Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

12 december 2008 door Aleid Grijpma

Alsmaar onderzoeken - waarom al dat gesol? (10 jr)

Mijn zoontje (net 10 geworden) heeft zonder problemen op de peuterschool gezeten. Daarna is hij naar het basisonderwijs gegaan, waar hij in een grote groep kwam, met 30 kinderen. De leerkrachten gaven aan dat hij daar moeite mee had: druk gedrag, slecht luisteren.

Na het overlijden van zijn opa, die echt een maatje/vriendje van hem was (vader afwezig vanaf de zwangerschap) en een ziekenhuisopname voor een dubbele longontsteking (zeer traumatisch) vonden de leerkrachten het wenselijk dat hij naar een medisch kinderdagverblijf ging. Hij is daar onderzocht op PDD-NOS, ADHD, etc. waar niets is uitgekomen. Wel kreeg ik het advies voor speciaal onderwijs (kleine groepen, meer aandacht, structuur e.d.). Dit ging heel erg goed en ze verwachtten eigenlijk dat als hij ouder zou zijn, hij waarschijnlijk wel weer naar het gewone basisonderwijs zou kunnen.

Daarna zijn wij verhuisd en is hij weer op een speciale school geplaatst. Dit ging zo goed dat ze na 1 jaar vonden dat hij wel naar het gewone basisonderwijs overgeplaatst kon worden. Dit werd een grote nachtmerrie. Met leerkrachten die alles verprutst hebben wat er maar verprutst kon worden. Hij schopte overal tegenaan en was wanhopig. Met onze tips (ook van zijn vorige school) werd niets gedaan, afspraken werden niet nagekomen, en er werd niet naar ons of naar de begeleiding geluisterd. Het was zelfs zo erg dat ze zeiden dat hij gek was en dat ze hem daar niet meer wilde hebben!

Toen weer terug naar zijn speciale school in een speciale groep om hem weer rust, structuur en duidelijkheid te geven. De leerkracht gaf aan dat hij goed te hanteren was maar wilde hem wel laten onderzoeken door de GGZ. Dit advies hebben we opgevolgd en daar is wederom niets uitgekomen. (Citaat: "Vanuit de intake bij de GGZ wordt geen kind-eigen psychiatrische problematiek waargenomen").

Thuis hebben we geen problemen met hem en is hij goed te hanteren. Maar nu hij is overgeplaatst naar de opvolggroep, gaat het weer even iets minder op school en willen ze dat we wéér naar de GGZ gaan. We hebben het gevoel dat ze maar willen dat er een etiket op hem geplakt kan worden.

We worden een beetje wanhopig van dit gesol en vinden het voor mijn zoon ook niet echt bevorderlijk voor zijn zelfvertrouwen als hij weer ergens voor onderzocht moet gaan worden.

En bovendien: een mevrouw van de GGZ zei dat als je een gezond normaal mens laat werken tussen geestelijk gehandicapten, hij zich zal aanpassen. Dit is volgens haar ook het geval met onze zoon. Hij is slim, liep op veel vakken voor op school en zit nu ook tussen kinderen met ADHD en PDD-NOS en past zich waarschijnlijk ook daaraan aan?

Ik heb aan familie en vrienden gevraagd hoe zij mijn zoontje zien (misschien wil ik iets niet zien...) maar ze vinden hem niet anders dan andere kinderen. Mijn familie zegt juist steeds dat mijn zoon een stuk rustiger is geworden.

We weten niet meer wat we moeten doen en zouden graag de mening horen van iemand die er met een open blik naar kijkt.

Antwoord

U vertelde een heel herkenbaar verhaal dat ik als kinderpsychiater regelmatig meemaak. Ik begrijp uw probleem dus heel goed.

Toch zijn al die onderzoeken wel degelijk ergens goed voor, ook als er in eerste instantie niets uitkomt. Ik zal dat hieronder uitleggen. Daarbij zal ik tevens aangeven hoe het zou kunnen komen dat familie en bekenden niets bijzonders zien terwijl er wel degelijk iets aan de hand kan zijn.

Kindfactoren

Een deel van de problemen waar uw zoontje tegenaan loopt, zal ongetwijfeld te maken hebben met de omstandigheden, oftewel de omgevingsfactoren. Zoals: de nare dingen die hij heeft meegemaakt, en de nieuwe basisschool waar de leerkrachten niet goed met hem overweg konden.

Maar anderzijds zal zijn problematiek toch ook te maken hebben met hoe hij zelf in elkaar zit. Oftewel: de kindfactoren, die ervoor zorgen dat het hem niet lukt om goed te functioneren op het reguliere basisonderwijs. Zelfs op het speciaal onderwijs gaat het soms moeizaam, vertelde u. Onder andere bij veranderingen.

Ik ken uw zoon niet, en wat u over hem vertelde is te summier om echt iets over hem te kunnen zeggen. Maar op grond van uw verhaal vind ik het wel belangrijk om goed naar de kindfactoren (zoals: intelligentie, gedrag, contact maken, etc.) te kijken.

