Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

31 mei 2002 door Peter Cuyvers

De veilige hechting is ernstig aangetast

Waar komt dat algemeen gedeelde gevoel van onveiligheid vandaan? Peter Cuyvers neemt u mee in een hardop-denk- proces.

Ouders Online heeft in de weken voor en na de verkiezingen de mening van de bezoekers gepeild over hun visie op politiek en ouderschap. Het resultaat is interessant, omdat het iets laat zien wat ik mij tot nog toe als 'wetenschappelijk analist' niet goed genoeg had gerealiseerd.

Ook de moderne hoogopgeleide 'online ouders' vinden namelijk de onveiligheid van onze maatschappij op dit moment het grootste probleem. Veel groter dan welk probleem dan ook; of het nu gaat om het inkomen van gezinnen, de groeiende kosten van huisvesting, kinderopvang, of het ontbreken van ouderschapsverlof.

Anti-Fortuyn-coalitie

Omdat er in de enquête waarmee het onderzoek begon ook een politieke barometer was opgenomen, kunnen we zien dat dit gevoel van onveiligheid absoluut niet beperkt is tot de rechterzijde van het politieke spectrum.

Als de invullers van de enquête in politiek opzicht hun zin gekregen hadden, werd Paul Rosenmöller met bijna een vijfde van de stemmen minister-president van een links kabinet dat op een ruime meerderheid in de Kamer kon rekenen! We zouden het bijna een anti-Fortuyn-coalitie kunnen noemen.

En dan toch die wel degelijk zo overheersende mening dat vandalisme, criminaliteit, drugs, etc. het probleem van de hedendaagse maatschappij zijn!

Getraind om de gewone burger niet serieus te nemen

Natuurlijk kan ik daar weer een zeer verantwoord wetenschappelijk verhaal tegenover zetten. Over de nuchtere feiten: bijvoorbeeld dat volgens de statistieken deze groep van de bevolking niet of nauwelijks met geweld in aanraking komt.

Of ik kan er een psychologisch verhaal op loslaten over de moderne burger die het zo goed heeft dat ieder wissewasje als een enorme bedreiging wordt ervaren. Dat schrijft bijvoorbeeld Parool-verslaggever Peperkamp onder de kop 'Bangelijk Verschanst in een Nieuwbouwwijk' over de bewoners van Vinex-locaties. Hij spreekt zelfs van 'neurotische angst voor verloedering' bij het waarnemen van een enkel rondslingerend blikje.

Ik ben echter bang dat de visies van de wetenschapper en de journalist hier juist onderdeel van het probleem vormen. Wetenschappers en journalisten zijn er immers in getraind om de gewone burger niet serieus te nemen. Het zou maar om losse waarnemingen gaan, om een ongetrainde visie en daar staan wij natuurlijk (ver) boven.

Het is echter juist dit bagatelliseren van de opinies van de burgers die voor de kloof met het publiek gezorgd heeft!

De werkelijkheid ziet er toch anders uit

Als ik echter de wetenschapper en de journalist – tenslotte schrijf ik stukjes – in mezelf uitschakel, en afga op wat ik als gewone burger of ouder allemaal meemaak, dan ziet de werkelijkheid er toch anders uit.

Een van mijn zoons is in een tram in elkaar geslagen door een groep jongens uit een schoolklas die met hun leraar met de tram reisden. De leraar greep niet in. Zelf ben ik in de trein beroofd van een tas met een afleid- en meeneemtruc. Mijn dochter wordt regelmatig op straat en in het openbaar vervoer door jongens lastig gevallen.

In al deze gevallen ging het om allochtone jongeren, maar dat is echt niet voldoende om ons racistisch te maken.

Wij zien – als bewoners van het centrum van Den Haag – zo vaak dealers van allerlei kleur aan het werk (onder de ogen van de politie), dat we niet eens meer op het land van herkomst letten. Bovendien hebben wij een meer dan uitstekende relatie met de tientallen allochtone winkeliers die om de hoek vrijwel rond de klok hun uitstekende producten aanbieden. (Ons zoontje van vier heeft een voorraad lolly's voor de rest van zijn leven verzameld; net als vroeger in het dorp groeten we elkaar op straat etc.).

Machteloos

Waar het echter wel om gaat, is dat wij absoluut machteloos staan in al deze incidenten met die relatief kleine groep hufters, die zich nergens iets van aantrekt.

Wij weten – en zij weten dat ook – dat er eigenlijk niemand is die openbaar geweld tegenhoudt. En het is een bekende psychologische wet dat niets zo erg is als onregelmatig belonen of straffen.

Geef een proefdier op volkomen willekeurige tijden een pinda in zijn bakje, en het beest raakt in een continue staat van stress. Datzelfde geldt voor kinderen die op volkomen onverwachte momenten een klap van hun ouders krijgen: die worden permanent op hun hoede, want ieder gebaar dat die ouders maken kan de aanzet zijn, ook al is het meestal een aai!

Een test om na te gaan hoe veilig kinderen zich voelen

Nu is er een bekende test om na te gaan hoe veilig kinderen zich voelen, de zogenaamde 'gehechtheidstest'. Die bestaat eruit dat een ouder met zijn kind in een kamer zit, dat er een vreemde binnenkomt en dat vervolgens de ouder de kamer tijdelijk verlaat. Aan de reacties van het kind kunnen we zien of het kind de ouder al dan niet als beschermende figuur gebruikt of nodig heeft.

Als ik deze test eens doortrek naar mijn eigen gevoel als burger van deze maatschappij, dan is het eigenlijk vrij duidelijk.

Ik heb niet het gevoel dat ik door de maatschappij, c.q. de vertegenwoordiging daarvan zoals de politie, nog goed word beschermd. En dus ook niet het gevoel dat zij zullen helpen bij het belangrijkste wat ik als ouder te doen heb: het beschermen van mijn kinderen.

Vanuit dit perspectief begin ik veel beter te begrijpen waarom al die ouders de onveiligheid het centrale probleem vinden! En waarom zoveel mensen hun ziel en zaligheid lijken te geven voor iemand die hen het gevoel van veiligheid weer terug kan geven.

Een basis voor angst

In de media is door tal van wetenschappers, journalisten en (linkse) politici gewezen op de 'irrationele angsten' van burgers waarop door de politieke nieuwkomers wordt gekapitaliseerd. Hier komt ook het argument van de 'verwende burger' weer terug, die in de meest welvarende maatschappij ooit leeft en daar kennelijk juist ontevreden van wordt uit hebzucht.

Maar ik moet steeds denken aan dat kind in die kamer bij het binnenkomen van iemand die het niet kent. Dat kind dat aarzelt tussen de ouder van wie de bescherming zou moeten komen... en de deur die mogelijk toch nodig is.

Ik vrees dat er wel degelijk een basis voor angst is ontstaan, dat de veilige hechting tussen overheid en burger echt ernstig is aangetast. En ik heb nog even tijd nodig om daarover na te denken.