Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

24 april 2009 door Joanna Sandberg

Hoe zinvol is strafwerk? (7 jr)

Mijn zoon van 7 zit in groep 4 op een leuke openbare school in ons dorp. Toen hij een keer ondeugend was geweest, moest hij drie dagen tijdens de pauze binnen blijven en strafzinnen schrijven: IK MOET NAAR DE JUF LUISTEREN.

Ik ben het eens terloops gaan navragen bij vriendjes uit de klas. Vrijwel alle jongens hebben dit jaar op school een aantal keren soortgelijke strafzinnen moet maken. Overigens heb ik niet het gevoel dat de jongens er erg onder lijden. Ze doen er nogal stoer en laconiek over.

Ik ben stomverbaasd dat deze straf nog bestaat. Wat is volgens de pedagogen de zin of onzin van dit soort sancties?

Antwoord

Ja, wat is de zin of onzin van strafwerk? Het klinkt heel ouderwets, of zelfs oubollig. Bijna iedere ouder herinnert zich wel een vervelende leraar die strafwerk op een verkeerde manier gebruikte, en machteloos – of zelfs woedend – te pas en onpas onzinnige strafregels liet maken.

Maar anderzijds ziet het ernaar uit dat strafregels een succesvolle comeback maken (hoewel ze op veel scholen helemaal nooit zijn weggeweest). Zie onder andere: Strafregels keren terug op school, in het AD van 3 februari 2009.

Als je kijkt naar de reacties op dat artikel, zie je twee dingen. Ten eerste dat het heftige emoties losmaakt en ten tweede dat er – zoals altijd – voor- en nadelen aan zitten. Hieronder zal ik mijn pedagogische visie daarop geven.

Schoolklimaat

Voor kinderen is een goed schoolklimaat heel belangrijk. Het is belangrijk dat kinderen kunnen zijn zoals ze zijn, zich prettig en veilig voelen op school, en dat ze kunnen leren en werken, zich kunnen ontwikkelen in schoolse vakken, maar ook sociaal. Een school heeft eigenlijk heel veel taken, en lijkt er ook steeds meer bij te krijgen.

Om een goed schoolklimaat te creëren is het vooral zaak dat de mensen die er werken, het leuk vinden om met kinderen te werken, en echt geïnteresseerd zijn in kinderen. De kinderen moeten voelen dat de school in het algemeen, en degene die voor de klas staat in het bijzonder, wil dat het goed met hen gaat. Ook al is een kind soms anders of soms lastig.

Lastig gedrag

Wat is lastig gedrag? Jongens zijn drukker dan meisjes, en jongens worden daardoor vaak als lastig ervaren. Maar zijn ze dat ook echt, of moet je gewoon op een andere manier met ze omgaan?

En als een kind altijd goed functioneert maar opeens vervelend gedrag vertoont (brutaal, koppig, ruzie maken, etc.) moet je dan op dat gedrag reageren (met boos worden, straffen, etc.) of moet je dan kijken wat er áchter dat gedrag ligt? Mogelijk gaat het thuis niet goed, of wordt het kind gepest, etc.

Veel draait dus om het contact tussen leerkracht en leerling, en als dat goed is, gaat er ook veel goed. Wat niet wegneemt dat je natuurlijk ook gewoon ettertjes hebt.

Macht en gezag

Waar houden kinderen eigenlijk zelf van? Kinderen houden van gezelligheid in de klas, maar ook van structuur en voorspelbaarheid, omdat het rust geeft om te werken. Dat laatste klinkt saai en ouderwets, maar het gaat nog steeds op.

Ook is het prettig en rustgevend voor kinderen als de gezagsverhouding open en duidelijk is. Want er is nu eenmaal een verschil in macht en gezag tussen de leerkracht en zijn of haar leerlingen. En als hij of zij daar goed mee omgaat, dan gáát het ook goed. Louter de aanwezigheid van een leerkracht die gezag uitstraalt (en waarvan het gezag geaccepteerd wordt), is al genoeg om puinhopen te voorkomen.

En ook al zijn bepaalde kinderen behoorlijk mondig (en gewend om – thuis – te onderhandelen), dan nog vinden die kinderen het onprettig om de macht te hebben. Dat betekent namelijk dat de leraar geen orde kan houden, oftewel geen gezag heeft, Daardoor ontstaat er chaos in de klas, die veel onrust met zich meebrengt en een slecht werkklimaat geeft.

Wanneer strafwerk?

Er vanuit gaande dat er een goede en geïnteresseerde leraar voor de klas staat, waarom en wanneer is het dan verstandig om strafwerk te geven?

Strafwerk kan gegeven worden wanneer een kind al aangesproken is op zijn storende gedrag en door de docent gewaarschuwd is, maar toch doorgaat. Ook nu gaat het weer om duidelijkheid. Er kan bijvoorbeeld afgesproken zijn dat een kind na drie waarschuwingen strafwerk krijgt. Kinderen weten dan waar ze aan toe zijn, en dat geeft rust.

Ook weten en voelen ze – bij een goede leerkracht – dat die strafwerk geeft als opvoedkundig middel en niet als machtsmiddel om zijn eigen onvermogen te verbloemen.

Maar: wanneer er strafwerk wordt gegeven uit luiheid of gemakzucht, heeft het een omgekeerd effect en ondermijnt de docent zijn eigen gezag. Kinderen voelen de intentie heel goed aan, en wanneer een kind onterecht of omdat 'hij bekend staat als een lastig kind en het dus wel gedaan zou hebben', is er (terecht) veel opwinding en verontwaardiging.

Voordelen van strafwerk

Een groot voordeel van strafwerk is dat het een straf is die geen pijn doet. Wanneer een kind bijvoorbeeld de klas wordt uitgestuurd, mist het onderwijs. Dat doet dus pijn.

Ook kan het schrijven van strafregels goed zijn voor het handschrift (hoe meer oefening hoe beter) en mogelijk heeft het enig disciplinair effect.

Wanneer een docent creatief omgaat met het verzinnen van strafregels, kunnen kinderen er ook inhoudelijk iets van leren. Maar ze moeten het wel vervelend vinden om strafregels te schrijven, anders heeft het als straf geen effect.

De leerkracht heeft er óók iets voor over

Kinderen vinden het heel vervelend om strafwerk in hun vrije tijd te moeten doen, om dus om na te blijven als de andere kinderen lekker naar huis gaan.

Wel is het zaak dat de leerkracht dan bij het kind in de klas zit, en het kind niet wordt afgescheept met iemand anders. Want als de docent ook nablijft, voelt het kind dat zijn leerkracht het ervoor over heeft om er ook zélf tijd in te steken.

Terwijl het kind bezig is met het schrijven van strafregels, ervaart het dus de nabijheid van zijn leerkracht. Alleen dat al doet iets positiefs met het contact.

Conclusie

De conclusie is dus dat strafwerk in het algemeen en strafregels schrijven in het bijzonder, best goed kan werken, mits het goed wordt toegepast.