Home » Columns » 26 ben ik al bruin

26. Ben ik al bruin?

Door:

Sarcas

De reis leidde naar een desolaat eiland waar he-le-maal niets te beleven viel. Hoe sloeg de familie Sarcas zich daar doorheen?

Sarcas op Kaapverdisch eiland

Zijn we weer! De Sarcasjes zijn weer thuis. Een bewogen week onder de Atlantische zon van Kaapverdië. Een weekje vakantie met ups en downs, linksen en rechtsen, en bij Mevrouw Sarcas ook een binnenstebuiten-kering, want die kreeg na twee dagen een gemeen virus te pakken. Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen.

He-le-maal niets

Vertrok onze lieve puber al met enig wantrouwen, eenmaal aangekomen op ons Afrikaanse eiland staarde ze ronduit argwanend door de raampjes van het busje dat ons van het vliegveld oppikte.

- "Ik zie niets."

- "Ja, dat heb je, als 't nacht is", antwoordde ik met de monterheid van iemand die negen uur in een vliegtuigstoeltje geperst heeft gezeten.

- "Maar dan nog. Er is niets hier..."

Zo ver de koplampen van ons busje reikten, zagen we inderdaad een grote hoeveelheid niets. Zand en stenen. "Maakt niet uit dat het nacht is hoor", meldde de reisagente opgewekt, "het hele eiland is zo, er is hier echt he-le-maal niets." Een zenuwtrekje ontsierde de mond van puberlief.

Kaapverdië - Een grote hoeveelheid nietsEen grote hoeveelheid niets

Groeiende onrust

De volgende dag bestudeerde puber het uitzicht en de hotelgasten. Met groeiende onrust bekeek ze het hotelzwembad van 2 bij 2 meter en de eigrote spinnen in de palmpjes rond het zwembad. Geen andere tieners. Erger nog; geen tienerjongens. Een scala van negatieve emoties werd tot uitdrukking gebracht. "No stress" probeerden we nog, maar dat werd niet zo gewaardeerd.

Heel vroeger, toen de dinosauriërs nog over de aarde zwierven, en wij zelf nog tiener waren, bestonden er nog geen all-inclusive vakanties met animatie-teams. Nu wel. Misschien hadden wij dat toen ook wel heel leuk gevonden. Maar nu niet meer. Oud, grijs en hoogbejaard zijnde, moet ik er niet aan dénken om daar vakantie te moeten vieren. Het lijkt mij de hel op aarde. Maar onze dochter heeft daar heel andere ideeën over.

- "Er is hier niets te doen!"

- "Ik verveel me."

- "Wat kan ik doen?"

- "Ik verveel me."

- "Er is helemaal niets voor mij."

- "Ik verveel me."

Kruiswoordpuzzels boden ook weinig verlichting.

- "Inwoner van Ierland"

- "Eh, een Ierakees?"

Hormonale crisis

Op het strand bleken ook bar weinig tiener-hunks zijn. Een hormonale crisis dreigde. Aan hitsige heren echter geen gebrek. De plaatselijke bevolking had onze dochter al snel opgemerkt. Het rokje dat voortdurend opwoei in de passaatwind, en het decolleté dat zelfs míj liet fronsen, droeg daar ook aan bij. Ik herzag tijdelijk mijn standpunt omtrent de burka.

Het is wat lastig. Aan de ene kant is het natuurlijk leuk als je dochter zich tot een mooie, aantrekkelijke vrouw ontwikkelt, door moeder natuur gezegend met een weelderige haardos, volle rondingen op de juiste plaatsen, en een smeltende oogopslag. Maar aan de andere kant dus niet. Ik bekijk het mannelijk tienergrut al met de nodige achterdocht, maar deze heren lieten weinig aan de verbeelding over, wat hun enthousiasme betrof. Ik zal eraan moeten wennen, vrees ik.

Tuttebol goes wild

Al met al verliep de vakantie redelijk wel. Enthousiast doch subtiel beklemtoonden we zaken die je als all-inclusieveling niet meemaakt. Zoals het zwerven door onbekend dorpen, op zoek naar water, eten en andere levensbehoeften.

En verdomd, ze begon het leuk te vinden. Het mutserige sleet eraf! Wilde ze de aanvankelijk niet met me mee naar buiten, omdat ze geen make-up op had, nu had ze besloten om ruig te worden en surf-les te nemen.

Surf-les. Tuttebol goes wild. De volgende dag stond ze op een knalroze surfplank de woeste golven van Santa Maria te bedwingen. Nou ja, ze deed verwoede pogingen tot. Met vallen en opstaan. Maar toch, ze dééd het maar! Grote golf, poging, veel schuim, en een surfplank die leeg boven komt drijven, en dan een meter verderop een proestende dochter die vloekend boven komt drijven en toch weer op de plank klautert en naar de golven peddelt, om weer met plank en al door de ziedende zee te worden geklutst. Respect!

Goede hoop voor de toekomst

Dochterlief en ik waren een paar dagen erg op onszelf aangewezen. Mevrouw Sarcas was geveld door een akelig virus en moest drie dagen dicht in de buurt van het toilet blijven. De tweede dag, toen de koorts zo hoog was opgelopen dat ze zelfs aan het ijlen was geslagen, trommelde ik een locale arts op, die zonder veel ceremonieel een injectiespuit in haar achterwerk mepte. "Dit kan even pijn doen," zei hij, erna.

Gedurende dit ongerief toonde kindlief zich beslist van haar menselijker kant. Het verplichte rondhangen op de hotelkamers leidde nauwelijks tot geklaag. Soms heb ik echt wel goede hoop voor de toekomst.

Kaapverdië - HotelNauwelijks geklaag

Kleine ontploffing

Maar teruggekeerd in het vaderland, hoor ik nu wel weer gemopper over haar bruiningsgraad. Ze had bruiner kunnen zijn, zegt ze steeds. "Ja, nou én?" antwoord ik steeds kribbiger. Wat moet ik daarmee? Wat wil ze daarmee zeggen? "Niets", verzekert ze me. Maar even later: "Mijn vriendinnen zeggen ook dat ik bruiner had kunnen zijn..."

Kleine ontploffing. Verwend nest dat je d'r bent. Er zijn ook kindertjes die nooit op vakantie gaan. Wees blij dat. Wat had je dán willen doen. Blijf je de volgende keer toch gewoon lekker thuis. Irritant gezanik over uiterlijkheden. Als ik het nog één keer hoor...

We zijn weer thuis hoor. Hoi, hoi, hoi!

Sarcas

(pseudoniem) heeft al sinds de babytijd van zijn stiefdochter een relatie met haar moeder. Hij studeerde een blauwe maandag psychologie, was werkzaam als systeembeheerder, en kreeg zoveel lol in het opvoeden dat hij op latere leeftijd pedagogiek is gaan studeren.

Lees verder

Alle columns in de serie Puberstory