Home » Columns » Reclameverbod tegen snoep en chips verdient steun

Reclameverbod tegen snoep en chips verdient steun

Door:

Henk Boeke

Justine Pardoen

Afgelopen week pleitten de Consumentenbond en de Hartstichting voor een forse beperking van reclame voor snoep en chips, gericht op kinderen. Ouders Online geeft de dirty details van het verzet tegen dat pleidooi, en schaart zich voor 100% achter de voorstellen.

Van de redactie

Afgelopen week zonden de Consumentenbond en de Nederlandse Hartstichting een brandbrief aan minister Rouvoet (Jeugd & gezin) en minister Klink (Volksgezondheid). In die brandbrief werden drie dingen gevraagd:

  • een verbod op reclame voor ongezonde voeding op tijden dat kinderen TV kijken (van 7 uur 's ochtends tot 21 uur 's avonds);
  • een verbod op de inzet van kinder-idolen en fictieve figuren als marketing-instrument voor de verkoop van ongezonde producten;
  • een verbod op spaaracties en cadeautjes bij ongezonde voeding.

Dat vond de voedingsindustrie, vertegenwoordigd door de NFLI (Nederlandse Federatie Levensmiddelen Industrie) toch wel een beetje te veel gevraagd. Ze zijn wel bereid om zich enigszins te beheersen, maar verder dan 'een beperking voor reclame voor voedingsmiddelen voor kinderen tot 7 jaar' willen ze niet gaan.

Niet helemaal duidelijk

Wat die 'beperking' precies inhoudt, is niet helemaal duidelijk. Slechts 9 spotjes voor Mars en Haribo in plaats van 10? En wat is 'reclame voor kinderen tot 7 jaar'? Welk snoep wordt wel gegeten door een kind van 6 en niet door een kind van 8? Een woordvoerder van de NFLI deed nog een slappe poging om uit te leggen wat die 'beperking' zou moeten betekenen, namelijk geen reclame voor kinderen onder de 7 jaar rond het tv-programma Klokhuis. Maar Klokhuis is helemaal niet bedoeld voor kinderen onder de 7 jaar, dus dat zet ook niet zo veel zoden aan de dijk...

Wat wél duidelijk was, was het argument van de voedingsindustrie om zichzelf niet echt te beperken. Namelijk: het helpt toch niet. Uit onderzoek zou gebleken zijn dat het afschaffen van reclame voor ongezonde levensmiddelen niet of nauwelijks effect heeft.

"Geen overtuigend bewijs"

Op 10 mei publiceerde De Volkskrant een interview met de communicatie-deskundige Moniek Buijzen, die bevestigde "dat er geen overtuigend bewijs is dat een verbod rechtvaardigt". Interessant is dat. De Volkskrant denkt een onafhankelijk onderzoeker aan het woord gelaten te hebben, maar zó onafhankelijk is mevrouw Buijzen nu ook weer niet.

Dat zit zo. Moniek Buijzen heeft voor de Stichting Reclamerakkers een meetinstrument ontwikkeld "waarmee het niveau van commerciële vaardigheden van kinderen kan worden vastgelegd." Hiermee kan worden gemeten wat het effect is van een lespakket van Reclamerakkers. Dat lespakket heeft tot doel "het commerciële bewustzijn van kinderen te verhogen". En het meetinstrument moet aantonen dat het lesmateriaal effect heeft, zodat overheidsmaatregelen tegengehouden kunnen worden.

Het tegenhouden van overheidsmaatregelen is in het belang van de eerder genoemde NFLI. Die sponsort dan ook (samen met een hoop andere partijen uit de industrie en de reclame) de Stichting Reclamerakkers, om te voorkomen dat er een verplichte beperking voor reclame voor kinderen komt. En voor die stichting voert Monique Buijzen dus opdrachten uit.

Universiteit van Amsterdam

Ook interessant: Moniek Buijzen voert niet alleen werk uit voor de Stichting Reclamerakkers, maar is ook werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Haar baas daar is Patti Valkenburg, hoogleraar Kind en Media. Professor Valkenburg is echter wél voor een reclamebeperking, getuige het feit dat zij de brandbrief mede-ondertekend heeft. Waarom zou zij die brandbrief ondertekenen, als "er geen overtuigend bewijs is dat een verbod rechtvaardigt" zoals Buijzen stelt?

Op grond van dezelfde onderzoeksresultaten kun je blijkbaar twee verschillende kanten op.

Lespakkketten

Nog even terug naar de Stichting Reclamerakkers. Dat is dus een club die zelfregulering van de industrie nastreeft, zodat overheidsingrijpen voorkomen kan worden, en lespakketten uitgeeft die kinderen weerbaar moeten maken tegen reclame. De drijvende kracht achter de stichting is Liesbeth Hop, die in het NOS-journaal de onderzoeksresultaten van Moniek Buijzen herhaalde. Die zouden dus uitgewezen hebben dat vermindering van de reclame geen zin heeft.

Toch lezen we op de site van Reclamerakkers dat ze zich baseren op onderzoek waaruit blijkt "dat 71% van de kinderen tussen de 8 en 13 jaar onvoldoende inzicht heeft in de factoren die mediaboodschappen beïnvloeden, waardoor zij onvoldoende in staat zijn onderscheid te maken tussen de mediaboodschap en de realiteit." (Persbericht Reclamerakkers)

Waarom geeft Reclamerakkers dan lespakketten uit om kinderen weerbaar te maken tegen reclame? Die moeite zouden ze zich toch kunnen besparen? Het is van tweeën een: ofwel de reclame heeft wél invloed, en moet dus echt aan banden worden gelegd, ofwel de reclame heeft géén invloed, waardoor Reclamerakkers zijn lespakketten aan de wilgen kan hangen.

Gezond verstand

Te hopen valt dat de ministers die aangesproken werden door de Consumentenbond en de Hartstichting hun gezonde verstand zullen gebruiken, en zich niets zullen aantrekken van al deze commercieel gedreven prietpraat.

Natúúrlijk is het niet voldoende om reclame voor snoep en chips te verbieden. Net zoals het verbod op sigaretten-reclame het longkanker-probleem niet oplost. Maar alle beetjes helpen, en er gaat in ieder geval wel een belangrijke signaalwerking vanuit. En voor ouders zou dat zéker een belangrijk steuntje in de rug zijn.

Henk Boeke

was eindredacteur van Ouders Online tot 1 september 2018.

Justine Pardoen

was hoofdredacteur van Ouders Online tot 1 september 2018.

Naschrift: 

Hieronder een selectie uit de reacties die we ontvingen:

1.

Ik betrapte mijzelf op een bezoek aan de Burger King, overigens van harte, want ik ga weinig naar fastfood-restaurants met mijn kinderen, maar toch. Mijn zoontje van 4 is namelijk helemaal gek van Spiderman. En is dus ook echt heeeeeeeel zwaar beïnvloed door de Burger King reclames over Spiderman gadgets.

Ook zonder representatieve steekproef onder Nederlandse kinderen kan ik met 100% zekerheid stellen dat mijn kind er vatbaar voor is. Je moet wel blind zijn om niet te zien dat kinderen niet beïnvloed worden door reclames. Juist kinderen, die het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid nog niet makkelijk maken.

Uiteindelijk heb ik het hem wel gegund. Maar niet nadat ik eerst getracht heb uit te leggen wat reclame is en doet. En dat zal ik blijven doen.

Ik vind het fantastisch dat jullie dit soort issues aan de kaak stellen.

Met vriendelijke groeten,

Marjan Godthelp

2.

Een artikel dat mij uit het hart gegrepen is! Geweldig om zo'n goed beargumenteerd verhaal te lezen, waarin met een kritische blik gekeken wordt naar het gedrag van de uiterst slimme en inventieve reclamerakkers van de voedingsindustrie. Die lieden zijn uiteindelijk niet onafhankelijk, ze dienen immers een puur commercieel belang: het genereren van zo veel mogelijk omzet. Dit met als een van de voorwaarden een zogenaamd goed imago bij de consumenten die ze bedienen. Dat ze dit onder het mom van voorlichting presenteren, is eigenlijk ronduit brutaal, om niet te zeggen schofterig. Enfin, ik zal me inhouden qua woordgebruik. Nogmaals, beter dan jullie kan ik het niet verwoorden.

Weet dat ik jullie site regelmatig aanbeveel bij diverse mensen, en zo hopelijk indirect bijdraag aan een groeiende groep enthousiaste lezers. Is het een idee om dit artikel ook in een van de landelijke kranten te (laten) plaatsen, zodat het nog een breder gehoor vindt? Of is dit al gebeurd?

Succes met jullie 'goede werken' ;-)

H. K.K.

Reactie van de redactie

Dank voor alle lof! Maar eerlijk gezegd waren we niet van plan om deze tekst ook aan te bieden aan andere media. Elke krant mag zijn eigen research doen ;-)

3.

In dit stuk wordt de suggestie gewekt dat partijen die twijfelen over het nut van zo'n verbod, dit doen onder dwang van de commercie. Als een van de genoemde personen wil ik de redenen voor mijn terughoudendheid graag toelichten.

Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van reclame op kinderen. Dit onderzoek richt zich met name op de gevolgen van voedingsmiddelenreclame op eetpatronen van kinderen. Er is tamelijk overtuigend bewijs dat reclame gevolgen heeft voor wat kinderen willen eten en drinken. In een recente studie aan de Universiteit van Amsterdam vonden we dit effect ook bij Nederlandse kinderen.

Het bewijs of kinderen ook daadwerkelijk dikker worden van reclame is echter minder overtuigend. Er is weliswaar een klein effect gevonden van televisiekijken op het gewicht van kinderen, maar het is nog onduidelijk of dit specifiek aan reclame is toe te schrijven, of aan andere factoren die met televisiekijken te maken hebben. Kinderen die meer TV kijken, bewegen bijvoorbeeld ook minder. Bovendien valt het effect van televisie in het niet bij de rol van andere omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld het eetgedrag van de ouders. Kortom, de rol van reclame in het overgewichtprobleem is niet overtuigend aangetoond.

Hoe dan ook, kinderen die veel reclame zien, hebben vaak een ongezonder eetpatroon dan andere kinderen. Dat is een probleem waar een goede oplossing voor gevonden moet worden. De aandacht gaat vaak uit naar twee oplossingen: een verbod op reclame of het vergroten van de weerbaarheid van kinderen. De juiste strategie is moeilijk te bepalen. Er zijn tot op heden geen aanwijzingen dat een verbod zou werken. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een verbod niet helpt, maar ook niet dat een verbod wel helpt.

Wat we wel weten, is dat kinderen weerbaar gemaakt kunnen worden tegen reclame. De directe omgeving van het kind - bijvoorbeeld de ouders en de scholen - speelt daarbij een belangrijke rol. In ons onderzoek vonden we bijvoorbeeld dat in gezinnen waar duidelijke regels zijn én veel wordt gepraat over consumentenzaken, de effecten van reclame nihil waren.

Dit betekent niet dat de schuld van het overgewichtprobleem bij ouders ligt. Wel lijkt het erop dat een oplossing in de directe omgeving van het kind te vinden is. Ouders en scholen kunnen kinderen helpen om te gaan met reclame en de verleidingen te weerstaan. De weerbaarheid die kinderen daarmee ontwikkelen, lijkt een goede manier om dit probleem aan te pakken. In onze commerciële samenleving is het tenslotte belangrijk om met verleidingen om te leren gaan.

Het is essentieel dat ouders en scholen goed worden voorgelicht, niet alleen over het omgaan met reclame, maar ook over gezond eten en gezond leven. In de discussie rond kinderen en overgewicht moet daarom aandacht zijn voor de verschillende manieren waarop overgewicht voorkomen kan worden. De huidige discussie lijkt puur en alleen om reclame te draaien. Daarmee wordt een makkelijke zondebok wordt gezocht voor een probleem dat veel meer oorzaken kent, en wordt de aandacht afgeleid van andere oorzaken én oplossingen van dit grote probleem in onze samenleving.

Ik hoop dat ik hiermee het een en ander heb verduidelijkt. Tot slot wil ik jullie graag nog wijzen op een essaybundel die onlangs is uitgekomen over overgewicht in Nederland: De obesogene samenleving - maatschappelijke perspectieven op overgewicht. In dit boek wordt het probleem van overgewicht in Nederland belicht vanuit verschillende invalshoeken (waaronder een bijdrage van mijn kant over kinderen en marketing). Voor ouders die meer willen weten over dit probleem en de mogelijke oplossingen is dit boek een echte aanrader.

Met vriendelijke groet,

Moniek Buijzen

"De obesogene samenleving - maatschappelijke perspectieven op overgewicht". Hans Dagevos en Geert Munnichs (red.). Amsterdam University Press.

Alle columns in de serie Van de redactie