6 september 2002 door Jeroen Aarssen

Gebalanceerde tweetaligheid, bestaat dat? En zo ja, hoe bereik je dat? (16 mnd)

Mijn zoon is 16 maanden. Ik ben Argentijnse en mijn man is Cubaans. Thuis spreken wij uitsluitend Spaans.

Ik ben sinds enkele maanden lid van een mailinglist voor ouders die hun kinderen tweetalig opvoeden. Daar lees ik veel ervaringen en krijg ik goede adviezen. Ik lees ook regelmatig vakliteratuur over tweetaligheid. Op grond van al deze informatie hebben wij besloten om het model [email protected] te gebruiken. ['[email protected]' staat voor 'minority language at home', oftewel buitenlands als thuistaal - red.]

Binnenkort gaat mijn kind naar de crèche (3 dagen per week). Ik ga ervan uit dat hij daar genoeg Nederlands gaat leren om het juiste niveau te hebben zodra hij met het basisonderwijs begint. Toch hoor ik regelmatig dat mijn kind mogelijk een achterstand in het Nederlands zou kunnen krijgen omdat wij die taal thuis niet spreken. Ik lees ook veel over kinderen van migranten in Nederland die over het algemeen niet goed presteren op school vanwege een gebrek aan taalkennis. Ik voel mij hierdoor aangesproken, omdat ik ook migrant ben.

Ik wil dus graag vanuit onze concrete situatie in Nederland een aantal vragen stellen:

1. Zal de input van de crèche genoeg zijn om het niveau van een ééntalige kleuter te bereiken?

2. Is het waar dat (alle) kinderen van migranten slecht presteren op school?

3. Ik ga er vanuit dat mijn zoon echt tweetalig wordt als hij hetzelfde niveau in beiden talen bereikt. Hoe kunnen wij dit proces een handje helpen?

4. Ten slotte: mijn man en ik spreken allebei Spaans, maar we hebben allebei een ander accent. Ook gebruiken wij verschillende vormen voor het woord "je", ("tu" respectievelijk "vos"), en de vervoeging van de tweede persoon is ook anders. Tot nu toe begrijpt onze zoon alles wat wij tegen hem zeggen en inmiddels heeft hij een woordenschat van ongeveer 5 woorden. De vraag is echter: moeten wij "neutraal Spaans" gaan spreken om het leerproces wat makkelijker voor hem te maken, of kunnen we allebei gewoon onze eigen variant van het Spaans blijven spreken?

Antwoord

Kort samengevat luidt het antwoord op uw vragen als volgt:

  • volledig gebalanceerde tweetaligheid is in theorie mogelijk maar in de praktijk meestal niet;
  • het is aan te raden dat u en uw man de eigen varianten van het Spaans blijven praten met uw zoon; de één Argentijns-Spaans en de ander Cubaans-Spaans. Met name het tweede punt (ieder zijn eigen Spaans) biedt de grootste kans op een gebalanceerd tweetalig kind. Hieronder zal ik meer in detail ingaan op uw vragen.

Gebalanceerd tweetalig

Met de term "gebalanceerd tweetalig" wordt bedoeld dat beide talen in evenwicht zijn, oftewel dat iemand ze allebei "even goed" beheerst.

Dat evenwicht is afhankelijk van de omstandigheden waarin de twee talen worden aangeleerd:

  • de hoeveelheid mensen in de directe omgeving van het kind, die Taal 1 spreekt en de hoeveelheid die Taal 2 spreekt;
  • de mate van betrokkenheid van die mensen bij de opvoeding van het kind;
  • de situaties waarin Taal 1 en Taal 2 tegen het kind gesproken wordt.

U zult begrijpen dat deze omstandigheden vaak juist wél verschillen (niet evenveel mensen, niet precies dezelfde betrokkenheid, en niet precies dezelfde situaties).

Voorspelling

Ik zal proberen te voorspellen wat er in uw situatie gaat gebeuren.

Omstandigheden - uw zoon hoort op dit moment vooral Spaans en (waarschijnlijk) wat minder Nederlands. Spaans wordt bovendien gesproken door u en uw man – twee "kernfiguren" bij zijn opvoeding – in situaties die voor hem belangrijk zijn (zoals eten, verschonen en voorlezen).

Conclusie - het is logisch dat dat leidt tot een overwicht van het Spaans.

Ieder zijn eigen spaans

U kunt allebei gewoon uw eigen Spaans blijven spreken. Het maakt voor kinderen namelijk niet uit dat er verschillen zitten in uitspraak, woordenschat of vervoegingen. En hoe minder nadruk u legt op de verschillen, des te sneller een kind het normaal vindt dat er verschillende woorden voor een zelfde begrip zijn.

Het werkt ongeveer net zoals alle kinderen moeten leren dat er in één taal synoniemen bestaan (twee verschillende woorden die ongeveer hetzelfde betekenen), en dat er homoniemen bestaan (één woord, zoals "bank", dat meerdere betekenissen kan hebben).

Ouders steeds minder belangrijk

Naarmate uw zoon ouder wordt, neemt – helaas voor u – het relatieve belang van de ouderlijke rol steeds verder af, en wordt de club van invloedrijke mensen om hem heen steeds groter.

Dan komt ook het Nederlands steeds vaker om de hoek kijken: het is de taal die wordt gesproken door de leidster van de crèche, door vriendjes en vriendinnetjes, door buren, in de winkel, op straat, nog later op school, op de sportclub, enzovoorts.

Omdat uw zoon, als hij wat groter wordt, veel Nederlands zal horen, zal de balans op den duur waarschijnlijk doorslaan naar de andere kant. Naar het Nederlands dus.

Kortom

Kortom: laat het Nederlands over aan anderen en zorgt u zelf voor het Spaans. De weegschaal zal nooit precies in evenwicht staan, maar een beetje evenwicht is ook mooi.

Kinderen van migranten

Tot slot uw vraag of kinderen van migranten altijd slecht presteren. Dat is niet het geval. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van hoger opgeleide asielzoekers juist heel goed meekomen in het onderwijs. Taalachtergrond is hier niet de belangrijke factor, maar wel de sociaal-economische achtergrond.

Er zijn ook ééntalige Nederlandse kinderen die het risico lopen dat ze door achterstanden in het Nederlands slecht presteren op school. Dat zijn vaak kinderen uit lagere sociale milieus, waar weinig wordt voorgelezen en waar niet zoveel prikkelende gesprekken tussen ouders en kinderen plaatsvinden, oftewel: waar weinig aan taalstimulering wordt gedaan.

Succes!