Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

17 december 2004 door Aleid Grijpma

Mijn zoon haat school en glijdt af. Hoe kan ik hem gelukkiger maken? (14 jr)

Ik maak me zorgen over mijn zoon van bijna 14. Hij geeft aan dat hij ongelukkig is "omdat school zijn leven verpest". Dit speelt op zich al lang. Hij heeft speltherapie gehad (ook gerelateerd aan de scheiding van mij en zijn vader op 2-jarige leeftijd), remedial teaching, en onlangs een silva mind control cursus. Ik denk dat hij ADD heeft.

Ik maak me zorgen omdat hij sinds een paar maanden steeds minder gaat eten. Eerst alleen op school en nu ook thuis. En ik merk dat hij zich nu regelmatig terugtrekt, waardoor het contact tussen ons minder wordt.

Hij zit in 2 mavo (getest voor havo) en hij haalt slechte cijfers. Het kost hem enorm veel moeite om 1 à 2 uurtjes per dag aan zijn huiswerk te besteden. Op de achtergrond speelt nog dat hij sinds kort niet meer bij zijn vader woont (voorheen om de week), omdat hij een slechte relatie heeft met zijn stiefmoeder.

Ik zie hem afglijden, en ik ben bang dat hij depressief is of wordt. Ik zou hem zo graag helpen om zich gelukkig te voelen.

Antwoord

Ik kan me heel goed voorstellen dat u zich zorgen maakt. Want uw zoon vertoont inderdaad een aantal kenmerken die passen bij depressieve klachten. Zulke klachten komen voor bij 2 à 6% van alle jongeren (en twee keer zoveel bij meisjes als bij jongens).

Hieronder zal ik wat meer vertellen over depressies bij kinderen: hoe je het kunt herkennen, waar het door kan komen, en wat je eraan kunt doen. Daarna zal ik ingaan op uw specifieke situatie.

Kenmerken van een depressie

Onder een depressie verstaan we meestal:

  • een langdurig sombere stemming.

Maar: bij kinderen en adolescenten (jongeren) kan een depressie er anders uitzien. Bij hen kan het ook gaan om:

  • een prikkelbare stemming die het grootste deel van de dag voortduurt;
  • vaak gepaard gaand met minder plezier in het doen van dingen;
  • en soms gepaard gaand met:

    - gewichtsverlies;

    - slaapproblemen;

    - vermoeidheid;

    - gevoelens van waardeloosheid;

    - overdreven of onterechte schuldgevoelens;

    - verminderd denk- en concentratievermogen;

    - herhaalde gedachten over de dood.

Om van een echte depressie te kunnen spreken (in de psychiatrische betekenis), moeten er vijf of meer van de bovenstaande kenmerken aanwezig zijn, gedurende minstens twee weken. Daarbij moet er sprake zijn van duidelijk "lijden", en moeten de ouders zich zorgen maken over slecht functioneren op school.

Oorzaken van een depressie

Er bestaan verschillende opvattingen over de oorzaken van een depressie. Eén van die opvattingen, die ik hieronder verder zal uitwerken, is dat een depressie kan ontstaan als een kwetsbaar kind wordt blootgesteld aan stress.

Wanneer is een kind "kwetsbaar"? Om daar achter te komen zal een psychiater de volgende vragen stellen:

  • komen er in het gezin depressies of andere psychiatrische problemen voor? Er zijn namelijk aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt;
  • wat heeft het kind allemaal beleefd, oftewel: hoe was de voorgeschiedenis? In het onderhavige geval duiden alle therapieën die het kind al gehad heeft, op kwetsbaarheid;
  • hoe sociaal vaardig is het kind? Iemand die niet zo handig is in de omgang met anderen, kan kwetsbaar zijn;
  • hoe is zijn of haar stijl van denken? Geeft het kind zichzelf bijvoorbeeld snel de schuld bij tegenslag? Negatieve denkers zijn kwetsbaarder dan positieve denkers.

Kwetsbaarheid op zich is echter nog niet voldoende om een depressie te krijgen. Er moet ook sprake zijn van stress. Bekende stress-factoren zijn bijvoorbeeld:

  • ziekte;
  • echtscheiding;
  • examens;
  • het verlies van een relatie.

