Home » Vraagbaken » Mijn dochter durft niet alleen te slapen wat kan ik daaraan doen 9 jr

Mijn dochter durft niet alleen te slapen. Wat kan ik daaraan doen? (9 jr)

Door:

Aleid Grijpma

Ik heb een meisje van 9 jaar. Ze slaapt bij ons op de kamer omdat ze niet alleen durft te slapen. Ze logeert ook nooit bij een ander, wat andere kinderen toch graag doen.

Ze is bang dat ik (de moeder) nooit meer terugkom. Niet haar vader, maar alleen ik. Wat kan ik doen?

Antwoord: 

Wat u beschrijft, komt heel veel voor. Het is dan altijd van belang om je af te vragen wat er allemaal vóór zo'n situatie gebeurd kan zijn. Want eigenlijk is het altijd zo dat wij als ouders dit hebben laten gebeuren. De kinderen zelf kunnen er weinig aan doen.

Hieronder zal ik ingaan op het probleem dat eraan ten grondslag ligt, namelijk scheidingsangst, ook wel verlatingsangst of separatie-angst genoemd. Maar eerst een korte schets van de dagelijkse praktijk.

Veel gebruikte oplossingen

Iedere ouder weet hoe lastig het is als een kind niet wil gaan slapen, of 's nachts opeens wakker wordt en dan hard gaat huilen. Vaak kiest men dan de oplossing om bij het kind te blijven tot het in slaap valt (ik ken veel voorbeelden van ouders die hier úren mee bezig zijn, soms naast hun kind gaan liggen, etc.). Wat ook veel gebeurt, is dat de ouders het kind bij hen in bed nemen. Ik heb nog nooit een kind gezien dat dat liever niet heeft...

Op zich kun je als ouder hier best voor kiezen, alleen moet je je dan wel realiseren dat zoiets vaak moeilijk weer af te wennen valt. Hoe langer zo'n situatie blijft bestaan, hoe moeilijker het is om hem weer te veranderen.

Afwennen kan zeker lukken, alleen vergt dat van de ouders wel standvastigheid en consequent gedrag. Bovendien zul je er goed tegen moeten kunnen dat het kind op allerlei manieren zal aangeven dat hij of zij het er niet mee eens is (met huilen, angst, buikpijn, misselijkheid, etc.).

Scheidingsangst

Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand? Daarvoor moet ik iets vertellen over scheidingsangst, oftewel separatie-angst, in de volksmond ook verlatingsangst genoemd.

Scheidingsangst is iets wat je voor het eerst ziet bij kinderen van ongeveer 8-9 maanden, waarbij een kind angst vertoont als het plotseling gescheiden wordt van (vaak) de moeder. Het kind gaat huilen als de moeder uit zicht raakt.

Als zoiets je voor het eerst overkomt, is dat vaak schrikken. Veel moeders hebben dan de neiging om weer terug te gaan om hun kind te troosten. Meestal is dat echter geen oplossing, omdat je op een gegeven moment toch echt weg moet (om naar je werk te gaan, om 's avonds uit te gaan, om het kind achter te laten op de crèche, etc.).

Handiger is het om het kind vooraf duidelijk te maken dat er niets aan de hand is, dat je het veilig achterlaat, en dat je zeker terug zal komen. Dit kun je doen door op een stevige, duidelijke manier afscheid te nemen en het daarbij te laten. Vaak hoor je dan achteraf dat het huilen maar even geduurd heeft (hoewel sommige kinderen het huilen heel lang kunnen volhouden).

Goed teken

Scheidingsangst is eigenlijk een heel goed teken. Het geeft aan dat het kind zich gehecht heeft aan de moeder. Het kan de moeder nu van vreemden onderscheiden en protesteert als het in zijn of haar ogen achtergelaten wordt bij een vreemde. Eigenlijk heel goed dus.

