Home » Opinie » Gelijkwaardige voortzetting van het ouderschap benadeelt kinderen

Gelijkwaardige voortzetting van het ouderschap benadeelt kinderen

Door:

Liesbeth Groenhuijsen

Moet 'gelijkwaardige voortzetting van het ouderschap na een echtscheiding' wettelijk verankerd worden? Liesbeth Groenhuijsen vindt van niet.

Kinderen wonen gewoonlijk met hun ouder(s) in een huis. Dat huis is een thuis, een plek die vertrouwd is. Je hebt er je eigen speelgoed, je bed, je weet hoe het ruikt en klinkt, je kent er de regels. Je veilig voelen en niet hoeven nadenken over de basale voorwaarden van het bestaan, maakt dat je als kind al je energie kunt inzetten om te spelen, te leren en je mogelijkheden te ontwikkelen.

Maar: zo'n 30.000 kinderen per jaar maken de scheiding van hun ouders mee en dreigen door het opsplitsen van hun leven te worden tot personen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hoe zit dat?

Verdeling van de ouderlijke zorg

Binnenkort behandelt de Tweede Kamer twee wetsvoorstellen over echtscheiding. Een belangrijk onderdeel in het voorstel van kamerlid Luchtenveld (VVD) is het ouderschap na de scheiding. Ik licht er één aspect uit: het verdelen van de ouderlijke zorg.

Op dit moment is het meestal zo dat het kind bij één ouder woont. Dat is zijn 'hoofdverblijfplaats'. Luchtenveld pleit voor een wettelijke verankering van 'gelijkwaardige voortzetting' van het ouderschap. Uitgangspunt is dat het kind gedeeltelijk bij de vader en gedeeltelijk bij de moeder woont. Slechts in speciale omstandigheden kan er volgens Luchtenveld sprake zijn van een hoofdverblijf bij één ouder.

Ernstig negatieve gevolgen

De bedoeling is goed: men wil voorkomen dat kinderen en ouders elkaar verliezen na een scheiding. Er zullen ongetwijfeld kinderen zijn die bij dat verdeelde wonen goed zullen gedijen, maar voor heel veel kinderen zal het ernstig negatieve gevolgen kunnen hebben, als ze niet meer gewoon in één huis wonen, maar verdeeld worden over de ouders.

Sommige kinderen gedijen goed als ze afwisselend bij beide ouders wonen, voor anderen is dat absoluut onwenselijk. Ik ken in de hele geschiedenis van de pedagogiek niemand die pleitte voor twee huizen. Integendeel, kinderen vragen rust en geborgenheid. Maar als de ouders scheiden, is twee huizen ineens het allerbeste? Het beste voor het kind of voor de ouders?

Voor ouders is het verschrikkelijk om hun kind minder bij zich te hebben.

Ex-ouders bestaan toch niet? Dat klopt. Ieder kind zal altijd deze heel exclusieve relatie met zijn eigen ouders behouden. Maar of ouders na scheiding optimaal samen opvoeder kunnen zijn, dat is echt iets anders.

Ingrijpende veranderingen

Een echtscheiding brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Je moet:

  • alléén opvoeden;
  • je verdriet en boosheid verwerken;
  • je praktische situatie reorganiseren;
  • de bezittingen verdelen met je ex;
  • vertrouwen opbouwen in je ex als opvoeder.

Dit alles zorgt ervoor dat je ook als ouder tijdelijk wat minder zult presteren. Maar ook de kinderen zullen anders zijn dan voorheen. Ze hebben verdriet, hun vertrouwen is geschokt, ze zijn lastiger of juist stiller. Het kind heeft dus juist nú een betere opvoeder nodig dan voorheen.

Maatwerk

Het idee dat iedere ouder vlak na de scheiding opvoedingstaken kan delen, is echt veel te rooskleurig. Er is maatwerk nodig.

Wie het kind centraal stelt, weet dat bij het maken van een regeling na een scheiding rekening gehouden moet worden met zaken als:

  • de leeftijd van het kind;
  • de persoonlijkheid van het kind;
  • de manier waarop het kind de scheiding verwerkt;
  • de zorg die het kind nodig heeft;
  • het soort band dat het kind met zijn (afzonderlijke) ouders heeft;
  • de opvoedingsrelatie die het kind met zijn (afzonderlijke) ouders heeft.

Daarnaast zijn van belang:

  • de woonsituatie - een flinke afstand tussen de twee woonhuizen kan betekenen dat je niet met je vrienden kunt spelen, de sporttraining moet overslaan, en niet voor je huisdier kunt zorgen;
  • de opvoedingservaring - een ouder die tijdens het huwelijk niet of weinig voor de kinderen heeft gezorgd, kan over het algemeen niet vanzelf de moeilijke opvoedingstaak na de scheiding op zich nemen. Een goede (pedagogische en emotionele) relatie vóór de scheiding is een noodzakelijk fundament voor een goede relatie ná de scheiding;
  • emoties - de conflicten tussen de ouders moeten beheersbaar zijn, anders kan het contact verworden tot een bedreiging voor de ontwikkeling van het kind.

Het zal duidelijk zijn dat één vast principe dat de opvoeding gedeeld moet worden, de ruimte vermindert om aan al die individuele belangen recht te kunnen doen.

Kinderleed is minder fotogeniek dan Zorro

Het verdriet van ouders die hun kind niet of onvoldoende zien, raakt ons. Het haalt de kranten, met foto's van vaders die hun leed van daken en bruggen schreeuwen, vermomd als Zorro of Batman. Het leed van de kinderen is minder fotogeniek. Zij dragen hun verhaal niet uit. Ze voelen zich schuldig over hun boosheid. Ze maken zich klein en onzichtbaar, in plaats van onze aandacht te trekken.

Soms vertellen ze het een en ander in de beslotenheid van de spreekkamer. Zoals de 8-jarige Thomas, die steeds drie dagen bij de ene ouder is en dan weer naar de andere ouder gaat. Hij zegt dat het een 'eerlijke' regeling is, want nu hoeft geen van de ouders hem lang te missen. Alleen is het rot dat hij bij iedere wissel een dag lang pijn in zijn buik heeft, omdat hij bang is dat ze weer ruzie gaan maken en hem gaan uithoren. Hij durft hen dat niet te zeggen, want ze hebben al zoveel verdriet.

Zo moet het niet!

Wie het ene recht verabsoluteert en de ruimte beperkt om het te wegen in samenhang met andere ontwikkelingsbelangen, kan kinderen ernstig tekort doen. Zo moet het dus niet.

Wonen in twee huizen is maar voor enkelen weggelegd. Een eigen huis, met je eigen bed, de vertrouwde geluiden en regels, is voor veel kinderen de noodzakelijke veilige basis om zich weer stabiel te gaan voelen. Alleen dan zijn ze in staat om de relatie met de andere ouder voort te zetten op een manier die hun ontwikkeling bevordert. En daar moet het toch allemaal om begonnen zijn.

Ik hoop dat de politici die deze maand besluiten moeten nemen, er in slagen om – in hun hoofd en in hun hart – Thomas en al die duizenden andere kinderen te laten meepraten.

Liesbeth Groenhuijsen

is GZ-psycholoog, NVO-orthopedagoog, en werkzaam als gedragsdeskundige bij de Kinderbescherming. Daarnaast heeft zij een particuliere pedagogische adviespraktijk.