Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

5 april 2000 door Justine Pardoen

Bang voor een Down-kind in de klas

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

Mongooltjes die naar school gaan op een gewone basisschool, doen het vaak heel erg goed. Ze ontwikkelen zich niet alleen cognitief maar vooral ook sociaal beter dan wanneer ze naar het speciaal onderwijs zouden gaan. Maar ouders van de 'gewone' kinderen in de klas zijn bang dat dat ten koste gaat van de ontwikkeling van hun eigen kind.

Annemijn (4), de dochter van Marieke, heeft het Syndroom van Down. Sinds kort gaat Annemijn naar een gewone basisschool, ze vindt het fijn en ze doet het goed. Marieke: "Op school is ze als een prinsesje ontvangen. Alle leerkrachten waren super-enthousiast omdat ze nog nooit zo'n kindje hadden gehad en de uitdaging graag aan wilden gaan." Niets aan de hand.

Toch is er een probleem: de ouders van de andere kinderen. Marieke: "Er zijn ouders die denken dat de aanwezigheid van Annemijn de ontwikkeling van hun eigen kind in de weg staat." Op het Forum van Ouders Online blijkt dat Marieke de angst van die ouders serieus neemt. Ze kan niet anders, want ze maakt zich zorgen over het geluk van haar dochter: "Deze ouders dragen hun negatieve gevoel over op hun kinderen. Die worden terughoudend tegenover mijn dochter en dat wil ik niet. Wie weet hoe ik deze ouders duidelijk kan maken dat ze zich geen zorgen hoeven te maken?"

"Veel vooroordelen ontstaan door onwetendheid", reageert Lucy, "dus waarom organiseer je niet een informatie-uurtje?" Dat werkt goed, weten ook andere ouders van een kind met Down Syndroom. Het middelste kind van Janny is een mongooltje en toen zij naar de basisschool ging, wilde Janny ook een informatie-avond organiseren. Maar het hoofd van de school hield het tegen. Janny: "Zijn argument was, dat ouders niets te maken hebben met de beslissing om een mongooltje op school aan te nemen. Zolang een kind leerbaar is en het team erachter staat, hebben de ouders het maar te accepteren."

Hetzelfde standpunt laat de Vereniging voor een geïntegreerde opvoeding van kinderen met Syndroom van Down (VIM) horen bij monde van Marlies Kortenoever, zelf al vijftien jaar pleegmoeder van een mongooltje van inmiddels zeventien. Kortenoever: "Wij vinden ook dat het niet nodig is om de komst van kinderen met het Syndroom van Down nu zo anders te begeleiden dan andere zwakzinnigen waarbij de handicap veel minder zichtbaar is. Als je er zoveel nadruk op legt, kun je ook onnodig problemen scheppen."

Het standpunt is begrijpelijk: de school wil niet voor elk kind dat iets bijzonders heeft een informatie-avond organiseren. Want wat maakt een kind met Down Syndroom zo anders dan een kind met structurele gedragsproblemen, een meer of minder dan gemiddelde intelligentie, concentratie-stoornissen of epileptische aanvallen?

Janny legde zich neer bij de visie van de school en het ging goed. Totdat haar dochter uitgekleuterd was. Janny: "Toen spraken ouders mij op het schoolplein aan, en sommigen kwamen er zelfs voor bij me aan de deur. Of mijn kind ook naar groep drie zou gaan. Vanaf nu zou er toch echt geleerd moeten worden en dat zou toch problematisch zijn. Ik sloeg steil achterover: ineens zagen ze mijn mongooltje als een bedreiging. Zij zou extra aandacht nodig hebben waardoor de leerprestatie van hun eigen kinderen niet optimaal kon zijn."

Janny: "Toen kwam er alsnog een informatie-avond voor de ouders van alle kinderen die naar groep drie zouden gaan. Het hoofd van de school legde alles uit. Hoe de school werkt en wat de voorwaarden zijn voor het aannemen van zo'n kind. Dat er een speciale begeleider is voor ons kind, dat de school extra geld krijgt voor een uur per dag individueel les en ook voor begeleiding van de leerkrachten die met haar gaan werken, vanuit het ZMLK."

Alle uitgenodigde ouders waren komen opdagen. De school kan hun zorg dus niet serieus genoeg nemen. Ouders van een mongooltje begrijpen die zorg vaak wel. Janny: "Ik was ook niet blij toen ze geboren werd. Ik had geen idee wat ons te wachten stond." Kortenoever: "Het beeld van het snotterende, kwijlende geval dat niets kan, is hardnekkig maar achterhaald."

Niet alleen ouders als Marieke, maar ook de ouders van de kinderen bij wie ineens een mongooltje in de klas komt, worden een beetje aan hun lot overgelaten, vindt Janny. Zij raadt die ouders aan om hun zorgen vooral niet te bespreken met hun kinderen, en ze ook niet neer te leggen bij de ouders van het mongooltje, maar bij de school. Want pas dan zal de school er iets aan doen. Kortenoever van de VIM is het daarmee eens: "Ouders moeten de school aanspreken en niet blijven praten op het schoolplein. Of de VIM bellen (0514-682 270); daar kunnen zowel ouders als leerkrachten terecht, want het is juist onze doelstelling om een brug te slaan tussen iedereen die betrokken is bij het integreren van mongooltjes in het reguliere basisonderwijs."