Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

24 november 2006 door Esther de Charon

35 (slot). Sint-is-in-het-land-huiltijd

Ben je na je 40e nog geschikt als moeder? Gaan de mensen dan vragen: "Bent u met uw kleinkind aan het wandelen?" Welke vooroordelen kom je tegen en hoe werkt het in de praktijk? In deze column vertelt Esther de Charon hoe het voelt om een oudere moeder te zijn, wat er gebeurt, en hoe je ermee omgaat.

Het begint al dagen voor Hij in het land is. Ik voel het langzaam opkomen. Het is weer Sint-is-in-het-land-huiltijd. Opgewonden blije kinderen, in combinatie met een statige Sint op paard, veroorzaken ontroering tot op het bot.

"Kijk eens mannetje. Daar is nou Sinterklaas", fluister ik dapper tegen mijn zoon, en slik mijn tranen weg.

Geen greintje twijfel

Mijn leven is in te delen in twee tijdperken. Pre-Sinterklaas en post-Sinterklaas. In het pre-tijdperk geloofde ik met een innige vurigheid in Sinterklaas. Voor het kleine meisje dat zich nooit ergens echt thuis voelde, was de Goedheiligman dé ware en rechtvaardige mens.

Er was geen greintje twijfel. Natuurlijk herkende ik mijn tante in de zwartgepoetste Piet die ons kwam bezoeken. En natuurlijk merkte ik dat er altijd iemand de kamer verliet, voordat een be-handschoende hand pepernoten naar binnen gooide. Maar dat was meer een universeel spel. En de opper-regisseur was Sinterklaas.

Mijn geloof in Sint Nicolaas was zó sterk, dat ik Sint, Piet en paard ook echt op de daken zag lopen. "Kijk 's Esther, daar lopen ze!" riep mijn moeder, en wees naar de Hoge Hoge daken aan de overkant. En ik zag ze. Temidden van schoorstenen en antennes stond Piet met een grote zak over de schouder. Sinterklaas zat majestueus hoog op het paard, dat ferm op de scheve dakpannen stond. En mijn verering voor zoveel liefde en durf groeide in mijn kinderhart.

CV-verwarmingsbuizen

Een paar jaar later, in onze doorzonwoning in de Bloemenwijk, hoorde ik de buurvrouw spottend praten over de onmogelijkheden van cadeautjes, Sint en CV-verwarmingsbuizen. Ik vergaf haar haar ongeloof en spot onmiddellijk. Natuurlijk kon ze niet weten dat Sinterklaas zich niet liet tegenhouden door zoiets futiels als een buis.

Maar de bewijzen tegen het bestaan van Sinterklaas stapelden zich op. "Oh, die moeder van je", mompelde mijn vader, toen ik een la vol tekeningen opentrok die we de avond daarvoor in onze kinderschoenen hadden gestopt. Voor het meisje dat zoveel van Sinterklaas hield, een extra bewijs van liefde. Die had Hij in al zijn goedheid natuurlijk aan mijn vader en moeder gegeven!

Vergeef het hen...

"Sinterklaas en Zwarte Piet. Allebei bestaan ze niet", riepen mijn schoolvriendinnetjes vrolijk. Beschaamd sjokte ik achter aan. "Ach lieve Sint", bad ik in stilte, "vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen."

De bijbelvasten onder u hebben waarschijnlijk al een link gemaakt. Ergens heb ik ooit Sint en God aan elkaar gekoppeld. Wat eigenlijk wel raar is. Want wij gingen vroeger veelvuldig naar een gebouw waar een in het zwart geklede man ontzettend lang en ontzettend hard aan het razen en tieren was. Dat God en die schreeuwende man een verbond hadden, kwam niet in mij op. Mijn God/Sinterklaas was een zachtmoedige geest die voor anderen leefde, alles zag en iedereen knipogend vergaf.

Overtuigd niet-gelover

Mijn geloof in het goede werd abrupt de nek omgedraaid. We zaten op zolder op een bed met een groene sprei, mijn moeder en ik, toen ze vertelde dat Sinterklaas een verzinsel was. Er volgde een heel verhaal over een ontstaansgeschiedenis.

Maar dat verhaal hoorde ik al niet meer. Hoe kun je het hart van een 7-jarige breken? Hoe kun je zó liegen en bedriegen? Weg onvoorwaardelijke liefde, trouw, vergevingsgezindheid. Weg goedheid van alle mensen. Mijn 7-jarige brein maakte snel de rekening op. Sinterklaas bestaat niet, dus God bestaat ook niet. Zeven jaar en overtuigd niet-gelover in een huis vol gelovenden.

Onvoorstelbaar onzinnig boek

Het jaar daarop werd besloten het rustig aan te doen met de Sinterklaas-cadeaus. Mijn oogst bestond uit een boekje met daarin een verhaal van een man die zijn ouders verloochende. De man had zich beschaamd weggedraaid toen pa met een aftandse wagen langskwam. Natuurlijk liep het slecht af met de zoon. En uiteraard openden de ouders, die van bescheiden komaf waren, hun huis voor hun verloren zoon.

God speelde een niet onaanzienlijke rol in de verzoening. Maar daar geloofde ik niet meer in. Ik vond het dus een onvoorstelbaar onzinnig boek.

Probleem was alleen dat we onze cadeautjes mee naar school mochten nemen om aan elkaar te laten zien. De ochtend na 5 december werd ik omringd door blije klasgenoten met dozen Electro en poppen met echt groeiend haar. En ik had alleen dat stomme boek. Ik had drommels goed in de gaten dat dit niet leuk was voor mijn ouders. Die hadden immers dat idiote boek gekocht. Vóór alles wilde ik voorkomen dat mijn mede-leerlingen mijn ouders zouden uitlachen.

Die middag nam ik dus een oude Noorse trui mee en vertelde ik mijn klas dat ik die natuurlijk óók nog had gekregen. Toen mijn moeder achter mijn leugen kwam, volgde er straf. Waarom was ik toch zo ontevreden. Moest ik er nou echt nog een trui bij verzinnen?

Blije kabouters

Dit soort taferelen verbeterde de band tussen Sint en mij niet. Eenmaal uit huis vergat ik het '5 december'-gebeuren. Stomme Hollandse folklore. Burgerlijk gedoe. Commerciële zooi. Ik vergat het zó goed, dat ik ook die duizenden kinderen vergat die wél geloven.

Op een koude zaterdag fietste ik mijzelf klem in de Sinterklaas-optocht. Verbijsterd herkende ik in al die blije kabouters mijn geloof in de goedheid van een mens. Mijn grootstedelijk cynisme smolt weg bij al dat onbevangen kindergeluk. Ik probeerde mij te vermannen. Maar het was te laat. De sluizen waren geopend en jankend fietste ik langs het tetterende grut.

De eerste buit is binnen

Het is inmiddels jaren later. Tussen de God van de schreeuwende man in zwart en mij komt het nooit meer goed. Maar de geest van mijn kindersinterklaas heeft zich ferm in mij genesteld. En nu loopt er zowaar bij mij thuis een blije kabouter rond.

Dit jaar heeft hij zelf zijn schoen gezet. Hij snapt er niets van. Maar de eerste buit is binnen. We hebben samen de aankomst van Sinterklaas bekeken. Ik, vaatdoek-achtig, diep ontroerd, vechtend tegen die irritante tranen. "Kijk, daar is Sinterklaas", zeg ik en hij kijkt me stralend aan.

Over 5 jaar moet ik 'm vertellen dat het allemaal verzonnen was. Ik denk dat het mannetje iets minder vast zal geloven dan zijn oude moeder. Maar ik wens met heel mijn hart dat hij altijd zal vertrouwen op de goedheid van mijn kindersinterklaas.

Lees ook: