Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

9 maart 2007 door Joanna Sandberg

Hoe leer ik mijn kind te accepteren dat hij fouten mag maken? (6 jr)

Mijn zoontje van 6 jaar is in het algemeen een vriendelijk, enthousiast, en intelligent kind met genoeg vriendjes. Hij is echter van jongs af aan zeer gevoelig voor kritiek (ook zelfkritiek), waardoor zijn leren op school negatief beïnvloed wordt en hij bepaalde werkjes vermijdt.

Thuis weigert hij gezelschapsspelletjes zoals memory en domino te spelen, uit angst fouten te maken en niet te winnen.

Heel vaak loopt hij de kamer uit bij het tv-kijken, omdat hij het niet kan verdragen als een personage iets doet wat niet mag. Het gaat dan om gewone kinderprogramma's zoals kabouter Plop.

Door dit alles dreigt hij in zijn ontwikkeling niet meer mee te komen met zijn leeftijdsgenootjes. Volgens mij hebben wij als ouders een positieve en accepterende houding, en stellen wij geen al te hoge eisen.

Mijn vragen: hoe doorbreek ik de vermijding? Hoe leer ik mijn kind te accepteren dat hij fouten mag maken en stout mag zijn? Is er professionele hulp nodig?

Antwoord

Uw zoon van 6 jaar is een intelligent, gevoelig kind, maar erg onzeker. Hij wil eigenlijk alleen dingen doen waarvan hij zeker weet dat hij ze kan, en als hij denkt dat hij iets niet kan, dan vermijdt hij het. Bij voorbaat maakt hij dus de inschatting "kan ik dit, of kan ik dit niet?"

Zijn probleem uit zich in verschillende omstandigheden. Vooral op school, omdat hij daar prestaties moet leveren. Maar ook thuis, want hij vermijdt zelfs spelletjes, uit angst om fouten te maken.

Hieronder zal ik iets meer vertellen over de achtergronden van dit soort gedrag. Tot besluit geef ik tien praktische adviezen.

Spelletjes

Blijkbaar denkt hij dat hij fouten maakt als hij niet wint. En juist het aantrekkelijke, maar voor hem juist vreselijke, van spelletjes is dat je van te voren niet kunt voorspellen wie er gaat winnen. Daarom begint hij er niet aan.

Het leuke van een spelletje ontgaat hem totaal. Dat is jammer, want bij gezelschapsspelletjes gaat het natuurlijk vooral om de gezelligheid. De bedoeling is vooral om samen iets leuks te doen. Als je wint is dat natuurlijk heel fijn, maar het is niet het doel op zich. Bij uw zoon is verliezen helaas een ramp geworden.

Leeftijds-adequate eisen

Je kunt je afvragen hoe dit nu zo gegroeid is bij uw zoon. U vertelde dat u als ouders een positieve en accepterende houding heeft, en dat u geen al te hoge eisen stelt. Ik weet niet wat u met 'al te hoge eisen' bedoelt, maar bij een goede opvoeding hoort zowel een positieve en accepterende houding, als het stellen van leeftijds-adequate eisen. In dit geval: eisen waaraan een kind van 6 jaar kan voldoen.

Een al te toegeeflijke houding – waarmee ik niet wil zeggen dat u die heeft, dat weet ik niet – is niet goed voor een kind, omdat het dan geen (leeftijds-adequate) uitdagingen krijgt. En uitdagingen zijn ook nodig, om te leren hoe je daarmee om moet gaan. Uw zoon heeft er in ieder geval nogal moeite mee op dit moment.

Door alleen te doen wat je goed kan (dus door geen uitdagingen te aanvaarden), krijg je te weinig ervaring in andere werkjes, andere prestaties, spelletjes, etc. die andere kinderen wel doen. Je gaat dan inderdaad achterlopen in je ontwikkeling, zoals u zelf al opmerkte.

Humor en relativering

Naast het stellen van leeftijds-adequate vind ik humor altijd erg goed werken in de opvoeding. Humor is vaak een onderschatte kracht! Met een grapje kun je veel relativeren. En vooral relativeren is iets wat u uw zoon zou moeten leren.

U probeert dat al, door uw zoon te vertellen het helemaal geen ramp is om te verliezen, fouten te maken, iets niet te kunnen, etc. Dat is op zich prima, maar het lijkt nog weinig effect te hebben. Ik zal u uitleggen hoe dat komt.

Zelfvertrouwen en faalangst

Om te kunnen relativeren, moet je voldoende zelfvertrouwen hebben. Zelfvertrouwen (of het gebrek daaraan) ontleen je aan je totale omgeving, waaronder de school, de sportclub, vriendjes, en – vooral – de ouders. Allemaal hebben die een grote invloed op de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van een kind. Maar ook het eigen ik speelt een rol. Het ene kind is in aanleg nu eenmaal onzekerder dan het andere.

