De WHO-groeicurves voor kinderen tot 5 jaar

Vanuit de World Health Organisation (WHO) worden de groeicurves voor kinderen tot 5 jaar gepubliceerd. Wat is daar zo bijzonder aan en hoe worden die groeicurves gebruikt?

Wetenschappers uit de hele wereld zijn ruim negen jaar bezig geweest met het maken van de WHO-groeicurves die in 2010 zijn verschenen. Met behulp van deze standaarden kunnen artsen en onderzoekers de fysieke groei, de voedingsstatus en de motorische ontwikkeling van kinderen van 0 tot 5 jaar beoordelen. De groeicurves geven dus meer inzicht in de gezondheid van kinderen

Groeicurve voor meer inzicht in gezondheid

Een groeicurve is een middel voor zorgverleners om na te gaan of een kind goed groeit. En de groei zegt weer iets over de gezondheid van een kind (of een groep kinderen).

Om te zien of er iets bijzonders aan de hand is met een specifiek kind, moet je de groei van dat kind vergelijken met de groei van andere – gezonde – kinderen van dezelfde leeftijd. Zo geeft de groene – middelste – lijn aan wat 'het gemiddelde gewicht (of de gemiddelde lengte) van alle gemeten kinderen' op een bepaalde leeftijd is.

Nu is er natuurlijk bijna geen enkel kind dat precies die lijn van het gemiddelde volgt. 'Het gemiddelde' is immers een statistisch (rekenkundig) gegeven, en je hebt nu eenmaal grote kinderen en kleine kinderen. Daarom staan er nog meer lijnen in de grafiek. De rode en zwarte lijnen geven de spreiding aan:

  • 95% van de kinderen zit binnen de rode lijnen
  • 99% van de kinderen zit binnen de zwarte lijnen

Let op (1): de voorgedrukte lijnen zijn dus geen 'richtingaanwijzers' voor het kind, maar dienen als hulplijnen voor de zorgverlener. Elk gezond kind groeit volgens zijn eigen lijn, die best mag afwijken van een van die hulplijnen, zolang de groei maar gestaag doorgaat en een kind zijn 'eigen' lijn volgt. Als je kind van zijn eigen lijn gaat afwijken of er komt een knik in, dan is er vaak reden tot zorg. Er moet dan onderzocht worden hoe dat komt en wat voor actie er eventueel ondernomen moet worden.

Let op (2): groei is een proces dat zich ontwikkelt in de tijd. Op zich zegt het dus weinig als een kind op één bepaald moment een lengte of een gewicht heeft dat (sterk) afwijkt van het gemiddelde. Je hebt altijd meerdere meetwaarden nodig – gemeten op verschillende momenten – zodat je kunt zien hoe de groei zich ontwikkelt, en of er misschien sprake is van een 'trendbreuk'.

Je vindt de daadwerkelijke groeicurves aan het eind van dit artikel.

Wat is bijzonder aan de huidige curves?

Voor het maken van de nieuwe curves werden 8440 kinderen in zes heel verschillende landen opgemeten. Het onderzoek vond plaats in Brazilië, Ghana, India, Noorwegen, Oman en de Verenigde Staten. Alleen kinderen die onder optimale omstandigheden opgroeiden, konden meedoen. Ze kregen te eten volgens de toen bekende aanbevelingen, kregen goede gezondheidszorg en hun moeders rookten niet.

Deze curves geven aan binnen welke grenzen kinderen horen te groeien. Dit in tegenstelling tot de bestaande grafieken, zoals we die in Nederland gebruiken, die weergeven hoe kinderen in ons land de afgelopen jaren groeiden. Maar dat betekent niet automatisch dat dat ook de beste groei is voor onze kinderen.

Met name overgewicht kan met de nieuwe curves sneller onderkend worden, omdat borstgevoede baby's – die nu de norm zijn geworden – op een gegeven moment wat minder hard groeien dan flesgevoede kinderen. En omgekeerd: consultatiebureaus zullen niet zo snel meer schrikken wanneer een borstgevoede baby wat achter lijkt te blijven in groei. Dat 'hoort' immers zo.

Zijn alle kinderen dan even groot?

Bij het samenstellen van de nieuwe groeicurves bleek dat kinderen over de hele wereld binnen dezelfde lengte- en gewichtsgrenzen groeien. Er zijn natuurlijk individuele verschillen tussen kinderen, maar over grote groepen gezien, blijkt de gemiddelde groei regionaal en wereldwijd opvallend overeen te komen.

Gezonde kinderen uit India vertonen dus een zelfde groeipatroon als gezonde kinderen uit Noorwegen. De verschillen in groei van de kinderen bleken meer af te hangen van voeding, voedingsgewoonten, omgeving en gezondheidszorg dan van genetische of etnische factoren.

Groeicurves voor alle baby's en kinderen

Omdat het initiatief afkomstig is van de WHO (Verenigde Naties), wat je al snel associeert met 'probleemgebieden', zou je kunnen denken dat de groeicurves vooral bedoeld zijn voor ontwikkelingslanden. Dat is niet het geval. De curves zijn bedoeld voor álle kinderen op de hele wereld, ongeacht de plek waar ze wonen, de welstand van hun ouders, of de voeding (borst- of flesvoeding) die ze krijgen.

Het is natuurlijk heel goed mogelijk om met behulp van deze curves vast te stellen of een kind dat opgroeit in een arm land, ondervoed is. Maar je kunt er óók mee zien of een kind dat opgroeit in een rijk land, te zwaar is (of dreigt te worden).

Vooral dat laatste is interessant. Want als in een rijk land de plaatselijk opgestelde groeicurves worden gebruikt, dan zie je pas dat een kind te dik is als het kind al flink overgewicht hééft. Met de nieuwe standaard kunnen overgewicht en zwaarlijvigheid eerder opgemerkt worden, zodat er eerder wat aan gedaan kan worden.

Verschillende groeicurves voor borstvoeding en flesvoeding?

De nieuwe curves zijn gebaseerd op borstgevoede kinderen, maar zijn bedoeld voor álle kinderen, ook als ze kunstvoeding krijgen. Het uitgangspunt is dat het groeipatroon van borstgevoede kinderen de natuurlijke standaard is, waar ook voor flesgevoede kinderen naar gestreefd moet worden

Training voor zorgverleners

Uit onderzoek is gebleken dat groeikaarten moeilijk te begrijpen zijn, ook al zien ze er eenvoudig uit. Zelfs artsen kunnen er nog problemen mee hebben. Om te kunnen interpreteren of de groei van een individuele baby goed verloopt, moet de zorgverlener de gereedschappen goed kennen. Hoe werkt de weegschaal precies, hoe meet je volgens de standaard en wat doe je vervolgens met de meetresultaten?

Om goed met de nieuwe kaarten te kunnen werken, en ouders de juiste uitleg te kunnen geven, moeten zorgverleners getraind worden. Daarom heeft de WHO een training voor zorgverleners. Het gebruik van de curves is namelijk niet simpelweg een kwestie van stipjes zetten en kijken of het kind zijn of haar lijntje volgt...

De groeicurves vanaf baby tot 5 jaar

Inmiddels ben je natuurlijk benieuwd naar die curves. Bijvoorbeeld om ze te printen en te gebruiken voor je eigen kind. Gewicht en lengte spreken voor zich, 'BMI naar leeftijd' is bedoeld om te kijken of je kind 'te dik' is (BMI staat voor 'body mass index'). De oude 'gewicht naar lengte'-curve bestaat niet meer; deze is nu vervangen door de BMI-curve. Voor meer informatie, zie: Dossier 'Dikke kinderen' - De kinder-BMI.

Let op: zoals je zult zien, zit er in de lengte- en BMI-curves een raar soort hikje. Dat hoort zo. Tot de leeftijd van 2 jaar is de lengte liggend gemeten (length), en daarna staand (height). Als er staand gemeten wordt, is de lengte (height) wat kleiner vanwege het inzakken van de wervelkolom.

1. Lengte naar leeftijd:

2. Gewicht naar leeftijd:

3. BMI naar leeftijd:

4. Motorische mijlpalen naar leeftijd (zitten, staan, kruipen, lopen, etc.):

De bovengenoemde curves zijn van het type 'z-score', oftewel 'standaarddeviatie'. Daarnaast zijn er percentiel-varianten van de groeicurves beschikbaar, maar die zijn bedoeld voor wetenschappelijke toepassingen. In de Nederlandse jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus, schoolartsen, etc.) wordt de standaarddeviatie gebruikt.

De cijfers 1, 2 en 3 (respectievelijk -1, -2 en -3) die u bij de hulplijnen ziet staan, zijn de z-scores. Ze geven aan hoe groot de afwijking van het gemiddelde is:

  • 68% van de kinderen zit tussen -1 en +1
  • 95% van de kinderen zit tussen -2 en +2
  • 99% van de kinderen zit tussen -3 en +3.
Lees ook: