Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

28 juni 2000 door Justine Pardoen

Zakgeldbeleid ouders verschilt enorm

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

Met de opvoeding in geld is het net als de opvoeding in seks. Je kunt het niet eindeloos uitstellen, anders kan het dramatisch mis gaan. Op het Forum van Ouders Online wil regelmatig iemand weten wanneer je begint met het geven van zakgeld en hoe hoog het bedrag moet zijn.

Een onderzoek onder lezers van Ouders Online in januari van dit jaar leerde dat de verschillen groot zijn. Sommige ouders geven hun driejarige al wekelijks een vast bedrag, andere beginnen er pas mee als hun kind twaalf is. De gemiddelde leeftijd is waarop een kind voor het eerst zakgeld krijgt, was zes jaar. Volgens het NIBUD is dat ook de meest geschikte leeftijd om ermee te beginnen. "Jonge kinderen hebben nog geen gevoel voor tijd en snappen dus ook niet wat sparen voor 'later' is. Kinderen van een jaar of zes hebben wat meer begrip van tijd en wachten", lezen we in de 'Geldwijzer -- kinderen tot 12 jaar'.



Voor het bepalen van de hoogte van het bedrag onstaan de meest willekeurige, maar effectieve rekenmethodes. Susanna: "Bij ons krijgen ze de helft van hun leeftijd per week aan zakgeld." Weer zijn de verschillen enorm: in het ene gezin moet een zevenjarige het doen met twee kwartjes per week waarvan ook nog de helft in de spaarpot moet. In het andere gezin toucheert een vierjarige al een paar tientjes per maand. De een mag alles versnoepen, de ander moet bijdragen aan de verlichting van het wereldleed. Paola: "Aan het eind van de maand geven ze mij allebei vijftien gulden als bijdrage aan ons Foster Parents kindje. Zo leren ze tegelijkertijd dat niet ieder kind het zo goed heeft als zij."

Over het algemeen zijn Nederlandse ouders opmerkelijk zuinig, zo bleek in 1998 uit een onderzoek van Cartoon Network. In de leeftijd van zes tot twaalf krijgt een kind gemiddeld een krappe twee gulden per week. Alleen in de landen van het voormalig Oostblok krijgen kinderen nog minder. Zweeds ouders zijn het royaalst: hun kinderen krijgen gemiddeld ƒ 4,50 per week.

Er zijn kinderen die hun zakgeld eerst moeten verdienen. Ria: "Ik ben ermee begonnen toen mijn zoon in groep 4 zat. Als hij de lege vuilcontainers in de tuin zette, kreeg hij twee kwartjes. Vergat hij het, dan kreeg hij niets." Anderen waarschuwen voor een negatief bijverschijnsel: een ouder kan daarmee zijn of haar eigen gezag ondermijnen. Marjet: "Het zoontje van mijn man krijgt voor elk karweitje geld van zijn moeder. Als ik hem vraag om even iets te doen of mij te helpen, dan heeft hij al snel zo'n houding van 'wat schuift het?'"

Soms gebruiken ouders het zakgeld als manier om te straffen. Stout geweest? Geen zakgeld. Maar het NIBUD houdt ouders voor dat zakgeld geen sanctie- of beloning zou moeten zijn als ze het geven van zakgeld willen gebruiken bij de financiële opvoeding.



Veel ouders zien het geven van zakgeld inderdaad vooral als een middel om kinderen de waarde van geld bij te brengen. Vronica: "Ik geef mijn dochter van zes ƒ 1,75 per week. Dat moet ze over drie spaarpotjes verdelen. Er gaat ƒ 1,25 in de beer waar ze niets uit mag halen. Dan een kwartje in het eendje, waarmee ze spaart voor cadeautjes voor mama, opa en oma. Het laatst kwartje gaat in de autobus. In dat potje zit geld dat ze zelf mag uitgeven. Ook de extraatjes van opa en oma gaan daarin." Ook Saskia geeft het geld in verschillende delen met verschillende bestemmingen: "Zo leren ze ook dat een gulden bestaat uit vier kwartjes."

Deze moeders vinden nu eenmaal dat ook zeer jonge kinderen moeten leren omgaan met geld, maar Annette is het daar niet mee eens: "Wat heeft een kind van zes daar nu werkelijk aan? Je kunt de waarde van dingen ook uitleggen. Je kunt ze toch vertellen dat niet alles zomaar gekocht kan worden en dat daar eerst hard voor gewerkt moet worden?" Ook Bregitta twijfelt: "Met geld leren omgaan is nogal ingewikkeld. Leren de waarde ervan inzien, leren sparen, leren prijzen te vergelijken, op kwaliteit leren letten en ook nog kiezen uit een enorm aanbod en de reclame leren trotseren. Je zult maar kind zijn en zakgeld krijgen en dat allemaal moeten leren in een keer."

Mickey leert haar vijfjarige dochter vooral dat je je geld maar een keer kunt uitgeven: "Ze mag ermee doen wat ze wil. Spijt van je uitgave? Dat is dan pech. Laatst heeft ze een bambi-knuffeltje van een tientje gekocht. Het kostte haar veel moeite om afstand van haar geld te doen voor dat diertje (waar ze in een ogenblik verliefd op was), maar ze bedacht dat je met je geld niet kunt knuffelen en met dat beestje wel. Dus hupla, daar gingen de spaarcenten."