Nu is het de taak van de moeder om daar verder op in te gaan en een evenwicht te gaan zoeken in de behoeften van het kind enerzijds, en hoe je daarop moet reageren anderzijds. Daarbij gaat het er niet om dat je op alle wensen van het kind ingaat, maar dat je gaat afwegen wat je denkt dat goed is voor hem of haar.

Bedenk in ieder geval dat het goed is dat een kind leert om gescheiden te worden van zijn moeder (al vraagt dat soms wel een behoorlijke vasthoudendheid van de moeder).

Vaak zie je overigens dat ouders die zélf moeite hebben gehad om gescheiden te worden van hun eigen ouders, of ouders die zelf vroeger angstig waren, extra veel moeite hebben om het (noodzakelijke) scheidingsproces tot stand te laten komen. Ook zie je dat ouders die in deze fase van hun kind zelf depressief waren, of andere problemen hadden, het moeilijk vinden om voldoende veiligheid en duidelijkheid aan hun kinderen te bieden. Dat kan later tot problemen leiden.

Beeld vasthouden

Vanaf het einde van het eerste levensjaar kan een kind steeds beter scheidingen van zijn moeder verdragen. Dat komt doordat een kind dan een beeld van de moeder leert vasthouden, ook als ze er niet is. Tegen het einde van het derde levensjaar is dat proces min of meer voltooid.

Als een kind deze fase goed doorlopen heeft, kan hij een duidelijk beeld van de moeder opbouwen en kan hij haar loslaten. Het kind heeft er dan voldoende vertrouwen in dat hij ook voldoende geliefd en geaccepteerd zal worden als zijn ouders er even niet zijn.

Er kunnen zich overigens momenten voordoen dat er een terugval plaatsvindt. Bijvoorbeeld als het kind ziek is, of bij traumatische gebeurtenissen, of bij een langere periode van scheiding (zoals een ziekenhuisopname).

Separatie-angststoornis

Als een kind buitensporige angst vertoont om van huis weg te zijn, of weg te zijn van degene aan wie hij gehecht is, is er sprake van een speciaal soort angststoornis, namelijk een separatie-angststoornis.

We spreken van een separatie-angststoornis als een kind voldoet aan drie of meer van de volgende kenmerken:

  • het kind is herhaaldelijk van streek bij het weggaan van huis (of bij de voorbereidingen om weg te gaan);
  • het kind is voortdurend bang om degene aan wie hij gehecht is, te verliezen;
  • het kind is voortdurend bang dat een ongelukkige gebeurtenis zal leiden tot een scheiding;
  • het kind weigert voortdurend om naar school te gaan;
  • het kind is bang om alleen thuis te zijn (of om niet bij degene te zijn aan wie hij gehecht is);
  • het kind is bang om alleen te gaan slapen (of weigert om alleen te gaan slapen);
  • het kind heeft nachtmerries over situaties waarin hij gescheiden wordt van degene aan wij hij gehecht is;
  • het kind heeft terugkerende lichamelijke klachten wanneer er een scheiding zal plaatsvinden.

De bovengenoemde kenmerken hoeven niet alleen als gevolg (symptoom) op te treden, maar kunnen ook zelf de oorzaak vormen bij het ontstaan van een separatie-angststoornis. En zoals u zich kunt voorstellen, is het bij het ene kind heftiger dan bij het andere. In het algemeen geldt dat het vaker voor lijkt te komen bij kinderen uit gezinnen waarin meer angststoornissen voorkomen.

Wat te doen?

Uw kind lijkt klachten te hebben die zo'n separatie-angststoornis aannemelijk maken. Wat moet je daarmee doen?

Eerst moet u zich afvragen hoe dit probleem ontstaan kan zijn. Daarnaast is het belangrijk om te weten in welke situatie de klachten optreden:

  • alleen bij slapen en logeren;
  • of ook bij het naar school gaan, bij vriendjes en vriendinnetjes spelen, naar clubjes gaan, etc.

