Home » Vraagbaken » Hoe dichtbij mag een pleegouder komen 9 jr

Hoe dichtbij mag een pleegouder komen? (9 jr)

Door:

Annelou de Vries

Ik heb een kind van 9 jaar met ADHD en kenmerken van ODD. [ODD staat voor 'Oppositional Defiant Disorder', een agressieve gedragsstoornis - red.] Sinds een maand is ze in een pleeggezin.

Nu haalde ik haar gister op, en toen kuste de pleegmoeder haar. Dat vond ik niet prettig.

Moeten pleegouders niet een bepaalde afstand houden, ook omdat mijn kind al moeite heeft met het hanteren van afstand en nabijheid?

Antwoord

Eigenlijk is het altijd gruwelijk moeilijk voor ouders als zij moeten aanvaarden dat hun kind niet bij hen thuis kan zijn, maar in een pleeggezin moet verblijven. Maar ook voor het kind is het een ingewikkelde situatie. Er zijn eigenlijk twee paar ouders: de biologische ouders en de pleegouders. Hoe moeten ze daarmee omgaan?

Daarover gaat ook uw vraag. U vond het zelf een moeilijk moment, wat heel begrijpelijk is, maar u wilt vooral weten hoe dit nu bij uw dochter overkomt. Dat is een ingewikkelde kwestie, waar ik graag wat meer over wil vertellen.

Dubbele band

De deskundigen zijn het erover eens dat het belangrijk is voor een kind om zowel met de biologische ouders áls met de pleegouders een goede band te kunnen hebben. Het is dan de kunst om ervoor te zorgen dat in zowel de relatie met de eigen ouders als met de pleegouders er ruimte is voor de ander.

Dat betekent, denk ik, niet zozeer dat een pleegmoeder geen kus mag geven, maar dat zij in de persoonlijke band die zij onvermijdelijk krijgt met het pleegkind, laat zien en merken dat de biologische moeder er ook mag zijn. En omgekeerd.

Beter dan een tehuis

Als een kind om wat voor reden dan ook niet in zijn of haar eigen huis kan blijven, wordt er meestal tot plaatsing in een pleeggezin besloten omdat een gezinssituatie meer warmte en persoonlijke aandacht voor een kind kan bieden dan een andere 'uithuisplaatsing', zoals een tehuis. Het zal duidelijk zijn – en ook daar zijn de deskundigen het over eens – dat een echt gezin doorgaans de meeste veiligheid en de meeste warmte biedt voor kinderen om op te groeien.

Als het (tijdelijk) niet mogelijk is dat kinderen thuis wonen, bijvoorbeeld omdat ze zeer moeilijk te hanteren zijn (in uw geval vanwege ADHD- en ODD-problematiek), of omdat de ouders vanwege de problemen die zelf hebben, het niet meer aankunnen, dan kan een pleeggezin dus een goede 'second best' zijn.

Een van de belangrijkste redenen dat een pleeggezin beter voor een kind wordt geacht dan een tehuis, is juist dat een kind met pleegouders een hechtere band kan opbouwen dan met steeds wisselende groepsleiders.

Begeleiding

Hoe moeten biologische en pleegouders nu met elkaar omgaan? Meestal wordt dat, zeker als beide partijen elkaar nog niet goed kennen, begeleid door de instelling van waaruit de pleegzorg georganiseerd is, of door de voogd die aan het kind toegewezen is.

Die begeleiding is er niet voor niets. Want hoe reageer je als biologische ouder als je toe moet zien hoe pleegouders de dagelijkse verzorging van jouw kind hebben overgenomen? Dat kan zó lastig zijn dat je daar wel wat hulp bij kunt gebruiken.

Net zoals het bij een scheiding het beste is voor een kind als er niet te veel ruzies en conflicten tussen de ouders zijn, zo geldt dat ook voor de relatie tussen ouders en pleegouders. Voor kinderen die bij pleegouders verblijven, is het dus het fijnste als hun ouders en pleegouders goed met elkaar overweg kunnen, en samen kunnen overleggen wat er in welke situatie het beste gedaan kan worden. Lukt dat niet zo goed, dan kun je erover praten met de begeleiding.

Rekening houden met elkaar

Als een kind opgroeit in een pleeggezin, dan krijgt het te maken met de gewoontes en gebruiken die daar gelden. Dat is onvermijdelijk. Maar over veel dingen kan natuurlijk altijd overlegd worden. Ook voor de pleegouders kan het prettig zijn om te horen wat een kind van huis uit gewend is, en wat de eigen ouders belangrijk vinden in de opvoeding. Voor zover mogelijk kan daar dan rekening mee gehouden worden. Bijvoorbeeld als het gaat om geloof of eetgewoonten.

Maar andersom moet je als biologische ouder (of ouders) de pleegouders wel de kans geven om zelf te ontdekken hoe ze het beste kunnen omgaan met jouw kind. En bedenk dat je kind zich vaak het snelst thuisvoelt in zijn pleeggezin als het voelt dat zijn eigen ouders achter de plaatsing staan.

Taakverdeling

Voor een kind is het meestal het duidelijkst (en dus het prettigst) als de pleegouders verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken, en de biologische ouders hun eigen speciale momenten met het kind hebben. Daarom worden er, als het enigszins mogelijk is, bezoekjes afgesproken met de eigen ouders.

Dat kan betekenen dat het kind regelmatig een dag of een weekend bij de eigen ouders is, maar ook dat het kind op belangrijke dagen (zoals verjaardagen) in het pleeggezin aanwezig is. Als deze afspraken goed lopen, lukt het meestal wel om het kind een goede band te laten hebben met zowel de eigen ouders als de pleegouders.

Een kus voor beiden

Er zijn genoeg voorbeelden dat het mogelijk is om een kind met zowel de biologische ouders als de pleegouders een hechte band te laten hebben, zonder dat de pleegouders daarbij echt afstand hoeven te houden. Veel belangrijker is dat de biologische ouders en de pleegouders met elkaar proberen te praten, elkaar proberen te begrijpen, en respect voor elkaar kunnen tonen.

Als een kind langer in een pleeggezin verblijft, en als zijn eigen ouders en de pleegouders elkaar hebben leren kennen, dan hoeven de contacten vaak niet meer met begeleiding te verlopen, maar kunnen beide ouderparen dit zelfstandig doen.

In zo'n situatie geloof ik dat ook uw kind, dat moeite heeft met afstand en nabijheid, zich zowel met u als met de pleegouders zodanig vertrouwd kan voelen dat het vanzelfsprekend is dat er een kus gegeven wordt aan beiden!

Succes ermee!

Annelou de Vries

Annelou de Vries is kinder- en jeugdpsychiater, en als zodanig werkzaam bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam. Daarnaast werkt zij mee aan de opleiding voor kinder- en jeugdpsychiaters.