1 januari 2000 door Ward van Alphen

Puber wil het huis uit vanwege problemen. Is dat de oplossing?

Op de sportvereniging nam H. (15 jaar) mij in vertrouwen over zijn problemen thuis. Hij woont thuis met zijn ouders, zijn tweelingzus en nog een jonger zusje. Met zijn tweelingzus heeft hij een haat-liefde verhouding. De ene keer vinden ze elkaar verschrikkelijk lief en de andere keer schelden ze elkaar uit. Ze delen samen een kamer, omdat hun ouders financieel erg krap zitten.

Zijn moeder klaagt over het gedrag van hem en zijn zus, ze vindt dat de pubers het hele huisgezin domineren. H. vertelde me dat zijn moeder had gezegd dat ze hem liever kwijt dan rijk was.

Op school gaat het ook niet lekker. Hij heeft veel conflicten met leerkrachten en hij haalt hele lage cijfers. Hij werkt wel aan zijn huiswerk, maar ook vindt hij dat hij thuis geen rustige plek kan vinden om zich te concentreren. Hij vertelde me dat hij denkt dat hij het wel kan, maar dat hij ziet dat het om een of andere reden niet wil lukken. Laatst had hij een proefwerk goed geleerd, maar tijdens de toets kwam er niets van terecht.

H. wil het liefst zo snel mogelijk het huis uit, maar weet niet hoe hij dat moet aanpakken. Ik wil H. heel graag helpen maar weet niet goed hoe. Waar zou H. met zijn vragen goed terecht kunnen? Waar kan H. terecht als hij van huis weg loopt en/of zijn er andere mogelijkheden dan weglopen om dit probleem op te lossen. Ik hoop dat u mijn vraag kunt beantwoorden want ik weet me eigenlijk niet zo goed raad met de situatie.

Antwoord

Dit lijkt niet echt om een psychiatrisch probleem te gaan, maar om zaken die met omstandigheden en opvoeding te maken hebben. Maar daar kan je je natuurlijk in vergissen. Het is best mogelijk dat deze jongen zelf ook niet de makkelijkste is.

Voordat we op de inhoud van dit probleem ingaan: er gebeurt hier iets dat je veel jongeren met problemen mag toewensen. Namelijk dat ze iemand in hun sociale omgeving vinden waar ze hun ei bij kwijt kunnen.

Als hulpverlener die een kind onder zijn/haar hoede heeft dat in moeilijke omstandigheden opgroeit, probeer je ook te kijken naar het sociale netwerk van een kind. In de hoop dat een kind daar een stuk ontwikkeling kan oppakken, extra steun (of voorbeeldfiguren) vindt, en plezier natuurlijk. Je moet dan altijd oppassen om de ouders te declassificeren (niet competent te vinden, zelf een betere ouder te willen zijn, de ouders niet voor vol aan te zien).

Sommige ouders maken er natuurlijk inderdaad een rommeltje van; er worden niet voor niets meldingen gedaan bij de Raad van Kinderbescherming. Maar de meeste ouders doen wel hun best maar het lukt niet altijd goed.

De omstandigheden (economisch, financieel, relatieproblemen, problemen met andere kinderen, de slechte buurt, etc.) kunnen daar in belangrijke mate aan bijdragen. Ouders kunnen met hun kinderen in een patroon verzeild raken, waarbij ze op allerlei gebieden nog maar weinig kunnen hebben, en op vele gebieden alle zeilen bij moeten zetten om te overleven.

Ook de Raad van Kinderbescherming en voogdij-instellingen proberen de ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de opvoeding van hun kind, stellen zich op als een soort coach van de ouders - met een bijzondere status. Dit doen ze, omdat kinderen in ernstige loyaliteitsconflicten met hun ouders kunnen komen als je de ouders niet betrekt bij de hulpverlening, en dat heeft dan een negatief effect op het resultaat van die hulpverlening.

Het wordt keer op keer aangetoond, dat hulpverlening beter werkt als ouders er achter staan. Nogmaals: er zijn uitzonderingen, maar in principe doe je je best om ouders mee te krijgen.

Een ander punt is: is een kind wel beter af bij een uit huis plaatsing? Soms wel, maar vaak ook niet...

In principe is het beter om eerst te kijken de problemen thuis op te lossen. Het nieuwe wetsvoorstel voor de Wet op de Jeugdzorg geeft ook in dit opzicht een verandering van richting weer. Er moet meer inspanning worden verricht kinderen/jeugdigen thuis te helpen, desnoods in (al dan niet tijdelijke) pleeggezinnen of met extra gezinszorg. Hierdoor hoeven - zo hoopt men - kinderen minder uit huis geplaatst te worden.

Dit alles heeft wellicht consequenties voor uw positie. Want u kunt natuurlijk beslissen om het te laten bij het steunen van de jongen (gesprekken, tips geven, een al dan niet spreekwoordelijke arm om de schouder). Gevaar is dat u dus maar een kant van het verhaal kent, en eigenlijk niet in de positie bent om bijvoorbeeld contacten met school te leggen.

Maar u kunt de jongen in kwestie natuurlijk steunen om zelf een aantal stappen te nemen. U zou de jongen kunnen verwijzen naar een hulpverleningsinstantie als het Jongerenbureau of het pas opgestarte Bureau Jeugdzorg, waar jongeren zelf naar toe kunnen gaan. U kunt overwegen om -- wellicht na overleg met collega-clubgenoten? -- de ouders van deze jongen te benaderen, en te vertellen wat u gehoord heeft. Dat is afhankelijk van: of u denkt dat ouders dit op prijs stellen, of u denkt dat u er toe in staat bent, en of de jongen die u in vertrouwen heeft genomen dit wil...

Soms is het goed dat ouders door mensen in de omgeving van een kind op de hoogte worden gesteld van problemen (doen we dat tegenwoordig niet veel te weinig?). Maar soms is het ook beter om dat aan hulpverleners, die in dit soort contacten getraind zijn over te laten.

U heeft niet verteld hoe oud u bent, en welke positie u in de club heeft en welke relatie er is tot de jongen: bent u zijn coach? medesporter?). Want dat soort dingen moet je ook betrekken bij wat wijs is om te doen...

U heeft te maken met een puber van 15. Die begint zijn vleugels uit te slaan, heeft zelf wat te vertellen, wil niet meer aan het lijntje lopen. Toch is het een valkuil om te snel aan te nemen dat ze het allemaal wel zonder hun ouders kunnen. Vaak zit daar een soort verwijt achter verstopt dat ze eigenlijk meer willen van hun ouders, steun nodig hebben (dat dan weer botst met het verlangen naar autonomie).

Een van de centrale thema's in de puberteit: wel willen maar nog niet kunnen, los willen zijn maar zeker niet helemaal. Relaties met tweelingbroers/zussen; dat is een verhaal apart. Hier kan soms spelen dat er een intensievere band is dan met andere broers/zussen, hetgeen bepaalt dat het losmakingsproces (of het proces van zelfstandig/volwassen worden) complexer verloopt.

U vertelt niet zoveel van de voorgeschiedenis van deze jongen. Als hij niet ook problemen op school had, zou je nog kunnen denken dat het om normale puberteitsproblematiek gaat. Maar ik krijg toch de indruk dat het verder dan dat gaat. Maar je zou eigenlijk meer informatie willen hebben om dat beter in kaart te brengen.

Tips:

- op school huiswerk maken (als het thuis niet lukt. Sommige scholen nemen dit in hun lesprogramma op!), of bij een vriendje waar het wel rustig is.

- School kan soms een toegang bieden naar hulp bij aanvragen van tegemoetkomingen in studiekosten etc.

- Studievaardigheden: vele scholen kunnen daar aandacht aan besteden.

- Sommige gemeenten hebben allerlei kortingsregelingen voor kinderen van ouders met weinig geld. Sommige sportverenigingen ook.

- Behalve wat er allemaal niet goed gaat: wat gaat er wel goed en is wel leuk? Heeft hij plezier in sporten: lekker mee doorgaan! Zijn er toekomstidee├źn? Iets om je op te richten? Bijvoorbeeld op een vervolgopleiding.

- Je mag hopen dat er iets gedaan kan worden aan de huiselijke omstandigheid dat hij op dezelfde kamer slaapt als zijn zus. Dat past toch eigenlijk niet meer voor pubers van 15. Maar wellicht dat dit echt niet anders kan. En er zijn vele gezinnen in Nederland waar dit de realiteit is. Moet je het dan toch zoeken in "goede afspraken maken"?

Ik hoop dat u hier iets mee kunt.

Lees ook: