anderhalf jaar trainingen en cursussen gevolgd, boeken gelezen en vele mensen gesproken."

Anders naar kinderen kijken

"Daarna ben ik als kinderarts gaan waarnemen in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Ik voelde me meteen weer op mijn plek in het ziekenhuis, daar hoor ik gewoon, en ik ben er niet meer weggegaan. Maar intussen had ik wel geleerd om anders naar kinderen te kijken. Daarvóór was ik een echte boekendokter; ik deed alles precies zoals ik het geleerd had."

"Ik werk nog steeds als een reguliere kinderarts, maar ik heb er een stukje van mezelf aan kunnen toevoegen met complementaire geneeswijzen. Daarbij heb ik me vooral gericht op de hypnose, waarvoor ik onder meer een opleiding heb gevolgd bij de Amerikaanse vereniging van kinderartsen. Ik zet hypnose in voor allerlei klachten waarbij reguliere behandelingen hebben gefaald, variërend van bedplassers tot kinderen met diabetes die bang zijn om zichzelf te prikken, en kinderen met hoofdpijn of chronische buikpijn."

Geen circus-act

"Er is niets geheimzinnigs aan hypnose, het is geen circus-act. Ik doe de behandeling in de spreekkamer of in mijn eigen kamer in het ziekenhuis. Het is een techniek waarbij je kinderen kunt leren om met behulp van suggesties, gegeven tijdens een zekere mate van trance, hun pijnbeleving of andere lichamelijke klachten te beïnvloeden."

"Om een goede hypnose te doen, moet je zelf een zekere rust uitstralen en dat is wel eens lastig aan het eind van een superdrukke dag. Ik probeer de behandelingen daarom goed af te bakenen in mijn agenda. Handiger zou het zijn als de kinderpsycholoog in het ziekenhuis de langduriger hypnose-behandelingen van mij zou overnemen en dat ik het zelf bijvoorbeeld alleen gebruik als een kind wat angstig is bij het prikken."

"Mijn streven is om hypnose ingebed te krijgen in elke Nederlandse kindergeneeskundige praktijk. Ook verpleegkundigen zouden eenvoudige hypnotische technieken moeten leren gebruiken bij vervelende behandelingen, zoals het verwisselen van een verband of een infuus."

Wetenschappelijke basis

"Om hypnose beter geaccepteerd te krijgen in de artsenwereld, is het belangrijk dat de wetenschappelijke basis ervan versterkt wordt. Daar probeer ik zelf ook een bijdrage aan te leveren. Ik ben nauw betrokken bij een gerandomiseerde, gecontroleerde trial met hypnose bij kinderen met chronische buikklachten in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam."

"Ik hoop over enkele jaren te promoveren op het gebruik van hypnose en andere complementaire behandelwijzen. In het kader daarvan heb ik vorig jaar ouders van 600 kinderen die onze polikliniek bezochten, geënquêteerd, en daaruit bleek dat 30% van hen het jaar daarvoor een vorm van complementaire geneeskunde had geprobeerd."

"Het is dus onzinnig om je als kinderarts niet open te stellen voor zulke methoden als je weet dat ze door zoveel patiënten gebruikt worden. Je moet er wat mij betreft in elk geval naar informeren bij je patiënten, maar zelf ga ik verder en adviseer ouders ook op dat gebied.'

Het alternatieve veld

"Ik krijg ook wel eens kinderen doorverwezen via collega's waarbij de ouders hebben aangegeven dat ze het alternatieve veld in willen. Ik probeer dan samen met de ouders te kijken wat zinnig zou kunnen zijn, welke behandelingen bewezen effect hebben en welke niet."

"Zo blijf ik een soort gesprekspartner, terwijl ik toch heel nadrukkelijk de gangbare protocollen van de reguliere geneeskunde blijf volgen. Het is ondenkbaar dat ik ooit zou adviseren om geen chemotherapie te gebruiken bij een maligniteit. Maar als ouders mij vragen naar een ondersteunende behandeling naast de chemotherapie, dan wil ik graag met ze mee denken."

Toegevoegde waarde

"Er zijn behandelmethoden in de alternatieve hoek waarvan men zich absoluut moet onthouden, omdat ze alleen maar veel geld kosten, onveilig zijn, of interfereren met de reguliere behandelwijzen. Maar er zijn ook behandelwijzen waarvan ik denk dat ze een toegevoegde waarde kunnen hebben. Voor die mogelijkheden sta ik open. Wel probeer ik zoveel mogelijk door te verwijzen naar therapeuten die ook arts zijn."

"Ik zou uiteraard stoppen met dit soort doorverwijzingen als ik keer op keer te horen zou krijgen van ouders dat het niet geholpen heeft. Maar ik hoor geregeld tevreden geluiden."

Acupunctuur

"Om een voorbeeld te noemen: een tienermeisje dat al jarenlang last had van maagzuuroprispingen en eindeloos gezien was door kinderartsen en gastro-enterologen, bleef ook met maagzuurremmers klachten houden. Ze werd er helemaal gek van."

"Omdat ik wist dat acupunctuur kan helpen tegen misselijkheid bij chemotherapie of zwangerschap, heb ik haar toen gesuggereerd om eens acupunctuur te proberen, hoewel er voor die indicatie geen enkel wetenschappelijk bewijs is. Vier maanden later kwam ze weer bij me en waren haar klachten volledig verdwenen."

Homeopathie

"Bij homeopathie heb ik wel eens mijn twijfels, maar ook daar zie ik dat kinderen er soms baat bij hebben. Bijvoorbeeld een jongetje met langdurige buikklachten dat een half jaar later opgetogen terugkwam. Hij had drie korrels van de homeopaat gekregen en weg was zijn buikpijn."

"Ik kan me voorstellen dat daar een heel groot placebo-effect in heeft gezeten, maar andere artsen waren er toch niet in geslaagd om dat op te roepen en deze homeopathische arts wel. Waar gaat het nu uiteindelijk om in de geneeskunde?"

Frank van Kolfschooten

is wetenschapsjournalist, onder andere gespecialiseerd in medische onderwerpen. Het bovenstaande artikel verscheen eerder in Arts & auto.