Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

28 mei 2004 door Miriam Lavell

Nog steeds geen soelaas voor mislukte leerlingen

leerlingen Wat doe je met ontspoorde leerlingen? Miriam Lavell kraakt de oplossingen van de Onderwijsraad. "Meer van hetzelfde", aldus Lavell.

De moord op het Terra College bewees dat het uit de hand lopen van conflicten tussen een leerling en een leerkracht grenzeloos kan zijn en dat was natuurlijk schrikken geblazen. Zoals het een goed minister betaamt, heeft Maria van der Hoeven alle raad ingewonnen die er maar te vinden is. Haar briefje aan de Onderwijsraad heeft inmiddels geleid tot een advies van meer dan 100 pagina's, getiteld: "Hoe kan onderwijs meer betekenen voor jongeren?"

"Meer dan wat?", is de eerste vraag die in mij opkomt. Zouden we niet eerst moeten weten wat het onderwijs überhaupt zou moeten betekenen voor jongeren? En wordt die minimale doelstelling gehaald? Die vragen worden niet gesteld, laat staan dat ze beantwoord worden.

Ouders staan tussen haakjes

In het rapport wordt voortdurend voortgeborduurd op de veronderstelling dat de school al een bepalende rol heeft ("de school heeft de regie", zegt de raad), terwijl ouders nauwelijks een rol lijken te spelen. Misschien was dat wel de reden dat er in dit advies niet alleen gesproken wordt over kinderen met psycho-sociale problemen, maar ook over kinderen met bijzondere talenten. In dat deel van het onderzoek doen ouders nog een béétje mee, hoewel ze in de tekst letterlijk tussen haakjes staan:

"De school is verantwoordelijk voor elke leerling en voert op grond daarvan de regie over de onderwijsloopbaan. Het antwoord op de vraag wie de regie voert over de extra activiteiten op elk van de beschreven talentgebieden, verschilt per terrein. In principe is de regie over talentontwikkeling steeds een zaak van drie partijen gezamenlijk: de leerling (en diens ouders), de school en de deskundige derde."

Waarom en op basis waarvan de raad aan scholen deze regie-rol toedicht, wordt helaas niet duidelijk. Behalve dan dat het met geld en het verdelen van subsidies te maken heeft. Er wordt dan ook ruim aandacht besteed aan het 'trekkingsrecht' en dat is eigenlijk het recht op wel toegekend, maar nog niet uitgekeerd subsidiegeld.

De regie-rol van de school bestaat dan ook voornamelijk uit het doorschuiven van die gelden naar externe hulp waarover de school wel de regie houdt. De school houdt het recht op het beheer van het geld, zou je kunnen zeggen.

Twee soorten probleem-jongeren

In het rapport worden twee soorten probleem-jongeren onderscheiden: jongeren met gedragsproblemen en jongeren met bijzondere talenten.

Voor leerlingen met gedragsproblemen bestaat al een netwerk van zorg-structuren en samenwerkingsverbanden. Het advies van de Onderwijsraad voegt er dan ook niet zo bar veel aan toe, behalve dan de aanbeveling dat er nog een voorziening moet komen voor leerlingen die zich onvoldoende neerleggen bij wat ze wordt opgelegd.

Het "Van-8-tot-8-arrangement" (dus jongeren voortdurend van de straat houden) zou hier soelaas moeten bieden, hoewel het enige argument dat voor deze 'lestijden' wordt aangedragen is, dat deze kinderen zich buiten schooltijden wellicht onledig houden met stoute dingen doen.

Of een dergelijke voorziening leerlingen in toom zal houden, waag ik te betwijfelen. Deze oplossing gaat voorbij aan de problematiek die ontstaat bij leerlingen die zich niet langer in een keurslijf willen laten drukken. Hoe 'gestoord' die leerlingen soms ook zijn, ze zijn net niet gek genoeg om zich zo'n voorziening als weldaad of genoegdoening te laten verkopen.

"De raad benadrukt dat een dergelijke voorziening géén tuchtschool is", staat er. Daar moet ik om lachen, want ik denk dat 'de jeugd van tegenwoordig' hier toch een andere betekenis aan hecht. Er bestaat al iets als dag-detentie en het zou mij niet verbazen als daarvoor 'toevallig' vergelijkbare tijden gelden. De 'van-8-tot-8'-voorziening is bedoeld voor leerlingen die noch in het speciaal onderwijs, noch in een justitiële inrichting thuishoren.

"Voorwaarde voor plaatsing zou in elk geval moeten zijn, dat de school of het uitvoeringsteam aan kan tonen dat er een kwalitatief hoogwaardig traject van zorg en begeleiding voorafgegaan is aan het verzoek tot plaatsing in een van-8-tot-8-voorziening", zegt het advies. Waar hebben we dat toch vaker gehoord? Precies, bij de verwijzing naar SBO-scholen oftewel het Speciaal onderwijs. Ook dat mag alleen als uiterste middel gebruikt worden, maar keer op keer blijkt uit onderzoek dat de verwijzingen juist op dit punt mank gaan. De verwijzingen blijken veel te vaak te berusten op willekeur (handopsteking), quotering (niet te vaak), belangenverstrengeling, en een negatieve beeldvorming van de leerling (positieve elementen worden er bewust uitgelaten).

Waar put de Onderwijsraad de hoop uit dat het met deze voorziening wel zal werken zoals het hoort?

Kinderen met bijzondere talenten

Voor kinderen met talenten wordt er min of meer uit hetzelfde vaatje getapt, hoewel de raad hier iets voorzichtiger is bij het opleggen van dwang en er niet één oplossing gegeven wordt.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende talenten: cognitief talent (hoogbegaafd, etc.), kunstzinnig en cultureel talent, sporttalent, en ondernemers-talent. Maar nergens wordt de expliciete aanbeveling gedaan om het lesprogramma aan te passen, noch een concreet middel geboden om het scholen hierin gemakkelijker te maken.

Er wordt wel aandacht besteed aan scholen die een bijprogramma voor hoogbegaafden verzorgen, maar er worden geen maatregelen voorgesteld om te voorkomen dat de kinderen zich de hele dag zitten te vervelen bij het reguliere lesprogramma. De angel is ook hiermee niet uit de problematiek gehaald en escalatie van de problematiek, waarvan de raad wel voorbeelden noemt, blijft op de loer liggen.



Bij deze plannen wordt geleend van de reeds bestaande LOOT-licentie (Landelijk Overleg Onderwijs Topsport), die scholen de mogelijkheid geeft de lestijden en het programma aan te passen aan de sport-activiteiten van de leerlingen. Zoiets wordt dus geadviseerd, ook voor de drie andere talent-gebieden en voor alle scholen.

Jong ondernemerstalent

Ook de Onderwijsraad kan zich niet zo heel veel voorstellen bij maatregelen voor 'jong ondernemerstalent', maar er is een officiële overheids-projectgroep voor, dus negeren kan ook niet. Zie www.senter.nl.

Zelf zie ik hier wel perspectieven voor talentvolle helers, pillenverkopers en drugsdealers. Want waarom zou je deze jongens en meiden in een Van-8-tot-8 arrangement gooien, terwijl ze zo duidelijk blijk geven van ondernemerstalent?

Kortom: wie bepaalt wie talent heeft en hoe wordt dat bepaald?

Wie bepaalt wat en hoe?

Het antwoord op de vraag wie verantwoordelijk is voor het beoordelen van de jongeren, en hoe dat controleerbaar is, is een vraag die van belang is voor zowel de 'stoute' als de begaafde kinderen. Er hangt veel van af.

Juist het hoofdstuk over de talenten laat de absurditeit van de criteria zien. Er wordt er één genoemd uit de LOOT-licentie:


"In artikel 7 wordt bepaald dat de school het Olympische Steunpunt in de regio dient in te schakelen voor de selectie en aanwijzing van leerlingen als topsporter. Hiermee wordt voorkomen dat leerlingen door een school te lichtvaardig als topsporter worden aangewezen."

Nou, daar sta je dan! Als je cognitieve talent of sportieve talent of culturele talent of kunstzinnige talent of ondernemerstalent zich niet op Olympisch niveau bevindt, dan hoef je niet te rekenen op enige aanpassing of clementie van de school.

Bovendien moet je voor dat deel waar je – naar het oordeel van de school (want die houdt de regie) – maar een middenmotertje bent, gewoon schools blijven meedraaien. Ook al word je helemaal horendol, depressief, of obstinaat van die klas en die school.

Geluk op hobby-niveau

Geluk op hobby-niveau is blijkbaar waardeloos. De leerling die ongelukkig of vervelend of zelfs gevaarlijk wordt van de ontkenning van zijn problemen, het zich genegeerd voelen, wordt in een oplopende schaal van 'regievoering' van de ene gesubsidieerde voorziening naar de andere geduwd, waarbij je erop mag rekenen dat de school de centjes blijft beheren. Alsof dat een opluchting is voor leerlingen.

Zo past dit plan uitstekend in de volharding van het bestaande, waarbij de ene hand de andere wast, zonder werkelijk naar ouders en leerlingen te luisteren en zonder een oplossing te vinden voor het simpele feit dat schoolonderwijs nu eenmaal niet altijd en niet voor iedereen een succesnummer kan zijn.

Nog erger: wie afbrandt in het schoolse, komt op termijn vanzelf terecht in het Van-8-tot-8 arrangement. Stel je het eens voor: dubbel zoveel uren van hetzelfde, waarmee het zo mis ging. En dat zou moeten helpen? Ik geloof er niets van.