Onzekere en faalangstige kinderen hebben de neiging zichzelf te onderschatten, en vinden allerlei dingen al snel 'te moeilijk'. Vaak denken ze ook extreem zwart-wit: voor hen is er niets anders dan slagen óf mislukken. Iets ertussen in bestaat niet voor ze.

Als er dan een keer iets wél goed gaat, geloven ze eigenlijk niet (meer) dat ze dat zelf gepresteerd hebben. Het is dan 'toeval' dat het gelukt is. Andersom wijten ze dingen die niet goed gaan, altijd aan zichzelf, wat de faalangst weer verder versterkt. Ook blijft bij deze kinderen een negatieve opmerking meestal veel langer hangen dan een positieve opmerking.

Streng voor zichzelf en anderen

Faalangstige kinderen zijn dus eigenlijk heel streng voor zichzelf, en waarschijnlijk ook voor anderen. Ze beoordelen zichzelf constant negatief, en denken dan dat anderen (ouders, leerkrachten, vriendjes, etc.) dat ook doen. Ze hebben het idee dat anderen hen alleen zullen accepteren als ze iets goed doen, en hen beslist zullen afwijzen als ze slecht presteren.

Het faalangstige kind doet dus té erg zijn best om alles goed te doen (om maar niet afgewezen te worden), wat enorm veel energie kost. Het is dus heel begrijpelijk dat uw zoon het onverdraaglijk vindt als iemand in Kabouter Plop iets doet wat niet mag. De gevolgen daarvan moeten verschrikkelijk zijn. Hij kan het niet meer relativeren.

Praktische adviezen

Wat kunt u als ouders doen? Hieronder geef ik een aantal praktische adviezen.

1. Neem het probleem serieus, maar breng het wel terug tot de juiste proporties. Maak bijvoorbeeld duidelijk dat een spelletje maar een spelletje is, dus iets wat je doet voor de lol.

2. Gebruik humor. Bijvoorbeeld: wie bij ganzenborden het eerst in de put is, heeft gewonnen. Dat soort omkeringen werken vaak heel goed bij kinderen.

3. Leer uw kind te relativeren, door zelf het goede voorbeeld te geven. Maak er bijvoorbeeld geen drama van als het eten een keertje is aangebrand, maar zeg vrolijk dat dat zelfs de beste kok wel eens overkomt. Vervolgens maak je er een feestje van, door pizza's te bestellen of pannenkoeken bakken.

4. Creëer voldoende succes-momenten, door datgene wat u van uw kind vergt, stapje voor stapje op te voeren. Zorg ervoor dat elke volgende stap goed haalbaar is. Zo ervaart het kind telkens een succes-gevoel, waardoor het zelfvertrouwen groeit. Je kunt dit bijvoorbeeld toepassen op huishoudelijke taken als 'een boodschap laten doen', 'de auto wassen', etc. (zie ook punt 5).

5. Geef uw kind een eenvoudige taak in het huishouden die hij goed aankan en die hij volkomen zelfstandig kan uitvoeren. Bijvoorbeeld: het verzorgen van een (makkelijk) plantje.

6. Speel veel met uw kind en laat hem lekker kliederen met verf, klei, zand, water, etc. Doe niet alleen spelletjes die winnaars en verliezers opleveren, maar leer hem bijvoorbeeld ook patiencen (met echte kaarten of op de computer), zet samen een bouwpakketje in elkaar, enzovoorts.

7. Streef naar een stabiele gezinssituatie met regels en regelmaat. Dat geeft een kind zelfvertrouwen en een gevoel van veiligheid. Met name het gevoel van veiligheid is nodig voor een kind om te durven oefenen.

8. Probeer een sfeer in uw gezin te scheppen (voor zover u dat nog niet deed) waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen elkaar zo veel mogelijk stimuleert en interesse toont voor elkaars bezigheden.

9. Straal zelfvertrouwen uit (bij wijze van 'het goede voorbeeld geven') en probeer optimistisch in het leven te staan. Een beetje toneelspelen om uw eigen onzekerheid en twijfels te verbloemen kan geen kwaad. Kunt u bijvoorbeeld geen hotel vinden als u op vakantie bent, laat dan zo min mogelijk blijken dat u dat heel vervelend vindt, of dat u zich zorgen maakt of het wel gaat lukken. Doe in zo'n geval alsof het de normaalste zaak van de wereld is (wat het ook is, trouwens).

10. Neem rustig de tijd om de bovenstaande adviezen op te volgen. Mocht er na een paar maanden nog geen enkel effect te zien zijn, dan is het wel verstandig om professionele hulp te zoeken.