Verder is het ook belangrijk om te kijken of er beschermende factoren zijn. Die kunnen het risico op een depressie juist weer verlagen. Bijvoorbeeld:

  • vriendschappen;
  • een goede relatie met de ouders;
  • de aanwezigheid van andere betekenisvolle volwassenen.

Behandeling

Allereerst moet goed onderzocht worden of er inderdaad sprake is van een depressie. Dat gebeurt voornamelijk op basis van gesprekken met het kind en met de ouders. Eventueel kan er nog een aanvullend psychologisch onderzoek nodig zijn, om antwoord te krijgen op vragen die niet via de gesprekken beantwoord konden worden.

Stel dat er inderdaad sprake blijkt te zijn van een depressie. Dan zijn er verschillende mogelijkheden om er iets aan te doen: met medicijnen en/of "therapie". De tweede optie heeft echter de voorkeur. Ik zal u uitleggen waarom.

Medicatie

Op dit moment is men zeer terughoudend bij het voorschrijven van anti-depressiva bij kinderen en jongeren, omdat het ernaar uitziet dat daarmee het risico op zelfmoordpogingen vergroot wordt. Er zijn de laatste tijd verschillende gevallen beschreven van depressieve kinderen die zelfmoordpogingen deden na het starten met een anti-depressivum.

Anti-depressiva worden nog wel voorgeschreven, maar dan wel onder strikte voorwaarden en liefst alleen door een psychiater.

Psychotherapie

Er worden tegenwoordig goede resultaten geboekt met psychotherapie, in het bijzonder de "cognitieve gedragstherapie". Dat is een therapie waarbij een kind leert zijn emoties te herkennen en er op een goede manier mee om te gaan. Gedragsverandering en jezelf belonen spelen daarbij een belangrijke rol.

Sociale vaardigheidstraining

Soms kan het nodig zijn om (ook) een sociale vaardigheidstraining te volgen, met name als gebleken is dat het kind problemen heeft in de omgang met mensen.

Gezinstherapie

Als gebleken is dat een depressie op de een of andere manier te maken heeft met het gezin (en het functioneren daarvan), kan gezinstherapie nuttig zijn.

Praktische adviezen

Zoals u uit het voorgaande begrepen heeft, lijkt het me verstandig om uw zoon eerst goed te laten onderzoeken. Dat kan onder andere bij een kinderpsychiatrische polikliniek. Uw huisarts kan u daar meer over vertellen.

Uw zoon komt vrij kwetsbaar over; ik leid dat af uit de therapieën die hij al heeft gehad. In het onderzoek zal daar dus goed naar gekeken moeten worden. Ook kan in het onderzoek uw vermoeden van ADD (aandachtstekort-stoornis zonder hyperactiviteit) meegenomen worden. Bedenk echter wel dat je op voorhand niet weet wat oorzaak en gevolg is. Bij de kenmerken van een depressie noemde ik al de verminderde concentratie, die het gevolg van een depressie kan zijn.

Soms kan het lang duren voor je aan de beurt bent voor een onderzoek. Daarom raad ik u in ieder geval aan om de huisarts (of eventueel de schoolarts) te vragen om een beetje druk uit te oefenen, zodat uw zoon snel geholpen kan worden.

In de tussentijd – terwijl u wacht op het onderzoek – is het belangrijk dat u uw zoon blijft stimuleren om naar school te gaan. Hoe vervelend hij het ook vindt. Naar school blijven gaan vermindert namelijk het risico op "afglijden", waar u bang voor bent.

Daarnaast moet u proberen om de goede dingen van het leven te benadrukken. (Dat wil zeggen: niet leuk proberen te maken wat niet leuk is, maar wel aandacht besteden aan de dingen die nog wél positief zijn.) Depressieve kinderen denken immers vaak erg negatief over zichzelf, en daar moet je een tegenwicht tegen bieden.

Ook moet u hem blijven activeren en motiveren met dingen die leuk zijn om te doen. Het is voor uw zoon bijvoorbeeld beter om samen met u dingen te ondernemen, dan de hele dag binnen te hangen of achter de computer te zitten.

En nog één opmerking tot slot. Uw zoon is nog jong en kan nog een heleboel oppakken als hij goed behandeld wordt. Dus: houd moed. Maar stimuleer hem wel om in behandeling te gaan.

Succes ermee!

Lees ook: