Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

29 oktober 2004 door Justine Pardoen

Welke gegevens verhuizen er mee naar de brugklas?

Waarom is digitale gegevensoverdracht tussen scholen een probleem? En waarom moeten ouders zich daar zorgen over maken?

Digidoor is aan de schandpaal genageld en is inmiddels uit de lucht gehaald. Dat is een mooi resultaat, maar nog veel belangrijker is dat het onderwerp 'privacy in het onderwijs' onder de aandacht is gekomen van beleidsmakers, scholen en ouders. Want Almere is niet de enige stad waar men enthousiast aan het digitaliseren is geslagen. Het gebeurt overal. En dan is het goed als iedereen stilstaat bij de spelregels.

Op de vrolijke bijeenkomst in de Amsterdamse poptempel Paradiso, waar de Big Brother Awards werden uitgereikt, vatte professor Bart Jacobs (Universiteit van Nijmegen) de lering die we uit Digidoor kunnen trekken als volgt samen:

1. Foutieve gegevens kunnen vérgaande consequenties hebben. Dat ervoer de Amerikaanse senator Ted Kennedy, die meermalen de toegang tot een binnenlandse vlucht werd geweigerd, omdat hij door naamsverwisseling op een zwarte lijst was komen te staan.

De vraag is hoe je weer van zo'n zwarte lijst áfkomt. Kennedy moest hiervoor persoonlijk bellen naar Tom Ridge, de minister van binnenlandse veiligheid. Maar hoe gewone mensen, die geen contacten met hooggeplaatste personen hebben, zoiets moeten aanpakken, is volstrekt onduidelijk.

2. Misbruik van de opgeslagen gegevens is altijd een risico. Het basisprincipe luidt: hoe lager de drempel, hoe groter de kans op misbruik. Het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat politie-agenten die privé een tweedehands auto willen kopen, het betreffende kenteken eerst opzoeken bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), om zich een beeld te vormen van de historie van het voertuig.

3. De beveiliging van databanken is een serieus punt van zorg. Adequate beveiliging vraagt heden ten dage een hoge mate van professionaliteit en permanente zorg, zeker wanneer de gegevens toegankelijk zijn via het Internet. De systemen moeten up-to-date zijn en adequaat beveiligd zijn tegen de laatste virussen en wormen.

Bij Digidoor was de professionaliteit helaas ver te zoeken. Om de kosten te beperken had de gemeente Almere het systeem laten bouwen door studenten.

4. Door digitalisering kunnen gebeurtenissen uit de directe levenssfeer een oncontroleerbaar eigen leven gaan leiden. Er is een groot verschil tussen een aantekening in de persoonlijke agenda van een schooljuf over het driftige gedrag van een kind, met daarbij de opmerking dat er geruchten zijn over een mogelijke scheiding thuis, en een notitie hierover in een elektronisch leerling-volgsysteem dat door verschillende partijen over langere termijn toegankelijk is.

5. Databanken zijn relatief gemakkelijk aan elkaar te koppelen. Vervolgens kunnen er via de techniek van data-mining vérgaande conclusies getrokken worden. Lees: té ver gaande conclusies, die schadelijk kunnen zijn voor de betrokkenen.

Stel, je hebt in een vliegtuig wel eens een (Islamitische) halal maaltijd gevraagd, je houdt van duiken, je hebt een baard, je was wel eens driftig en opstandig op de kleuterschool en je kent iemand uit Pakistan. Dan vormt dit alles tezamen mogelijk voldoende informatie om je op een zwarte lijst te plaatsen.

Risico's

Met de toekenning van de Big Brother Award aan Digidoor wilde de jury nog eens expliciet op dit soort risico's wijzen.

Gelukkig bestaan er in ons land duidelijke regels van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) over de opslag van gevoelige gegevens, waardoor de risico's geminimaliseerd zouden moeten worden. Maar het probleem is nu juist dat de projectleiding van Digidoor zich niets van dit College heeft aangetrokken. Er bestaat althans geen correspondentie waaruit dat blijkt.

