Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

13 december 2011 door Henk Boeke

Alles over 'het hartruisje'

Wat betekent het wanneer je te horen krijgt dat je kind 'een hartruisje' heeft? Wanneer is het onschuldig en wanneer niet? En wat dan?

Jaarlijks worden er 1.300 kinderen geboren met een hartafwijking. Dat is gelukkig niet veel, op ca. 200.000 geboortes per jaar. (Minder dan 1%.) Het aantal hartruisjes dat geconstateerd wordt, is vele malen groter. Hoe kan dat?

Meestal onschuldig

Bij veel kinderen is er een hartruisje te horen als je naar hart en longen luistert. Vaak gaat het om een onschuldig geruis (ook wel 'muzikaal geruis' of 'fysiologisch geruis' genoemd), maar het kan ook een uiting zijn van een al of niet aangeboren hartafwijking, zoals een gaatje in het kamertussenschot.

Om te bepalen om wat voor soort geruis het gaat, wordt gekeken naar: de aard van het geruis (hoe het klinkt), de plek waar je het hoort, het volume ervan, en het al dan niet bestaan van lichamelijke klachten.

Hoe komt het eigenlijk dat je vaak een (onschuldig) geruis bij kinderen hoort? Daarvoor zijn verschillende oorzaken:

  • kinderen hebben een relatief hoge stroomsnelheid van het bloed;
  • tussen het hart en de borstwand (waar geluisterd wordt) zit minder weefsel dan bij volwassenen;
  • de bochten van de bloedvaten zijn scherper dan bij volwassenen, waardoor er eerder turbulentie ontstaat.

Hartruis bij bloedarmoede

Een speciaal geval van 'onschuldig' is een hartruis bij bloedarmoede. Bij bloedarmoede is er sprake van een tekort aan ijzer in het bloed, waardoor er minder zuurstof gebonden kan worden. Met als gevolg dat het hart harder moet pompen om toch voldoende zuurstof bij alle organen en lichaamsdelen te krijgen. Met wat extra geruis als gevolg.

Zodra het ijzertekort is opgelost, verdwijnt de hartruis vanzelf. (Mogelijke oorzaken voor bloedarmoede, en wat je eraan kunt doen, is weer een ander verhaal.)

Wanneer is het niet onschuldig?

Hoe weet je nou of een hartruis misschien niet onschuldig is, en er toch sprake is van een hartafwijking? In dat geval zie je vaak de volgende lichamelijke verschijnselen:

  • slecht groeien;
  • weinig inspanning kunnen leveren / snel moe zijn;
  • snel transpireren;
  • een blauwe verkleuring, op andere plekken dan handjes en lippen (handen en lippen kunnen gewoon blauw worden van de kou).
  • het vasthouden van vocht.

Verband met 'open ductus'

Soms kan er een hartruis ontstaan, of blijven bestaan, na het sluiten (operatief of met medicijnen) van de zogenaamde ductus Botalli. Dat zit zo.

Het hart heeft twee belangrijke slagaders:

  • de longslagader, die het bloed door de longen pompt om daar van zuurstof te worden voorzien;
  • de lichaamsslagader om het zuurstof-verrijkte bloed door het hele lichaam heen te sturen.

Als een kindje nog niet geboren is, krijgt hij het zuurstofrijke bloed direct van de moeder, want ademen kan hij nog niet, daarbinnen. Dus hoeft ook niet al het bloed door de longetjes gepompt te worden. Daarom is er een kanaaltje aanwezig dat als een soort sluiproute gebruikt kan worden om bloed direct van de longslagader naar de lichaamsslagader te pompen, zonder door de longen te gaan. Dat kanaaltje heet de ductus Botalli.

Na de geboorte moet het kindje het wél allemaal alleen doen, en gaat de ductus Botalli automatisch dicht. Maar soms blijft hij geheel of gedeeltelijk open. Meestal sluit hij dan binnen enkele dagen alsnog, soms gebeurt dit met behulp van medicijnen, en soms moet de chirurg het doen.

Een lekkende hartklep komt vaker voor bij patiëntjes met een open ductus, of na het sluiten van een open ductus. Naarmate het kind groeit, wordt de kans steeds groter dat de hartklep minder gaat lekken.

Verdachte hartruis - wat dan?

Als de consultatiebureau-arts of de huisarts het niet vertrouwt, of twijfelt, volgt een verwijzing naar een kinderarts of een kindercardioloog. Vervolgens kan er dan een hartfilmpje (ECG) en een hart-echo worden gemaakt.

Gelukkig blijkt er ook dan meestal niets ernstigs aan de hand. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een zwak plekje in de spierlaag, dat vanzelf dichtgroeit.

In bijzondere gevallen zal het probleem operatief opgelost moeten worden. Gelukkig zijn de operatietechnieken de laatste jaren sterk verbeterd en minder belastend dan vroeger, o.a. door het gebruik van een zogenaamd 'parapluutje'.

Meer informatie

Voor meer informatie over hartproblemen, zie: www.hartstichting.nl.

Lees ook: