Home » Opinie » We moeten kinderen beter leren omgaan met boosheid en frustraties

We moeten kinderen beter leren omgaan met boosheid en frustraties

Door:

Elsie Sloot

Elsie Sloot vindt dat kinderen niet goed leren hoe ze moeten omgaan met boosheid en frustraties. Daardoor zullen ze vaker conflicten oplossen met geweld.

De conrector Hans van Wieren werd in januari 2004 op zijn eigen school vermoord door een leerling. De leerling was van Turkse afkomst, en daar werd veel aandacht aan besteed. Ik heb me daaraan geërgerd. Het benadrukken van een verschil in cultuur tussen Turkse Nederlanders en andere Nederlanders in dit verband, gaat voor mijn gevoel volledig voorbij aan de kern van deze gebeurtenis. En die is: allerlei soorten mensen, allochtoon en autochtoon, jong én oud, kiezen steeds vaker voor een gewelddadige oplossing als ze een conflict hebben.

Dáár zouden we het over moeten hebben. Geweld is regel geworden. Agressief gedrag zal in de toekomst alleen maar meer optreden, want kinderen zien om zich heen dat geweld een effectieve manier is om je zin te krijgen. Laten we dáár iets aan gaan doen.

Zoveel woede

De moord op conrector van Wieren bracht natuurlijk vooral verontwaardiging naar boven. En terecht: hoe haalt zo'n leerling het in zijn hoofd? Wat heeft die man hem gedaan, behalve dat hij zijn werk deed?

Maar bij mij kwam er nog iets naar boven: het besef van zoveel woede in een jonge jongen. Die jongen zat zo vol woede, dat het tot een geplande moord leidde. Hoe boos moet je worden om zo door te slaan in wat je denkt, zegt, en vervolgens ook doet?

De onmacht van kinderen

Hoe boos kun je worden in het verkeer? Hoe boos kunnen je kinderen je maken? Hoe erg kan iemand zich ergeren aan de buren, of hoe boos of machteloos kan een kind zich voelen op school?

Ik weet het nog als de dag van gisteren: de enorme machteloosheid toen ik nog op school zat. Ik herken dat. Het werd opgewekt door het gedrag van andere leerlingen, maar ook door het gedrag van de docenten. De boosheid en het gevoel van onrechtvaardigheid herinner ik me nog heel goed. De pijn van de verschrikkelijke gevoelens van gezichtsverlies kan ik nog steeds gemakkelijk oproepen, ook al is het al 40 jaar geleden.

Ook nu lopen kinderen trauma's op doordat ze gepest worden. Ook nu zijn er nog docenten die niet doorhebben hoezeer ze een leerling met hun gedrag voor gek kunnen zetten. Mijn ervaringen hebben bij mij diepe sporen achtergelaten. De woede van toen voel ik nog steeds.

Zoiets doe je niet

Ik heb de agressie in mij niet geuit in moorddadig gedrag, want dat deed je niet in die tijd. Dat deed je niet en dat doe je nog steeds niet, in de Nederlandse cultuur. En als vrouw al helemaal niet.

Maar tot mijn verbazing hoor ik boze mensen steeds vaker zeggen dat ze een ander allerlei dodelijks wensen of dat van plan zijn. Ze zeggen dat niet alleen thuis of tegen mij, om zich af te reageren. Maar ik hoor het ze ook zeggen tegen hun kinderen, hun buren of de voorbijgangers op straat. Mannen, jongens, maar ook vrouwen en jonge kinderen, het maakt niet uit. Mensen worden snel boos en wensen elkaar dan allerlei narigheid toe.

De agressie-toename in films, op de televisie en in videospelletjes krijgen de schuld. Ja, inderdaad, in mijn jeugd was er niet zoveel televisie, er waren geen videospelletjes en vechten deed je als meisje als helemaal niet. Maar zou meer geweld in games en op televisie de oorzaak zijn van het toenemende geweld tussen mensen? Misschien. Veel belangrijker vind ik echter dat kinderen en thuis, op de kinderopvang en op school wordt toegestaan om op een agressieve manier met elkaar om te gaan. Daar wordt veelal onpedagogisch op gereageerd.

Slachtoffers worden daders

Mijn agressie moest ik op een andere manier kwijt. Ik verpakte het in woorden, en ook wel in ander gedrag. Ik verstopte mijn agressie, maar daarmee was het bijbehorende gevoel er niet minder om.

Inmiddels weet ik uit mijn ervaring als opvoedkundige dat er met daders en pesters heel wat mis is. Dit weet ik nu: veel daders van kindermishandeling, huiselijk geweld en pesten zijn vaak zelf slachtoffer geweest. Veel slachtoffers worden zelf dader. Hun eigen gevoelens van onmacht maakt woedend en die woede vraagt om machtsherstel. Met alle narigheid vandien.

