Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

11 mei 2007 door Aleid Grijpma

Waarom blijft mijn zoon zwijgen tegen zijn tweede moeder? (9 jr)

Ik heb een zoon van 9 jaar. We wonen op een ander adres dan waar mijn vrouw / zijn moeder woont. Zij is gehandicapt en kan niet voor hem zorgen. We hebben een maandelijkse bezoekregeling met haar.

Mijn zoon en ik wonen nu samen met wat ik voor het gemak maar even zijn pleegmoeder zal noemen, en haar twee eigen zoontjes. Voor mij is het mijn – tweede – partner. We hebben gezamenlijk gekozen voor deze oplossing omdat die het minst schadelijk is.

Mijn zoontje heeft echter het probleem dat hij zijn pleegmoeder niet accepteert. Dat uit zich in een hardnekkig zwijgen tegenover haar. Hij is alleen bereid tot praten als ik thuis kom van mijn werk. Hij doet wel karweitjes in huis, maar hij houdt er nare gewoonten op na die wel lijken op het pesten van zijn pleegmoeder. Zoals: 's nachts uit bed komen en spullen kapot maken in de badkamer, naar beneden gaan en de bank kapot springen, en zich niet op tijd melden als hij lang heeft buitengespeeld. Maar vooral dat zwijgen maakt veel kapot in huis.

Hij heeft aangegeven dat hij het niet leuk vindt in deze familie en dat hij weg wil. Vooral over dat laatste maak ik mij grote zorgen. Ik kan het niet verkroppen dat ik op mijn werk zit en er van alles mis kan gaan, waaronder weglopen van huis...

Ik heb al van alles geprobeerd om het thuis leuk te maken voor hem, maar door zijn gedrag krijgen we geen kans. Als hij iets lelijks uitvreet en weet dat dat niet mag, wordt hij boos op óns, in plaats zichzelf! En hup, de sfeer is weer eens verziekt.

Ik voel me radeloos en wil hem niet verliezen door een ongeluk, een misdaad of iets dergelijks. Wat moet ik nou?

Antwoord

Dit is een heel lastige situatie voor jullie allemaal! Ondanks het ontbreken van belangrijke informatie (waarover straks meer) zal ik toch proberen om u op weg te helpen.

Op zoek naar aanknopingspunten

Om te beginnen is het belangrijk om erachter te komen waaróm uw zoon zo doet. Ik ga er namelijk vanuit dat daar altijd redenen voor zijn.

Om die redenen te achterhalen, moet je op zoek naar aanknopingspunten. Die heb ik niet, maar u wel. U moet uzelf daarom de volgende vragen stellen:

  • hoe was zijn levensloop, dus hoe was zijn ontwikkeling?
  • hoe functioneert hij op school?
  • hoe functioneert hij met vriendjes?
  • hoe was de band met zijn moeder vóór haar handicap (of heeft ze die altijd al gehad?)
  • wat mankeert uw vrouw precies? Hoe is het gebeurd? Wanneer?
  • wanneer kwam de pleegmoeder in jullie leven? Hoe oud was uw zoon toen?
  • hoe is op dit moment het contact tussen uw zoon en zijn eigen moeder? Kunnen zij nog samen dingen doen of helemaal niet?

Vooral de achterliggende historie kan belangrijk zijn om een verklaring voor het gedrag van uw zoon te vinden. Ik zou bijvoorbeeld willen weten hoe de eerste hechting met zijn moeder was, omdat met name die eerste hechting van belang is voor de verdere ontwikkeling.

Eerste levensjaren

Stel dat de moeder van uw zoon gedurende zijn eerste levensjaren goed voor hem heeft kunnen zorgen en een goede band met hem heeft kunnen ontwikkelen. Dat helpt hem om later op een goede manier relaties aan te gaan. Maar als die eerste levensjaren al moeizaam waren, en uw vrouw toen al niet zo goed kon zorgen voor haar zoon, dan kan dat hechtingsproblemen tot gevolg hebben.

Het hoeft niet per se verkeerd uit te pakken, als een moeder gedurende de eerste levensjaren van haar kind niet goed voor haar kind heeft kunnen zorgen (het kan ook goed gaan), maar toch zie je dan wel eens dat kinderen op latere leeftijd moeite houden met hechting. Ze hebben dan geen vertrouwen in hun nieuwe verzorger (of verzorgers), wat veel tijd en moeite kan kosten om daar iets aan te veranderen.

Soms zie je ook dat een nieuwe partner erg haar best doet om een goede verzorger te zijn, wat juist voor een kind dat dat niet kent, bedreigend kan overkomen. Met als gevolg dat het kind zich kan gaan afsluiten voor al die – goed bedoelde – pogingen tot goede verzorging.

Loyaliteitsconflict

Een andere optie is dat uw zoon in eerste instantie wel een hechte band met zijn moeder had, maar dat die band opeens wegviel doordat zij gehandicapt raakte. Vervolgens wordt van hem verwacht dat hij een ander die plaats gunt, wat natuurlijk heel moeilijk is, vooral als hij nog contact heeft met zijn eigen moeder. Daarbij kan hij zich ook afvragen wat úw positie hierin is. "Wie is degene die mijn vader als mijn moeder beschouwt?", zou hij kunnen denken.

Zo'n situatie kan erg moeilijk zijn voor een kind dat altijd loyaal is geweest aan zijn eigen ouders. Sterker nog: ik kan mij heel goed voorstellen dat het bijna ondraaglijk moet zijn voor een kind om in zo'n positie terecht te komen. Het bijbehorende loyaliteitsconflict (wie is nu eigenlijk mijn moeder?) kan zeker leiden tot de gedragingen die hij nu laat zien.

Rouw

Wellicht speelt ook 'rouw' nog een rol. Stelt u zich eens voor hoe het is voor een kind om zijn moeder kwijt te raken. Dat is een vreselijk verlies, dat verwerkt moet worden. Zo'n verwerkingsproces noemen we 'rouwen'.

Rouwprocessen kosten tijd. Belangrijk is dus de vraag hoeveel tijd er zat tussen het moment dat uw zoon zijn moeder verloor (niet door overlijden, maar wel doordat ze niet meer voor hem kon zorgen) en het moment dat uw nieuwe partner in uw zoons leven kwam.

Als die tussentijd erg kort was, heeft uw zoon onvoldoende tijd gehad om te rouwen, en moest hij zich te snel aanpassen aan een nieuwe gezinsconstellatie. Dat werkt gewoon niet, en kan dus óók voor gedragsproblemen zorgen.

Leeftijd

Tot slot is het belangrijk om te kijken naar de leeftijd waarop uw zoon voor het eerst in contact kwam met zijn tweede moeder. Hoe oud was uw zoon toen? Hij is inmiddels 9, maar stel dat hij zo'n 3 of 4 jaar oud was toen uw huidige partner in zijn leven kwam. Dan verkeerde hij op dat moment in de oedipale fase, oftewel de fase waarin een kind – net als de Griekse held Oedipus – met zijn moeder wil trouwen en zijn vader wil vermoorden. Niet letterlijk natuurlijk, maar overdrachtelijk.

Als de relatie met uw huidige partner ontstond toen uw zoon 3 à 4 jaar oud was, dan zou het kunnen zijn dat hij toen al zijn pleegmoeder als een indringer beschouwde, die hij nu nog steeds niet accepteert.

Actie ondernemen

Het zoeken naar verklaringen – zoals ik hierboven probeerde te doen – is één ding, maar actie ondernemen is een tweede. Ook dat is belangrijk natuurlijk. Want hoe langer dit soort narigheid blijft doorgaan, hoe moeilijker het wordt om het te stoppen.

Tegelijkertijd bestaat het risico op een vicieuze cirkel, hetgeen in dit geval betekent dat u en uw huidige partner steeds negatiever op uw zoon gaan reageren (wat absoluut begrijpelijk is hoor). Vaak leidt dat tot meer gedragsproblemen en zwijgen.

Ik zou u daarom willen adviseren om uw zoon te laten onderzoeken, te kijken welke verklaring erbij past, en hem therapie gunnen om uit deze impasse te komen. Dat is niet alleen belangrijk voor nu, om de huidige problemen op te lossen, maar ook voor zijn toekomstige ontwikkeling.

Succes ermee!