Onderzoek in de kleutertijd

Inmiddels is er al twee keer een onderzoek gedaan, begreep ik (met uitzicht op een derde onderzoek), waarbij het eerste onderzoek plaatsvond in de kleutertijd.

De kleutertijd is een periode waarin kinderen zich nog ontzettend ontwikkelen, waardoor het altijd nuttig is om zo'n onderzoek nog eens over te doen in de basisschoolleeftijd. Soms zie je dan weer heel andere dingen. Zeker bij een kind zoals uw zoon, die veel heeft meegemaakt, kan dat belangrijk zijn.

Wat ook vaak voorkomt, is dat je problemen pas op latere leeftijd beter ziet. Dan waren die problemen er eigenlijk al, alleen zag je ze nog niet zo duidelijk. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat naarmate een kind ouder wordt, er meer eisen aan hem gesteld worden. Ook wat zijn gedrag betreft. Zodra een kind naar school gaat, moet het zich bijvoorbeeld aan allerlei regels gaan houden die voorheen nog niet golden.

Al met al worden de kindfactoren dus steeds duidelijker naarmate het kind ouder wordt, waardoor het ook steeds zinvoller wordt om dat te onderzoeken.

Niets bijzonders te zien

Thuis gaat het goed, familie en vrienden zien eigenlijk niets bijzonders aan uw zoon, en de onderzoeken die tot nu toe zijn uitgevoerd, leverden niet veel op. Hoe kan dat nou? In al die gevallen gaat het om 1-op-1 situaties (bij het onderzoek) of om kleine gezelschappen (thuis, en bij familie en vrienden). Kinderen kunnen dan inderdaad vaak heel goed functioneren.

Op school is de situatie echter heel anders, waardoor het daar een stuk moeizamer kan gaan. Bijvoorbeeld in contact met andere kinderen, luisteren naar de juf of de meester, taken uitvoeren, en omgaan met plotselinge veranderingen. Dus allerlei dingen die je 1-op-1 of thuis niet hoeft te zien.

Daarom adviseer ik in dit soort situaties nogal eens een schoolobservatie. Dat is: in de klas en op het schoolplein naar een kind kijken en zien hoe het dáár functioneert.

Formele vereisten

Tot zover de inhoudelijke redenen waarom het nuttig kan zijn om bepaalde onderzoeken te herhalen. Daarnaast zijn er ook formele vereisten. U zei: "We hebben het gevoel dat ze maar willen dat er een etiket op hem geplakt kan worden". In zekere zin is dat ook zo, alleen niet omdat die onderzoekers dat nu zo graag willen, maar vanwege uw eigen belang daarbij.

Als een kind op het speciaal onderwijs zit, moeten er verklaringen worden afgelegd waarom een kind dat type onderwijs nodig heeft. Het kind moet voldoen aan bepaalde criteria om bij een bepaald cluster te horen.

Het speciaal onderwijs kent vier clusters:

  • cluster 1 - visuele beperkingen;
  • cluster 2 - taal/spraakproblemen en gehoorproblemen;
  • cluster 3 - verstandelijke handicaps en lichamelijke beperkingen;
  • cluster 4 - psychiatrische problemen.

Aan uw vraag te zien denk ik dat uw zoon in aanmerking komt voor cluster 4 onderwijs en dan moet je als kind nu eenmaal een psychiatrische diagnose hebben. Vandaar dat er soms heel wat onderzoeken nodig zijn. Anders moet het kind van zo'n school af.

Kortom: ik snap uw punt, maar aan de andere kant is het toch ook wel belangrijk om erachter te komen wat er nu zo moeilijk is voor hem, en waarom het hem tijd kost om zich aan te passen. Zegt dit toch iets over hem? En wat dan precies?

Verder onderzoek

Een van de mogelijkheden voor verder onderzoek gaf ik hiervoor al aan, namelijk een schoolobservatie. Ook zou u kunnen kiezen voor een onderzoek bij een universiteitscentrum. Denk daarbij vooral eens aan een neuropsychologisch onderzoek en aan een intelligentie-onderzoek.

Een extra reden om juist nu – tijdens de basisschoolleeftijd – te denken aan een intelligentie-onderzoek, is dat hij op een gegeven moment naar het middelbaar onderwijs moet, waar het voor hem nóg lastiger kan worden dan nu al het geval is. Dan is het goed om vooraf te weten wat hij wel en niet aankan.

Tot slot nog dit. U suggereerde dat uw zoon zich moet aanpassen aan kinderen met een stoornis, en dat zijn niveau van functioneren daardoor omlaag zou kunnen gaan. Dat zou kunnen. Het kan echter ook zijn dat uw zoon angstig en onzeker wordt van nieuwe situaties en dat hij daar erg van slag van kan raken. Dat moet echt onderzocht worden.

Succes ermee!