Home » Vraagbaken » Panisch voor boter sauzen en spinnetjes hoe kunnen we hem helpen 13 jr

Panisch voor boter, sauzen en spinnetjes - hoe kunnen we hem helpen? (13 jr)

Door:

Annelou de Vries

Mijn stiefzoon van 13 jaar draait helemaal door als hij iets moet aanraken, zoals bijvoorbeeld boter of knoflooksaus. Bovendien eet hij heel slecht. Eten dat meegenomen wordt naar school, wordt vrijwel nooit opgegeten. Hij heeft dus ook ondergewicht.

Als hij helemaal doordraait, trekt hij zich terug in zijn eigen wereldje. Op zijn kamer draait hij dan muziek van bijvoorbeeld Sesamstraat, of luistert hij naar sprookjes. Nogmaals: hij is 13 jaar oud.

Hij lust ook niet veel en als er iets op zijn bord ligt wat hij niet lust, wordt er ook niets gegeten. Bijvoorbeeld: frieten met mayo. Hij eet absoluut geen mayo.

Laatst was er een klein spinnetje in de douche, toen hij zich moest gaan douchen. Helemaal over zijn toeren. Wij hebben het spinnetje verwijderd maar hij zag nog meer beestjes die er gewoon niet waren. Hij heeft toen met zijn slippers onder de douche gestaan, anders ging hij absoluut niet douchen.

We zijn ten einde raad. Wat bezielt hem? En vooral: wat moeten we doen om hem te helpen?

Antwoord: 

Iedereen is wel eens bang, iedereen heeft bijzondere gewoontes, en iedereen houdt soms vast aan een bepaald bijgeloof. Dat is normaal. Maar bij uw stiefzoon lijkt het veel verder te gaan. Zijn angst om bepaalde dingen aan te raken, of iets te eten, of een spin te zien, lijken hem en uw gezin flink te belasten.

Het is altijd moeilijk om uit een kort verhaal op te maken wat er aan de hand zou kunnen zijn, maar ik denk dat uw stiefzoon lijdt aan angsten, en mogelijk aan dwang.

Hieronder zal ik eerst uitleggen hoe dit soort dingen werken, en daarna wat u zou kunnen doen om hem te helpen.

Angst kan boos maken

Angst is een van de naarste gevoelens. Een natuurlijke reactie is dan om datgene waar je bang voor bent, te vermijden. Zodat je dat rotgevoel niet meer hoeft te ervaren.

Voor kinderen is het vaak moeilijk te benoemen waar ze bang voor zijn, en soms kunnen ze niet eens zeggen dát ze bang zijn, maar worden ze alleen maar heel erg boos als ze verplicht worden om datgene te doen wat angst bij hen oproept. Angstige kinderen lijken daarom soms meer op boze en opstandige kinderen. Dat is dus een mogelijke verklaring voor het 'doordraaien' wat u beschreef.

Normale ontwikkeling

Veel kinderangsten horen bij een normale ontwikkeling, en verdwijnen meestal vanzelf weer. Eventueel kunnen ze overwonnen worden met een beetje hulp en aanmoediging van de ouders. Zo zijn veel (kleine) kinderen bang voor monsters, voor donker, en voor alleen zijn.

Zodra ze dan wat ouder worden, en ze fantasie en werkelijkheid beter kunnen scheiden (grofweg: wanneer ze niet meer in Sinterklaas geloven, dus rond een jaar of 8), ebben dat soort angsten vanzelf weer weg.

Dwanggedachten

Moeilijker wordt het als kinderen angsten hebben die minder vaak voorkomen, of angsten die hun ouders niet zo makkelijk kunnen begrijpen. Uw stiefzoon lijkt bijvoorbeeld irreëel angstig voor het aanraken van bepaalde substanties, zoals boter en knoflooksaus. Ook zijn angst voor een spinnetje in de douche is niet meer goed te volgen.

Het lijk erop dat hij hierbij bepaalde gedachten heeft die hem zeer beangstigen. Dat soort niet-reëele angstige gedachten die zich sterk opdringen, noemen we dwanggedachten.

Een voorbeeld van een dwanggedachte van uw stiefzoon zou kunnen zijn; als ik de friet met mayo eet, dan gebeurt er iets ergs... Of als die spin mij aanraakt, word ik ziek.

Veel kinderen schamen zich voor dit soort gedachten, omdat ze ergens ook wel begrijpen dat dit overdreven gedachten zijn. Soms is bepaald gedrag met zo'n dwanggedachte begonnen, maar wéét een kind na een poos niet eens meer waaróm hij nou in eerste instantie iets niet durfde. Maar de confrontatie met de situatie levert wel weer hetzelfde angstige gevoel op.

Wat kun je doen?

Allereerst zou ik het probleem bespreken met zijn biologische ouders of andere belangrijke volwassenen in zijn omgeving. (Uit uw verhaal kon ik niet opmaken hoe de leefsituatie van uw stiefzoon verder is). Daarnaast is het goed om te proberen een gesprek hierover te voeren met uw stiefzoon zelf.

Waarschijnlijk hebt u al vaak geprobeerd om er met hem over te praten, maar waarschijnlijk was dat steeds op het verkeerde moment (namelijk wanneer hij over zijn toeren is, of net erna). Handiger is het om een rustig moment te kiezen, als er niets aan de hand is. En soms gaat het gemakkelijker als je samen wat aan het doen bent, bij voorkeur als je elkaar niet aan hoeft te kijken. Bijvoorbeeld als je samen in de auto zit, of naast elkaar fietst, of aan het afwassen bent, etc.

Kleine stapjes

De aanpak van angsten en dwang zit hem erin om in heel kleine stapjes tóch dingen te gaan doen waar je bang voor bent, dus de vermijding te doorbreken. Zo kan iemand ervaren dat al die verschrikkelijke dingen die hem door het hoofd spoken niet gebeuren, én dat de angst afneemt als je toch datgene doet waar je eigenlijk heel bang voor bent.

Meestal heeft het geen zin om kinderen heel erg te dwingen of te pushen, al kan een klein zetje in de rug of een beloning in het vooruitzicht wél een enorme stimulans zijn.

Een tussenweg, zoals op slippers onder de douche gaan, kan heel goed werken (als tussenoplossing). Iets dergelijks zou je ook voor de boter en de knoflooksaus kunnen verzinnen. Je kunt bijvoorbeeld een stap-voor-stap 'aanraak-programmaatje' opstellen, waarbij je begint met heel voorzichtig even roeren met een stokje, de volgende keer wat steviger roeren, daarna heel even met het topje van de vinger het spul aanraken, en tenslotte proberen om met de vinger erin te roeren. Spreid al die stappen over een langere tijd, dus doe het niet allemaal op één dag.

Breder probleem

Soms is er meer aan de hand. Angsten en dwang kunnen namelijk ook voorkomen bij kinderen die een breder probleem in hun (sociale) ontwikkeling hebben. U suggereerde zelf al zoiets, toen u vertelde hoe hij zich kan terugtrekken in een eigen wereldje (met Sesamstraat-muziek), maar ook dat hij moeite heeft met eten en ondergewicht heeft. Zelf durf ik daar op dit moment niets over te zeggen, omdat ik daarvoor te weinig weet van uw stiefzoon.

Ik zou dan bijvoorbeeld willen weten wat de school van hem vindt, hoe zijn contact met leeftijdgenoten verloopt, of hij al dan niet gemakkelijk leert, of hij vriendjes heeft, of hij zich vermaakt in het leven, of hij hobby's heeft, of hij lid is van clubs, etc. U kunt deze vragen ook aan uzelf stellen en ze voor uzelf proberen te beantwoorden. Zo krijg je een beeld van hoe het eigenlijk met hem gaat.

Als dat beeld niet al te rooskleurig is, of als uw gezin en uw stiefzoon echt last blijven houden van zijn gedrag, dan zou ik u adviseren om hulp te zoeken bij een kinderpsychiatrische instelling. Uw huisarts kan u daar naartoe verwijzen, of u kunt zelf naar Bureau Jeugdzorg gaan.

Heel veel succes ermee!

Annelou de Vries

Annelou de Vries is kinder- en jeugdpsychiater, en als zodanig werkzaam bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam. Daarnaast werkt zij mee aan de opleiding voor kinder- en jeugdpsychiaters.

Lees verder