Als het alleen om slapen en logeren gaat, hoeft u in principe geen professionele hulp te zoeken en kunt u zelf aan de slag. U kunt dan zelf een programma maken, waarbij u uw dochter in kleine stapjes gaat leren om te verdragen van u gescheiden te worden.

Voor u daaraan begint, is het overigens wel zaak om u eerlijk af te vragen of u de heftige reacties en protesten die er ongetwijfeld zullen komen, wel kunt verdragen. Anderzijds kunt u erop vertrouwen dat het zeker zal lukken, als uw dochter zonder problemen naar school gaat en zonder problemen leuke dingen buitenshuis kan doen met vrienden en vriendinnetjes. U weet dan dat ze best zonder u kan, waardoor u erop kunt vertrouwen dat doorzetten zinvol is, ook op de moeilijke momenten.

Beloon haar als het lukt!

Het opzetten van een programma

Hoe zet je zo'n programma op? Het basisprincipe is dat je begint met korte momenten van scheiding, die je gaandeweg steeds langer maakt.

Slaapt uw dochter alleen in, of moet u erbij blijven? Als ze niet in haar eentje kan inslapen, spreek dan af om de hoeveel tijd u komt kijken. Bijvoorbeeld om de 15 minuten, waarbij u echt alleen maar even langskomt en dan meteen weer weggaat. Ook als uw dochter protesteert, is het belangrijk om dit vol te houden, wát ze ook uit de kast haalt!

Kan uw dochter in haar eentje inslapen, hetzij nu al, hetzij na het volbrengen van de vorige stap, dan kunnen jullie gaan werken aan het slapen in haar eigen kamer. Bespreek met haar dat nu toch wel het moment gekomen is dat ze op haar eigen kamer gaat slapen. U kunt bijvoorbeeld zeggen dat ze nu te groot is om bij u te slapen, en dat u het niet meer wil.

Maak een stappenplan voor de manier waarop u dit gaat aanpakken. U kunt hierin zeer creatief zijn. We hebben op onze polikliniek bijvoorbeeld een keer meegemaakt dat een kind al 12 jaar bij de ouders lag, en we hebben er toen voor gekozen om haar bij wijze van spreken centimeter voor centimeter uit de kamer van haar ouders te schuiven.

Geef uw dochter een leuke beloning als het plan geslaagd is en houd u daarna wel aan datgene wat bereikt is!

En wat het logeren betreft: start met logeren bij een goede bekende. Spreek met diegene af dat als uw dochter aangeeft dat ze het niet trekt, ze toch moet leren door te zetten. Haal haar dus niet meteen weer op als het niet lijkt te lukken.

Gedragstherapie

Mocht uw dochter toch in allerlei situaties zo vastgelopen zijn dat zij niet naar school kan gaan of niet buitenshuis kan spelen, of als het zelfgemaakte programma niet werkt, dan kunt u haar laten behandelen door een gedragstherapeut.

Zo'n gedragstherapeut zal ongeveer hetzelfde doen als wat hierboven beschreven is, maar dan nog wat meer. Hij of zij zal uw kind leren om irreële gedachten (zoals de angst dat u nooit meer terugkomt) om te zetten in reële gedachten (namelijk dat u wél terugkomt) en om beter te leren omgaan met haar klachten. Vaak worden daar ontspanningsoefeningen bij gebruikt.

Doorzettingsvermogen

Ik wens u heel veel succes, vooral ook met uw eigen doorzettingsvermogen.

En nog een tip tot slot: een boekje dat ik echt kan aanraden, is "Kinderen met slaapproblemen" van Ruttien Schregardus. Heel praktisch en heel werkbaar.

Aleid Grijpma

is werkzaam als kinder- en jeugdpsychiater bij een grote GGZ-instelling in het midden des lands. Ze is daar leidinggevende van een polikliniek voor alle leeftijden en een deeltijdbehandeling voor kinderen van 6 tot 12 jaar.

Lees verder