1 januari 2000 door Ward van Alphen

Komst van tweede kind verdeelt gezin

Onze zoon van bijna 4 (over een maand) is een creatief, opgewekt en zachtaardig kind. Hij heeft een jonger broertje van ruim anderhalf, met wie hij erg blij is.

Sinds zijn broertje er is, deelt hij het gezin in twee├źn: hijzelf is van mama de liefste en zijn broertje is van papa de liefste. Wij (zijn ouders) reageren daarop consequent met het antwoord: dat kan wel zo zijn, maar wij houden van jullie allebei evenveel.

Dat hij vaak voorkeur geeft aan mama, blijkt uit zijn vragen wie hem naar bed brengt. In de regel doet papa dat, maar de laatste tijd kan hij langdurig zeuren om mama die hem naar bed moet brengen. We hebben hem gevraagd waarom, en daarop zei hij weer: "ik vind mama liever."

Papa is in mijn ogen een heerlijke, liefdevolle, warme vader, die met geduld en plezier zijn zoons tegemoet treedt. Toch komt dit gezeur regelmatig terug, en natuurlijk is dit verdrietig voor papa. Ook dat heb ik aan mijn zoon uitgelegd, dat papa er verdrietig van wordt omdat hij zoveel van hem houdt.

Wij ouders weten wel dat er een periode is waarin een kind de voorkeur voor de moeder heeft voor de 'zachte verzorging', maar daar willen we niet volledig aan toegeven. Papa kan en wil het namelijk maar al te graag met mij delen. Bij wijze van uitzondering breng ik de kinderen ook wel eens naar bed, maar in elk geval hanteren we als regel: er verandert niets in wie je naar bed brengt als je zo gaat lopen zeuren.

Hoe ver kan en mag je gaan als je wilt uitleggen dat hij zijn vader kwetst. (Hij hoeft toch niet verantwoordelijk te zijn voor het geluk van zijn vader, maar aan de andere kant moet hij wel leren wat zijn gedrag bij anderen teweeg brengt). En doen we er verstandig aan om niet toe te geven als hij een heisa maakt bij zijn gezeur om mama? Kortom, wat is uw advies?

Antwoord

Natuurlijk kan je dit bekijken vanuit het standpunt van een bepaalde voorkeur van een kind, en daaraan gekoppeld de vraag of je dan moet toegeven. Maar het roept bij mij ook een aantal vragen op.

Bijvoorbeeld: zou er een samenhang kunnen zijn tussen zijn voorkeur voor de moeder, en de komst van het broertje? Hij heeft zelf het gezin in twee kampen opgedeeld, en misschien komt hem dat ook wel goed uit. Want wellicht is hij bang om moeder kwijt te raken, of om de gunst of de aandacht van moeder kwijt te raken.

Dat is een normale angst bij een ouder kind dat een broertje of zusje krijgt. U zou het er eens met hem over kunnen hebben, en er begrip voor tonen, Maar er zit verder natuurlijk niet veel anders op dan dat hij met de huidige situatie leert omgaan. Dat is een van de opgaven voor het oudste kind.

Daarnaast zou je je kunnen voorstellen dat het iets met de oedipale fase te maken heeft, waarin een jongetje de fantasie krijgt de partner van moeder te kunnen zijn. Ook een heel normale fase in de kinderleeftijd.

Ik weet niet of dit zou kunnen spelen, maar u gaat er eigenlijk al goed op in, want moeder blijft aandacht voor hem houden, en -- en dat is heel belangrijk -- ook vader houdt vol. Men denkt wel dat een kind deze fantasie kan opgeven mede dankzij een stevig aanwezige vaderfiguur, die zich niet omver laat blazen, en die zijn zoon laat merken dat hij trots op hem is. De zoon krijgt zo de kans om zich te identificeren met zijn vader. Vader wordt van concurrent tot voorbeeld, het kind komt weer een ontwikkelingsfase verder.

De moraal van dit verhaal: moeder moet hem niet afwijzen, maar zoals nu al gebeurt vader ook zijn plekje gunnen. Vader moet zich niet weg laten jagen, de kunst is hoe je dat doet zonder al te erg in een strijd verwikkeld te raken. Het leven van vader is niet makkelijk als je zo door je zoon wordt afgewezen -- dat kan ik heel goed begrijpen.

Ik hoop dat u kunt inzien dat dit slechts een fase is, en dat u niet al te veel verwijten hoeft te maken aan uw zoon. Sterkte daarbij!

Dat van die jaloezie, dat zou u voorzichtig eens kunnen toetsen. Door een gesprek, maar je zou ook iets met tekenen, of met poppen kunnen doen. Begrip tonen, laten merken dat hij u beiden niet kwijt raakt, inspelen op zijn grote broer-gevoelens, en "het broertje mag er ook zijn", u kent dat wel.

Dat van die eventuele oedipale gevoelens: misschien merkt u er iets van, als je er op gaat letten. Sommige zoontjes zeggen onomwonden: "Mama ik wil met je trouwen". Ik zou -- als u er niets van merkt -- niet proberen om het boven tafel te krijgen, want misschien zijn deze gevoelens er gewoon niet. U kunt wel als ouders aandacht hebben voor je eigen positie, zoals hierboven al beschreven, omdat het de meeste kans op een gunstige afwikkeling van de huidige situatie biedt.