Jury-lid Jacobs: "Wij gaan er niet van uit dat de mensen achter Digidoor moedwillig hebben geprobeerd om niet aan de regels te voldoen. Wij menen echter wel dat hier sprake is van naïeviteit, of zelfs onnozelheid, als het gaat om technische beveiliging, als het gaat om het reguleren van het recht op toegang en correctie van de opgeslagen gegevens. Regels alleen zijn niet voldoende: bewustzijn van de gevoeligheid van de materie is absoluut noodzakelijk. Daar heeft het bij Digidoor duidelijk aan ontbroken."

En nu?

Het is goed als ouders een gezond wantrouwen ontwikkelen. Dat ze kritische vragen formuleren en dat ze opkomen voor hun rechten. Veel ouders denken dat de school het als een motie van wantrouwen ziet wanneer ze vragen om inzage in de gegevens die een school verzameld heeft en doorgeeft aan een middelbare school. Dat moet veranderen.

Of, zoals een ouder mij toevertrouwde: "Ouders zijn geneigd de grote, warme overdrachtshand van de school beet te pakken en erop te vertrouwen dat men, als men braaf is, beloond zal worden met goed onderwijs en open communicatie. Maar zo werkt het niet. Ouders, zowel vaders als moeders, moeten van het kleine-meisjes syndroom af..."

Scholen moeten het ook als vanzelfsprekend gaan beschouwen dat ouders willen weten welke gegevens met derden gedeeld worden en waarom. En als ouders volgens de wet op initiatief van de school geïnformeerd moeten worden, moet een school niet wachten tot de ouders daar zelf om vragen, of aankomen met de smoes dat ouders zo slecht te bereiken zijn.

ELKK

Tot onze grote verbazing gebeurt dat namelijk. Dat bleek toen een ouder vragen stelde aan de eigenaar van het ELKK, oftewel het 'Elektronisch Loket Kernprocedure & Keuzegids' van de gemeente Amsterdam. Het ELKK-systeem maakt onder andere gebruik van gegevens uit het LAS (leerling-administratiesysteem) en is bereikbaar via het zogenaamde ELKWeb.

De eigenaar van het ELKK, aan wie de vragen gesteld werden, is de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam. Dat is belangrijk om te weten, omdat de eigenaar, in dit geval een gemeentelijke dienst, verantwoordelijk en dus aanspreekbaar is. Met andere woorden: waar vroeger de ouders rechtstreeks met de school konden praten over de gegevens die de school bijhield, is het nu zo dat je je zou moeten wenden tot een gemeentelijke dienst. Zélfs als je kind op een bijzondere school zit, waar de gemeente in principe niets mee te maken heeft.

Eén van de vragen die deze ouder stelde, luidde als volgt: "Welke gegevens worden er nu eigenlijk verzameld?" Het ELKK wilde het niet zeggen.

Totaal onduidelijk

In de zogenaamde Kernprocedure zijn in Amsterdam afspraken tussen scholen vastgelegd over de aanmelding en inschrijving van leerlingen van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Afspraken over de gegevens-overdracht staan daar helaas niet in.

Ouders doen dus niet mee. Ze worden niet op de hoogte gebracht van het bestaan van het ELKK en zij krijgen in principe geen inzage in het ELKK. Zij kunnen dus niet nagaan wat er gebeurt, ze hebben geen mogelijkheden om gegevens te controleren laat staan te corrigeren. Hiermee wordt het recht van ouders niet gehonoreerd.

De reden daarvoor is, volgens Kees Waijenberg, projectleider van het ELKK, dat er "nauwelijks goede communicatiekanalen zijn met ouders, afgezien van het plaatsen van een advertentie". Alsof de scholen niet zouden weten waar de ouders van de betrokken leerlingen wonen...

Geen afspraken

Het ELKK is wel aangemeld bij het CBP, maar nog niet geregistreerd. Er is ook nog veel niet geregeld. Ouders zijn niet ingelicht en ook over het verzamelen en bewaren van de gegevens zijn geen afspraken gemaakt. Ook over de bewaartermijn "wordt nog gesproken" zegt de projectleider.

Het gekke is dat de wet daar heel duidelijk over is: de gegevens die de basisschool levert, mogen niet langer dan twee jaar bewaard worden nadat een leerling de school verlaten heeft. Maar ja, als die gegevens eenmaal in het ELKK zitten, kunnen die basisscholen er helemaal niets meer mee.

Wat is het verschil met een papieren formulier?

Gezagsdragers herhalen voortdurend dat er geen enkel verschil is tussen de traditionele gegevensoverdracht – met papieren formulieren – en digitale gegevensoverdracht. De makers van Digidoor vonden daarin zelfs een argument om de bezorgde ouders als een stel digifoben weg te zetten. Ook de projectleider van ELKK ziet geen verschil. En de Almeerse wethouder van Onderwijs herhaalde dit standpunt nog eens in een interview op een lokale radiozender.

Toch is er een wezenlijk verschil. Of beter: er zijn minstens vijf wezenlijke verschillen. Daarom herhalen we nog eens de vijf kernpunten uit het jury-rapport van de Big Brother Awards:

1. Foutieve gegevens kunnen vérgaande consequenties hebben (fouten in digitale gegevensbestanden zijn ingrijpender dan fouten in formulieren);

2. Misbruik van de opgeslagen gegevens is altijd een risico (misbruik van digitale gegevens is makkelijker dan misbruik van formulieren);

3. De beveiliging van databanken is een serieus punt van zorg (het beveiligen van een databank is moeilijker dan het beveiligen van een formulier);

4. Door digitalisering kunnen gebeurtenissen uit de directe levenssfeer een oncontroleerbaar eigen leven gaan leiden (bij formulieren doet dit probleem zich helemaal niet voor);

5. Databanken zijn relatief gemakkelijk aan elkaar te koppelen (formulieren kunnen alleen fysiek gekoppeld worden, door middel van 'ruiters', maar dan moeten ze wel in dezelfde archiefkast zitten).

Het hierboven genoemde interview met de Almerense wethouder van Onderwijs maakt duidelijk dat er eigenlijk nog een zesde verschil is, namelijk de verantwoordelijkheid. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk? Wie is de eigenaar van de gegevens?

Voorheen was de overdracht van gegevens van de ene school naar de andere gewoon een zaak tussen de school (de school die de gegevens verstrekte) en de ouders. Maar nu is dat veel vager. Wie is er verantwoordelijk? Wie is de eigenaar van het gegevensbestand? Wie is er aanspreekbaar? De wethouder moest hierop het antwoord schuldig blijven. Ze had geen flauw idee.

Drempels weg, deuren open

In Amsterdam is het niet meer een zaak van ouders en scholen alleen, maar ook van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam. Daarmee is de drempel voor andere instanties om van deze gegevens gebruik te maken, een stuk lager geworden. En wat kán, gebeurt ook, vroeger of later. Dat leert de ervaring. En zeker wanneer afspraken en controle ontbreken. Daar weet professor Jacobs alles van, maar Digidoor en ELKK vinden deze zorg maar overdreven.

Miriam Lavell, de ouder die bij het College bescherming persoonsgegevens (CBP) een klacht heeft ingediend over Digidoor, zit bovenop ELKK: "Het is best mogelijk dat de gegevensoverdracht die met ELKK beoogd wordt voordelen heeft, maar alle voordelen hebben ook nadelen. Dat verschilt per individu. Ouders zijn de belangenbehartigers van hun kinderen en ook kinderen hebben rechten, als het gaat om het beheren van persoonlijke gegevens door anderen. Ze mogen op zijn minst weten wie er gegevens van ze beheert en waarom dan wel en wie er allemaal gebruik van kan maken. Bovendien hebben ze het recht om onder omstandigheden bepaald gegevensbeheer te weigeren of te corrigeren, als zij menen dat dat hun belang beter dient."

Met de rechten van ouders en leerlingen is in Almere geen rekening gehouden, zo bleek. Ook in Amsterdam ziet het er niet goed uit. En daarmee zijn we nog maar aan het begin van het alfabet...

Zelf doen

Wilt u hier zélf iets aan doen? Dan moet u niet te lang wachten, want door de Wet Onderwijsnummer zijn veel scholen nu hals over kop aan het digitaliseren.

Wilt u meer weten hierover, of heeft u behoefte aan hulp, stuur dan een mailtje naar [email protected].