Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

3 september 2004 door Annelou de Vries

Plotseling ontstane paniekaanvallen - wat moeten we daaraan doen? (10 jr)

Onze dochter Lieke is 10 jaar. Altijd vol in het leven, vriendinnetjes, boodschappen doen, liefst alleen naar oma, etc. Maar plots (ongeveer een half jaar geleden), als een donderslag bij heldere hemel, raakte ze op een avond helemaal in paniek. Gillen, ze heeft zelfs tot drie maal toe 112 gebeld. Ze moest met spoed een dokter hebben (ja, u leest het goed). De mensen van 112 vonden het zo serieus klinken dat ze een arts lieten terugbellen.

Vanaf dat moment raakt ze ook op school af en toe in paniek. Ze rent dan gillend de school uit, roepend dat ze niet meer kan slikken en dat ze water moet hebben.

Ze spreekt zelden meer af en dan alleen nog thuis, ze gaat niet meer naar de winkel, en niet meer alleen naar oma. Als ze met ons meegaat (meemoet), moet ze per se water mee hebben, of in ieder geval een snoepje, anders wordt ze panisch.

We hebben dit gemeld op school en die hebben meegewerkt. Via een schoolarts proberen we er iets aan te doen. Het streven is om haar dit schooljaar weer volledig vrij te laten zijn.

Onder dwang ging het redelijk, bijvoorbeeld weer een boodschap doen alleen. Maar het gaat moeizaam en met de vakantie is het weer achteruit gegaan. Er moet weer bijna overal water mee naartoe, dat geeft haar een safe gevoel. In de auto op vakantie moest er water achter in de auto staan. We geven er niet meteen aan toe, maar als we voet bij stuk houden, is het een drama en voor haar broertje van 8 is het dan ook erg. Hij zegt dan: "Ik vind het erg als Lieke zo doet". Dus verstandig of niet moeten we wel af en toe eens toegeven omwille van thuissfeer.

Gisterenavond riep ze ons naar boven, want ze had ons iets te vertellen. Ze zei ons dat ze wel eens moeite had met ademhalen en ze raakte in paniek. Ik kan het verhaal nog langer maken maar ik hoop dat ik voor een eerste vraag genoeg informatie heb gegeven.

Hebben wij dan geen idee van de oorzaak? Toch wel, maar het is slechts een vermoeden. Ze kwam van een vriendinnetje af (dat deed ze toen nog gewoon) en plots hoorde ze wat. Ze keek om en zag een hond en een man op haar af rennen. Ze schrok enorm, zelfs zo erg dat haar adem stokte, en ze raakte in paniek. Ze werd thuisgebracht door een paar behulpzame mensen.

Dit verhaal hebben wij begrepen uit datgene wat zij heeft verteld. Ze wil er overigens niets meer over kwijt. De man en de hond denken wij wel te kennen; daar is niets bijzonders mee aan de hand. Hij had gewoon zijn hond even losgelaten en hij rende erachteraan. En toevallig liep zij daar dus.

Onze vraag: we willen graag ons "oude" Lieke terug. Inmiddels hebben we begrepen dat we dit niet alleen kunnen. We denken dat er op een of andere manier psychologische hulp nodig is om haar die angsten weer kwijt laten raken. Ze is nog maar 10 jaar en het is denk ik niet goed voor haar om al zulke problemen te laten hebben. Ook haar broertje lijdt er erg onder, zeker als ze weer zo'n paniekaanval heeft. Misschien zijn wij ook wel eens wat te soft, maar ik denk dat we dit niet helemaal de baas kunnen.

Sorry van het lange verhaal, maar u moet wel een beetje een beeld hebben van de situatie denk ik. Weet u hier raad mee?

Antwoord

Ik denk dat u gelijk heeft: de paniek en de angst van uw dochter beïnvloeden zowel haar eigen functioneren als dat van uw gezin zodanig dat professionele hulp van een psycholoog of een kinderpsychiater nodig lijkt. Het is zeer waarschijnlijk dat die zal kiezen voor de zogenaamde cognitieve gedragstherapie.

Cognitieve gedragstherapie is een vorm van psychotherapie die op dit moment veel gebruikt wordt. Uit onderzoek is gebleken dat het een effectieve behandeling bij angststoornissen is, die kinderen van hun paniekklachten af kan helpen. De ouders worden vaak betrokken als co-therapeut. Er wordt gezocht naar manieren om het angstige gedrag te laten uitdoven zodat u uw 'oude' Lieke weer terugkrijgt.

Angsten

Alle kinderen en volwassenen hebben angsten, maar als de angsten het functioneren zo erg belemmeren dat de normale dingen niet meer gedaan kunnen worden, dan spreken we van een stoornis.

Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychiatrische problemen bij kinderen.

Paniekaanvallen

U vertelde dat uw dochter tot een half jaar geleden er graag op uit ging, zonder angstig te worden, en nu van alles niet meer durft omdat ze in paniek raakt.

Een paniekaanval is een specifieke vorm van angst, die gepaard gaat met allerlei symptomen, zoals:

  • trillen;
  • zweten;
  • duizeligheid;
  • een gevoel van stikken of naar adem snakken;
  • slappe benen;
  • een drukkend gevoel op de borst;
  • misselijkheid;
  • en natuurlijk: angst.

De angst bij een paniekaanval is heel groot. Vaak is het angst om de controle kwijt te raken ('gek te worden') of om dood te gaan.

De paniek komt vaak in hele korte tijd op (10 minuten) en houdt dan een tijdje aan, waarna hij altijd weer verdwijnt. Mensen die een keer een paniekaanval hebben meegemaakt, beschrijven het als een verschrikkelijke ervaring en zijn erg bang om weer zoiets mee te maken. Ze durven vaak van alles niet meer te doen omdat ze denken dat ze ervan in paniek zullen raken.

Vermijdingsgedrag

Het verschijnsel dat je allerlei dingen niet meer durft te doen, uit angst weer een paniekaanval te zullen krijgen, heet vermijdingsgedrag.

Het vermijdingsgedrag kan echter zelf weer voor paniekaanvallen zorgen. Soms kan het gespannen zijn voor een aanval namelijk genoeg zijn om de paniek weer uit te lokken, waardoor mensen met een angststoornis in een vicieuze cirkel gevangen kunnen raken.

Uw vermoeden dat de problemen bij uw dochter ontstaan zijn door het voorval met de man en de hond, kan dus heel goed juist zijn. Mogelijk is uw dochter daar zó van geschrokken, dat ze naar adem snakte van paniek. Vervolgens is ze vermijdingsgedrag gaan vertonen om dat nare gevoel niet meer te krijgen, waarna ze in de hierboven beschreven vicieuze cirkel geraakt kan zijn.

Vanaf de vroege puberteit

Bij jonge kinderen komen echte paniekaanvallen nog niet zo vaak voor, maar vanaf de vroege puberteit (waar uw dochter bijna aan toe is) wel. Mogelijk heeft uw dochter een op een paniekaanval lijkende ervaring gehad. U vertelde dat ze een angst heeft ontwikkeld om niet meer te kunnen slikken. Dat gevoel kan erg lijken op het gevoel te stikken en dat is wat veel mensen ervaren bij een paniekaanval. U kunt uw dochter nog eens vragen of ze meer paniek-symptomen herkent (zie boven).

Wat is er voor haar overigens zo verschrikkelijk aan de gedachte om niet te kunnen slikken? Het zijn waarschijnlijk irreële gedachten die uw dochter zo bang maken.

In een cognitieve gedragstherapie wordt samen met het kind en de ouders uitgezocht hoe deze 'niet-handige' gedachten (want die maken je bang) vervangen kunnen worden door handiger gedachten, die je weer moedig en minder bang maken. Dat is vaak best lastig, want u heeft uw dochter vast al heel vaak verteld dat er niks kan gebeuren! In de therapie – en misschien kunt u dat zelf ook wel al een beetje – wordt uw dochter aangespoord om heel goed uit te zoeken of datgene wat zij denkt, wel echt kan gebeuren. Wat is waarschijnlijker dat er gebeurt, het mogelijke of het onmogelijke? En als ze dat denkt, wordt ze dan minder bang? Dit soort sturende vragen helpen haar op weg om weer de oude te worden.

Enge dingen doen

U vertelde dat u samen met school en de schoolarts al bezig was om uw dochter weer vrij te laten zijn. Daarbij vertelde u dat u soms ook een beetje dwang gebruikt; ze moet dan iets van u doen, alhoewel zij er bang voor is.

Ook dat zal een onderdeel van de therapie zijn: oefenen met het doen van enge dingen. Vaak wordt er een lijst gemaakt met alle dingen waar een kind bang voor is. Die dingen worden dan geordend van allerengst naar steeds minder eng. Met de minst angstige dingen wordt het eerste geoefend, het meest angstige wordt voor het laatst bewaard. Vaak wordt afgesproken dat kinderen een kleine beloning verdienen als ze iets engs gedaan hebben. Met het oefenen lukt het meestal om de angst steeds minder te laten worden en weer vrij te zijn!

Ik hoop dat u nu wat beter begrijpt wat er aan de hand is en misschien alleen daardoor al wat beter weet hoe u op uw dochter kunt reageren. Maar ik zou uw voornemen om professionele hulp te gaan zoeken zeker voortzetten! Heel veel succes ermee.