Home » Artikelen » Wat doen pratende robots bij kinderen

Wat doen pratende robots bij kinderen?

Door:

Henk Boeke

Wat betekenen spraak-assistenten zoals Siri, Alexa, Google Home en Cortana voor Nederlandse kinderen?

In Amerika maken ze zich nogal druk over alles-weters zoals Alexa van Amazon, Google Home, en Cortana van Microsoft: gerobotiseerde spraak-assistenten die antwoord op allerlei vragen kunnen geven, zoals "Hoe ver is het van hier tot Peking?" of "Wat voor weer wordt het morgen?" Soms zitten ze in een speaker-boxje, zoals Alexa (die in het boxje 'Echo' zit), en soms is de robot geïntegreerd in het besturingssysteem, zoals Cortana in Windows 10, of Siri in de iPhone.

Wat betekent dat voor ons, en vooral: voor onze (Nederlandse) kinderen? Voorlopig nog niet zo veel. Omdat die robots – met uitzondering van Apple's Siri – nog geen Nederlands praten. Maar dat gaat natuurlijk wel komen. En wat dan?

De markt voor luisterende, begrijpende en terugpratende robots stijgt explosief. Van 1,7 miljoen stuks in 2015, tot ongeveer 25 miljoen dit jaar. En kinderen zijn er dol op, volgens een artikel in de Washington Post van 2 maart. (How millions of kids are being shaped by know-it-all voice assistants)

Toch wel iets om over na te denken. Dat gaan we hier dus doen.

Sociale vaardigheden en 'register'

In dat artikel in de Washington Post, dat op zich een goed overzicht van de problematiek geeft, wordt sterk de nadruk gelegd op het feit dat die pratende robots nog te weinig sociale vaardigheden bezitten, en daardoor een slecht voorbeeld voor kinderen zouden zijn. Ze geven bijvoorbeeld ook antwoord als je verzuimt om af te sluiten met "please", en ze gaan niet klagen als je geen "thank you" zegt.

Amerikanen maken zich daar zorgen over. Omdat ze dit soort beleefdheidsfrasen heel belangrijk vinden. En omdat ze vinden dat kinderen netjes met twee woorden moeten leren spreken. Dat zou een probleem van die robots zijn. Nog even afgezien van het feit dat wij in Nederland wat botter zijn, en iets minder waarde hechten aan dat soort beleefdheidsfrasen, zijn wij – als taalkundig geschoolde redactie van Ouders Online – minder bezorgd hierover.

Natuurlijk moeten kinderen netjes met twee woorden leren spreken. En respectvol met anderen leren omgaan. Maar dat de nogal rechtlijnige robot-communicatie dat in de weg zou staan, daar geloven we helemaal niets van.

Want wat kinderen leren van zo'n robot-conversatie, is dat die kennelijk volgens andere regels verloopt dan de conversatie met een mens van vlees en bloed. In taalkundig jargon heet dat 'register-wisseling'. Oftewel: dat je in verschillende situaties verschillend met elkaar praat (en verschillend met elkaar omgaat). Kinderen leren dat razendsnel. Die begrijpen dondersgoed dat ze tegen opa en oma anders moeten praten dan tegen hun ouders, of tegen vriendjes en vriendinnetjes.

U heeft dat zelf ook geleerd. Vandaar dat u zo kunt lachen om situaties waarin bewust het verkeerde register wordt toegepast, zoals in dat filmpje van Douwe Egberts met die twee bejaarde dames. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat uw eigen kinderen dat ook niet zouden leren.

"Hey! Ben je bitch niet!"

Informatievaardigheden

Waar dat artikel in de Washington Post nou weer niets over zegt, en wat wijzelf wel degelijk als probleem zien, is de misplaatste autoriteit die kinderen kunnen gaan toekennen aan zo'n pratende robot.

Bijvoorbeeld. Als je aan Alexa vraagt: "What is a question?" Dan krijg je als antwoord: "A linguistic expression used to make a request for information". ("Een taaluiting die gebruikt wordt om informatie te vragen.") Nog even afgezien van het – ongelukkige – feit dat dit nou niet bepaald een antwoord is op het niveau van kleine kinderen, waardoor ze er sowieso weinig van zullen begrijpen, is het antwoord domweg onjuist. Vraagzinnen zijn beslist niet altijd bedoeld om informatie te verkrijgen. Denk bijvoorbeeld aan "Mag ik het zout?" wat wel een vraag is, maar helemaal geen verzoek om informatie. (Als je "ja" zegt, en vervolgens niets doet, ontstaat er irritatie. En "nee" zeggen is al helemaal geen optie.) "Mag ik het zout?" is gewoon een nette manier om iemand aan te zetten tot handelen. Ook retorische vragen ("Zijn wij niet allen zondaars?") zijn natuurlijk niet bedoeld om informatie in te winnen, net zoals tal van andere soorten vragen.

Overigens doet Apple's Siri dit een stuk beter. Als je daaraan vraagt wat 'een vraag' is, krijg je als antwoord: "Een vraag is een zin die bedoeld is om informatie in te winnen, een verzoek te uiten of tot denken aan te zetten" (op basis van de Nederlandse Wikipedia, die wat dit betreft zeker niet slecht is.)

Op zich kun je een pratende robot natuurlijk best gebruiken om even wat op te zoeken, net zoals je iets kunt opzoeken in een woordenboek of een atlas maar dan sneller en handiger, mits je kinderen maar wel erbij leert wat de beperkingen ervan zijn. En dat de ene robot een beter antwoord kan geven dan de andere.

Hier lijkt dus een taak te liggen voor het onderwijs, in het kader van een vak als 'informatievaardigheden'. Wat ons betreft is dat vele malen belangrijker dan leren programmeren (dat andere vak uit de hutspot van '21e eeuwse vaardigheden').

Ook het stellen van de juiste vragen, op een manier die Alexa en consorten begrijpen, zal bij 'informatievaardigheden' (of eventueel 'computational thinking') aan de orde moeten komen. Want in de praktijk blijkt dat vaak mis te gaan. Alexa zegt nog maar al te vaak "I wasn't able to understand the question I heard...". En Siri zegt in zo'n geval: "Ik kan daar niet op ingaan..."

Oproep

Graag horen we hier uw eigen ervaringen. Gebruikt u dit soort spullen al, en hoe reageren uw kinderen daarop? Werkt het wel of werkt het niet? Vinden ze het leuk of stom? Is het een zegen of een vloek, of iets daar tussenin? Vertel!

Hieronder is ruimte voor uw reacties.

Henk Boeke

is redacteur van Ouders Online.

Reacties

Marijke

Ja hoor, doe nog maar een taak op het bordje van het onderwijs! Of zou het misschien handig zijn als scholen leerlingen goed leren lezen en schrijven, dan kunnen kinderen die vragen gewoon typen. Werkt ook.
Los daarvan: als je kinderen leert dat niemand de wijsheid in pacht heeft kom je ook al een eind. Als moeder van vlees en bloed zou ik misschien ook niet het 100% correcte antwoord uit mijn mouw weten te schudden als mijn kind wil weten wat een vraag is. Ik weet veel, maar niet alles. En dat geldt ook voor spraakassistenten.

Mijn pubers gebruiken Siri overigens niet als ze antwoorden willen, maar alleen als ze zich vervelen. (Siri, kun je beatboxen? Siri, wat is seks?)

Redactie Ouders...

Voorlopige conclusie (omdat er maar één reactie kwam): kennelijk speelt dit nog helemaal niet. Omdat de meeste voice-assistents alleen nog maar Engels spreken. Nederlandse kinderen zijn nog niet zo in de ban van dit soort producten als Amerikaanse kinderen.

We waren er dus weer eens te vroeg bij. Maar dat het binnenkort wel degelijk zal gaan spelen, staat buiten kijf. De ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) gaan op dit moment razendsnel, en de resultaten vinden meer en meer hun weg naar bruikbare producten.