Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

26 november 2004 door Justine Pardoen

06. Denken en geloven

Veel ouders worstelen met het dilemma dat het verstand soms iets anders zegt dan het gevoel. Discipline is nuttig maar verzaken mag ook. De leerplicht is okee maar schoolziek moet kunnen. Alcohol tijdens de zwangerschap is schadelijk, maar een glas wijn ontspant.

Over deze aflevering - In deze barre tijden, nu 'gelovigen' en 'ongelovigen' tegenover elkaar staan, neemt Justine het geloof in Sinterklaas onder de loep. Help je je kind van het geloof af of niet?

"Mam", vroeg mijn dochter (7) me een paar dagen geleden, "Ken jij mensen die niet in Sinterklaas geloven?" "Eh... ja, kind." "Nou wie dan?" "Oma bijvoorbeeld." "Oh, dáárom zet zij nooit haar schoen! Wel een beetje dom, hoor!"

Een kind heeft alle reden om in Sinterklaas te geloven, en wel zo lang mogelijk. Het is niet alleen gezellig, die Sint-spanning, het loont ook flink. Want het was die meid van ons ook al opgevallen dat Sinterklaas altijd veel grotere cadeaus geeft dan wij, haar ouders... "Die panda vraag ik dus niet voor mijn verjaardag, maar aan Sinterklaas. Dan heb ik tenminste nog een kans dat ik hem krijg."

Ons kind staat op het punt van haar geloof af te vallen. Ze slikt niets meer voor zoete koek, op alle vragen komt een wedervraag en alles wordt betwijfeld. Toch laat ze zich ook nog wel met een kluitje in het riet sturen.

Er zijn momenten dat ik geen zin heb in een moeilijk gesprek dat bol staat van "Ja, maar..." Dan heb ik er geen tijd voor, of ik ben zelf bezig een of ander probleem op te lossen. Ik weet dat vragen die er echt toe doen toch terugkomen. Dus soms poeier ik haar af met een net te slim onzin-antwoord. Dat die Pieten allemaal zo goed Nederlands spreken omdat ze in Spanje verplicht een cursus Nederlands moesten volgen, bijvoorbeeld. Het korte moment van schuldgevoel dat ik dan voel, druk ik snel weg om praktische redenen.

"Voor het maken van al dat speelgoed, he mam, daar heb je dingen voor nodig." "Wat bedoel je?". "Nou, de fabriek heeft voor het maken van speelgoed hout, plastic en ijzer nodig. Maar waar komt dát dan vandaan?" "Oh, dat koopt de fabriek van mensen die die grondstoffen leveren", probeer ik. "Ja maar, waar halen díe mensen het dan weer vandaan?"

Op het moment dat haar broer op de proppen komt met een Adam en Eva-verhaal over hoe ijzer gewonnen wordt uit ijzererts, waarmee je weer bijlen kunt maken om bomen om te hakken voor hout, piep ik ertussen uit. Ik kan me niet herinneren dat ik me op 7-jarige leeftijd druk maakte om dat soort zaken. Ik had nog maar net ontdekt dat ik kon denken, geloof ik.

Dat denken, dat ik bij onze dochter Leonore in volle ontwikkeling zie ontstaan, dat is de basis van alle twijfel die een einde maakt aan het geloof. Aan elk geloof. Tenzij je iets wílt geloven zonder het zeker te weten. Omdat het fijn is. Omdat meer weten je niets meer oplevert. Geloven is dus een keuze. Tenminste, voor iedereen die nadenkt.

Haar vader en ik genieten van dit proces. Ze twijfelt, wikt en weegt. Ze ziet dat grote mensen over het algemeen niet, of op een heel andere manier in Sinterklaas geloven, maar vindt dat eigenlijk dom. Op school hoort ze dat sommige ouders hun schoen niet zetten en ze vindt het niet eerlijk dat zij maar één keer in de week haar schoen mag zetten, terwijl er kinderen zijn die elke dag (?!) hun schoen mogen zetten. Wat is dat voor een Sinterklaas, die de pakjes zo oneerlijk verdeelt!

We lezen zo nu en dan een verhaaltje uit het Sinterklaasboek van Hanna Kraan, Dansen op het dak (Lemniscaat). Ik geniet enorm van de goed geschreven verhaaltjes die de kern van het feest en het spel van Sinterklaas zo fantastisch weten te raken. Ondertussen wordt Leonore aan het denken gezet over het omdraaien van de rol van gever en ontvanger: mensen kunnen elkaar foppen, door elkaar iets te geven en te doen alsof het van Sinterklaas komt. "Dan is geven eigenlijk net zo leuk als krijgen, he mam?"

Het komt wel goed, besluit ik. Ik ga het proces niet versnellen. Laat haar maar lekker geloven en denken tegelijkertijd. Maar jokken of liegen doe ik ook niet. Ook laat ik expres restjes inpakpapier zichtbaar liggen in de prullenmand en verstop ik de zak met pepernoten niet echt goed. Het is een spel, en dat moet ook weer niet té serieus gespeeld worden. Een kind moet wel de kans krijgen zelf te ontdekken hoe het zit.

Vorige week vertelde een moeder me dat haar dochter van 10 tot voor kort nog geloofde in Sinterklaas. Ze wist dan wel dat alle cadeautjes door de ouders gekocht worden, maar dat de man zelf niet bestond, zover was ze nog niet gekomen. En dat werd nu maar eens tijd, vond haar moeder. Het was wel mooi geweest en dus hebben ze haar het laatste stukje van het spel uitgelegd. Haar kleine zusje gelooft nog, dus leuk blijft het toch nog wel even: ze moet nu zelf een geheim bewaren.

Er zijn kinderen bij wie het inderdaad nodig is om het geheim van Sinterklaas te verklappen. Deze kinderen hebben een laatste duwtje nodig in richting van de werkelijkheid. Bijvoorbeeld omdat ze anders risico lopen om met hun onschuld gepest te worden door klasgenootjes. (Zie ook mijn artikel Ouders van ADHD-kinderen zijn bang voor Sinterklaas.)

Twee ouders, Don Croonenberg en Greet de Bruijn, hebben een boekje geschreven dat je je kind kunt laten lezen, of kunt voorlezen, om het proces te versnellen. Het heet 'Het geheim van de Sint (je zult eraan geloven)'. Het verhaal volgt Sofie, een meisje van acht, in haar ontdekkingstocht. Samen met haar vader zoekt ze via Internet naar verhalen over Sinterklaas en zo ontdekt ze op een heel natuurlijke manier, aan de hand van de geschiedenis van het ontstaan van het Sinterklaasfeest, hoe het in elkaar zit.

Ik verheug me nu al op volgend jaar. Op de gedichten, de surprises en de fopperij. Leve Sinterklaas!

Verder lezen

Het geheim van de Sint - Je zult eraan geloven

door: Greet de Bruijn en Don Croonenberg

uitg.: The Bitter End

ISBN: 90-809169-1-9

leeftijd: 8+

Prijs: EUR 8,35

(Het zou kunnen dat het bovengenoemde boek inmiddels is uitverkocht.)