De oorsprong van veel geweld ligt voor mijn gevoel dus in de onmacht die veel kinderen voelen en dat ze daar niet goed mee kunnen omgaan.

Het begint in de wieg

Omgaan met onmacht kun je leren, meestal thuis in de opvoeding. Daar leer je – als het juist is – wat het is om anderen te respecteren en van hen respect te ontvangen. Generatie na generatie.

Als het goed is, leren kinderen vanaf de eerste dag in hun leven om met frustraties om te gaan: je hebt honger, je schreeuwt, en er komt niet meteen iets. Nou?! Als ouder kom je natuurlijk wel, je moet voor je kind zorgen, maar je bent er niet altijd meteen, toch? Of wel? Kijk, daar begint het eigenlijk al.

Waarom mogen kinderen niet huilen?

Ik krijg de indruk dat kinderen eigenlijk niet mogen huilen. Dat elke frustratie moet worden vermeden. Als je kind huilt, of boos is, moet je daar als ouder onmiddellijk iets aan doen. Zorgen dat het stopt. Omdat jij er last van hebt, of anders de buitenwereld wel.

Stel, je kind ligt te brullen op de grond van de supermarkt. Het duurt niet lang tegenwoordig of je wordt erop aangesproken. Hop, dan maar een speen erin, of een ander zoethoudertje kopen. De reclame weet kinderen hierbij slim te steunen...

Doe dat anders! Een kind moet ook leren dat het soms nodig is om even te wachten en om zijn bevrediging uit te stellen. En soms krijgt hij 'nee' te horen. Het kind mag dan best boos zijn, maar daarna komt het weer goed. Je kind krijgt die voeding heus wel. Hij mag ook even voorzichtig aan de bril van opa zitten. Hij mag ook even spelen met het speelgoed van dat andere kindje, maar rustig, voorzichtig aan. En soms mag het niet, dan krijg je het niet en daar kom je dan ook wel weer overheen.

Omgaan met frustratie kun je leren

Omgaan met frustratie is iets wat je moet leren. De een heeft er meer talent voor dan een ander, maar oefening baart kunst. Maar dan moet je er wel de kans toe krijgen.

Door oefening leer je dat boos zijn is toegestaan. Maar dan wel zo, dat een ander daar geen last van heeft. Een ander pijn doen omdat jij boos bent, dat accepteren we niet. Ouders kunnen een kind zoiets al heel snel leren. Dan leert een kind om te proberen op andere manieren zijn zin te krijgen.

En steeds ontdekt het kind wat de grenzen zijn. Je liefhebbende omgeving leert je waar je over de grens gaat. Zoals bij een stopcontact: als je daar je vingers in wilt steken, dan mag dat niet, van niemand.

Straffen of toenadering zoeken?

Hoe jij als ouder omgaat met de boosheid en frustratie van je kind, is van grote betekenis. Straf je een boos kind door hem in de hoek of op de gang te laten afkoelen? Of ben je in staat om contact te maken met je boze kind, om hem voldoende ruimte te geven om te leren om het zelf op te lossen, zonder hem als persoon af te wijzen?

Een boze peuter kun je bijvoorbeeld ook op schoot nemen. Door hem lichamelijk tegen te houden in agressief gedrag, door hem vast te houden en liefkozend te aaien, en ondertussen onder woorden te brengen waar zijn boosheid vandaan komt, leer je hem dat er manieren zijn om boosheid om te buigen. Boos zijn mag, maar een ander straffen voor jouw woede, dat moet je al jong afleren.

Hoe uiten opvoeders zelf hun boosheid?

En dus is ook de manier waarop opvoeders (ouders, leerkrachten, sportleraren, wijkagenten etc.) omgaan met hun eigen boosheid van belang. Hoe uiten zij zelf hun boosheid of frustratie?

Als je je kind steeds letterlijk op de vingers tikt om hem te leren dat er een grens overschreden is, dan geef je de boodschap dat je het overschrijden van jouw grenzen met geweld moet beantwoorden. Je kind laat het na die tik wel uit zijn hoofd om nog eens in de buurt van het stopcontact te komen. Maar wat doet dat kind met zijn frustratie?

Als je elke keer dat een kind iets doet wat jou niet aanstaat ook daadwerkelijk macht uitoefent op dat kind, geef je het voorbeeld dat je een ander mag straffen voor jouw ongenoegen. Kinderen uitschelden op het sportveld, in de klas of thuis: het is vernederend machtsvertoon.

Kinderen leren dat geweld een zeer effectieve manier is om je zin te krijgen. Zolang dat het geval is, zal agressief gedrag niet afnemen.

Leestip

Fascinerend geweld, omgaan met agressie op school, door Allan Guggenbühl

Elsie Sloot

is opvoedkundige en moeder van drie volwassen kinderen. Ze leidt sinds 1990 het Bureau voor opvoedingsadvies en interculturele opvoedingscommunicatie (BOA) in Rotterdam. Zie www.opvoedingsadvies.nl.