Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

11 mei 2007 door Justine Pardoen

Reclameverbod tegen snoep en chips verdient steun

Afgelopen week pleitten de Consumentenbond en de Hartstichting voor een forse beperking van reclame voor snoep en chips, gericht op kinderen. Ouders Online geeft de dirty details van het verzet tegen dat pleidooi, en schaart zich voor 100% achter de voorstellen.

Afgelopen week zonden de Consumentenbond en de Nederlandse Hartstichting een brandbrief aan minister Rouvoet (Jeugd & gezin) en minister Klink (Volksgezondheid). In die brandbrief werden drie dingen gevraagd:

  • een verbod op reclame voor ongezonde voeding op tijden dat kinderen TV kijken (van 7 uur 's ochtends tot 21 uur 's avonds);
  • een verbod op de inzet van kinder-idolen en fictieve figuren als marketing-instrument voor de verkoop van ongezonde producten;
  • een verbod op spaaracties en cadeautjes bij ongezonde voeding.

Dat vond de voedingsindustrie, vertegenwoordigd door de NFLI (Nederlandse Federatie Levensmiddelen Industrie) toch wel een beetje te veel gevraagd. Ze zijn wel bereid om zich enigszins te beheersen, maar verder dan 'een beperking voor reclame voor voedingsmiddelen voor kinderen tot 7 jaar' willen ze niet gaan.

Niet helemaal duidelijk

Wat die 'beperking' precies inhoudt, is niet helemaal duidelijk. Slechts 9 spotjes voor Mars en Haribo in plaats van 10? En wat is 'reclame voor kinderen tot 7 jaar'? Welk snoep wordt wel gegeten door een kind van 6 en niet door een kind van 8? Een woordvoerder van de NFLI deed nog een slappe poging om uit te leggen wat die 'beperking' zou moeten betekenen, namelijk geen reclame voor kinderen onder de 7 jaar rond het tv-programma Klokhuis. Maar Klokhuis is helemaal niet bedoeld voor kinderen onder de 7 jaar, dus dat zet ook niet zo veel zoden aan de dijk...

Wat wél duidelijk was, was het argument van de voedingsindustrie om zichzelf niet echt te beperken. Namelijk: het helpt toch niet. Uit onderzoek zou gebleken zijn dat het afschaffen van reclame voor ongezonde levensmiddelen niet of nauwelijks effect heeft.

"Geen overtuigend bewijs"

Op 10 mei publiceerde De Volkskrant een interview met de communicatie-deskundige Moniek Buijzen, die bevestigde "dat er geen overtuigend bewijs is dat een verbod rechtvaardigt". Interessant is dat. De Volkskrant denkt een onafhankelijk onderzoeker aan het woord gelaten te hebben, maar zó onafhankelijk is mevrouw Buijzen nu ook weer niet.

Dat zit zo. Moniek Buijzen heeft voor de Stichting Reclamerakkers een meetinstrument ontwikkeld "waarmee het niveau van commerciële vaardigheden van kinderen kan worden vastgelegd." Hiermee kan worden gemeten wat het effect is van een lespakket van Reclamerakkers. Dat lespakket heeft tot doel "het commerciële bewustzijn van kinderen te verhogen". En het meetinstrument moet aantonen dat het lesmateriaal effect heeft, zodat overheidsmaatregelen tegengehouden kunnen worden.

Het tegenhouden van overheidsmaatregelen is in het belang van de eerder genoemde NFLI. Die sponsort dan ook (samen met een hoop andere partijen uit de industrie en de reclame) de Stichting Reclamerakkers, om te voorkomen dat er een verplichte beperking voor reclame voor kinderen komt. En voor die stichting voert Monique Buijzen dus opdrachten uit.

Universiteit van Amsterdam

Ook interessant: Moniek Buijzen voert niet alleen werk uit voor de Stichting Reclamerakkers, maar is ook werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Haar baas daar is Patti Valkenburg, hoogleraar Kind en Media. Professor Valkenburg is echter wél voor een reclamebeperking, getuige het feit dat zij de brandbrief mede-ondertekend heeft. Waarom zou zij die brandbrief ondertekenen, als "er geen overtuigend bewijs is dat een verbod rechtvaardigt" zoals Buijzen stelt?

Op grond van dezelfde onderzoeksresultaten kun je blijkbaar twee verschillende kanten op.

Lespakkketten

Nog even terug naar de Stichting Reclamerakkers. Dat is dus een club die zelfregulering van de industrie nastreeft, zodat overheidsingrijpen voorkomen kan worden, en lespakketten uitgeeft die kinderen weerbaar moeten maken tegen reclame. De drijvende kracht achter de stichting is Liesbeth Hop, die in het NOS-journaal de onderzoeksresultaten van Moniek Buijzen herhaalde. Die zouden dus uitgewezen hebben dat vermindering van de reclame geen zin heeft.

Toch lezen we op de site van Reclamerakkers dat ze zich baseren op onderzoek waaruit blijkt "dat 71% van de kinderen tussen de 8 en 13 jaar onvoldoende inzicht heeft in de factoren die mediaboodschappen beïnvloeden, waardoor zij onvoldoende in staat zijn onderscheid te maken tussen de mediaboodschap en de realiteit." (Persbericht Reclamerakkers)

Waarom geeft Reclamerakkers dan lespakketten uit om kinderen weerbaar te maken tegen reclame? Die moeite zouden ze zich toch kunnen besparen? Het is van tweeën een: ofwel de reclame heeft wél invloed, en moet dus echt aan banden worden gelegd, ofwel de reclame heeft géén invloed, waardoor Reclamerakkers zijn lespakketten aan de wilgen kan hangen.

Gezond verstand

Te hopen valt dat de ministers die aangesproken werden door de Consumentenbond en de Hartstichting hun gezonde verstand zullen gebruiken, en zich niets zullen aantrekken van al deze commercieel gedreven prietpraat.

Natúúrlijk is het niet voldoende om reclame voor snoep en chips te verbieden. Net zoals het verbod op sigaretten-reclame het longkanker-probleem niet oplost. Maar alle beetjes helpen, en er gaat in ieder geval wel een belangrijke signaalwerking vanuit. En voor ouders zou dat zéker een belangrijk steuntje in de rug zijn.