Wat een AMH-waarde wel en niet over je vruchtbaarheid zegt

24 augustus 2026

Wat een AMH-waarde wel en niet over je vruchtbaarheid zegt

Steeds meer vrouwen laten hun AMH bepalen voordat ze aan een tweede of derde kind beginnen. De vraag erachter is begrijpelijk. Hoeveel tijd heb ik nog?

Het antwoord is genuanceerder dan de test suggereert. In een Amerikaans onderzoek werden 750 vrouwen tussen de 30 en 44 jaar gevolgd. Geen van hen had een vruchtbaarheidsprobleem in de voorgeschiedenis. Ze probeerden allemaal net zwanger te worden.

Vrouwen met een lage AMH-waarde werden even vaak zwanger als vrouwen met een normale waarde. Na zes cycli was dat 65 tegenover 62 procent. Na twaalf cycli 84 tegenover 75 procent (Steiner e.a., 2017).

Lees dat nog even. De groep met de "slechte" uitslag deed het niet slechter.

Wat AMH wel meet

AMH staat voor anti-Müllerhormoon. Het wordt gemaakt door de kleine follikels in je eierstokken. Hoe meer van die follikels je hebt, hoe hoger je waarde.

Het is dus een maat voor je voorraad. Het zegt iets over het aantal eicellen dat nog in de wachtkamer zit.

Wat het niet meet is de kwaliteit van die eicellen. En het is precies de kwaliteit die bepaalt of een zwangerschap ontstaat en doorzet. Leeftijd voorspelt dat beter dan welke waarde ook.

De getallen dalen, en dat hoort zo

De referentiewaarden voor AMH lopen per leeftijdsgroep af. Zo staan ze op de uitslag:

  • 25 tot 29 jaar: 1,2 tot 9,05 µg/l
  • 30 tot 34 jaar: 0,71 tot 7,59 µg/l
  • 35 tot 39 jaar: 0,41 tot 6,96 µg/l
  • 40 tot 44 jaar: 0,06 tot 4,44 µg/l

Kijk naar de breedte van die banden. Bij 30 tot 34 jaar zit er een factor tien tussen de onder- en bovengrens. Twee gezonde vrouwen van dezelfde leeftijd kunnen dus ver uit elkaar liggen en allebei normaal zijn.

Zo lees je ook wat een AMH-waarde eigenlijk beschrijft. Het is een bereik dat meeschuift met je leeftijd, geen rapportcijfer.

De ondergrens uit het Amerikaanse onderzoek lag op 0,7 ng/ml. Dat is dezelfde eenheid als µg/l. Bij vrouwen van 30 tot 34 valt die grens dus vrijwel samen met de onderkant van normaal.

Waar de waarde wel voor telt

Er is één situatie waarin AMH echt voorspellende waarde heeft. Dat is bij ivf.

Je eierstokken worden in zo'n traject gestimuleerd met hormonen. Hoeveel eicellen dat oplevert, hangt samen met je voorraad. Een lage AMH voorspelt dan een magere oogst, en artsen passen de dosering daarop aan.

Dat is iets anders dan voorspellen of je op eigen kracht zwanger wordt. Dezelfde waarde beantwoordt de ene vraag wel en de andere niet. Daarom zit AMH standaard in het bloedonderzoek dat bij een ivf-traject hoort. Dat panel bevat ook FSH, oestradiol en je schildklierwaarden.

Twee dingen die je uitslag scheeftrekken

Het eerste is de pil. Gecombineerde hormonale anticonceptie verlaagt je AMH. Meet je terwijl je hem slikt, dan kan de waarde lager uitvallen dan hij werkelijk is.

Het tweede is de aanname dat je op een bepaalde dag moet prikken. Dat hoeft bij AMH niet. Anders dan FSH of oestradiol is AMH cyclusonafhankelijk en mag hij op elke dag worden bepaald.

Referentiewaarden verschillen bovendien licht per laboratorium. De band op je eigen labverslag is dus leidend, niet een tabel die je ergens anders leest.

Wanneer het een redelijke vraag is

Twijfel je of er nog tijd is voor een volgend kind? Bespreek dat met je huisarts. Die kent je verhaal en kan wegen of meten iets toevoegt.

Wil je de waarde zelf weten, dan kun je de AMH-waarde los laten bepalen. De uitslag bespreek je daarna met je huisarts. Het bloed wordt afgenomen op een afnamelocatie en geanalyseerd door een van de aangesloten laboratoria. Die laboratoria zijn zelfstandige, gecertificeerde partijen, en zij exploiteren de afnamelocaties ook zelf.

Wat je niet moet doen is er in je eentje een conclusie aan verbinden. Een lage waarde is geen diagnose en een hoge waarde is geen garantie. Het onderzoek hierboven laat vooral zien hoe makkelijk je een getal te zwaar laat wegen.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bron

Steiner AZ, Pritchard D, Stanczyk FZ, Kesner JS, Meadows JW, Herring AH, Baird DD. Association Between Biomarkers of Ovarian Reserve and Infertility Among Older Women of Reproductive Age. JAMA. 2017;318(14):1367-1376. PMID 29049585.

Dit artikel is geschreven door het redactieteam van Lunara Health, waar je zonder verwijzing bloedonderzoek kunt laten doen. Elk resultaat wordt beoordeeld door een BIG-geregistreerde arts.