Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

1 oktober 2004 door Elsie Sloot

Hoe help je een kind om wat flexibeler te worden?

Aflevering 4 van onze rubriek met opvoedtips voor alledaagse situaties. Deze week helpt Elsie Sloot een bozig kind om zich wat flexibeler op te stellen.

Een 7-jarig jongetje wordt bij mij aangemeld via de school. Hij is boos tegen andere kinderen wanneer zij niet doen wat hij zegt. Zijn moeder maakt zich ernstige zorgen. Hij is het kind van een Jamaicaanse vader en een Nederlandse moeder.

De moeder is bang dat het gedrag van dit jongetje een gevolg is van zijn culturele achtergrond: macho en dreigend als het hem even niet zint.

Uit het verhaal blijkt dat hij het heel goed doet op school. Hij doet zijn schoolwerk prima en toont veel inzicht; hij is duidelijk slim. Toch lijkt hij maar niet te begrijpen dat niemand je meer aardig vindt, wanneer je heel boos en agressief doet.

Niet zo geduldig

Een kind van 7 kan nog zo slim zijn, hij ontwikkelt zich volgens hetzelfde patroon als ieder ander kind. Voor deze leeftijd (en ook jonger én ouder) kan het heel lastig zijn dat niet iedereen doet wat je het liefste zou willen. Vooral als je een temperament hebt dat niet zo geduldig is. Dát is iets wat met culturele achtergrond te maken kan hebben.

Het gedrag van een kind wordt verder ontwikkeld door de mensen in zijn directe omgeving. Zij bepalen hoe een kind leert om te gaan met conflicten. Daarnaast hebben ze invloed op de manier waarop hij zichzelf kan helpen zijn eigenwaarde te behouden, vriendjes te hebben, én soms dingen te doen die niet helemaal zijn wens zijn.

Prettige bijkomstigheid

Als een kind snapt wat er gebeurt, is dat een prettige bijkomstigheid. Een slim kind snapt meestal sneller hoe je een oplossing voor een bepaalde vraag kunt vinden.

Daartegenover staat echter dat een kind dat slim is op bepaalde gebieden (zoals rekenen, of sport, of muziek) zich heel onveilig kan voelen op de gebieden waar hij minder goed of slim in is. Daarom zie je regelmatig kinderen die goed zijn in hun schoolprestaties, maar minder handig zijn in hun sociale gedrag. Ze zijn dan vaak ook slim in het ontwijken van moeilijke situaties, waardoor ze geen ervaring kunnen opdoen op dat vlak.

Tips en trucs

1. Over het algemeen kunnen kinderen van 7 al goed begrijpen dat er iets kan veranderen als ze zich anders opstellen. Het is overigens niet verstandig om dat uit te leggen vlak na een enorme uitbarsting, want dan staat het kind niet zo erg open voor dergelijke goed bedoelde adviezen. Kies dus wel het juiste moment.

2. Neem de tijd en observeer het gedrag van je kind nauwkeurig. Voel je als ouder de bui aankomen? Zie je verandering in het spel of de contacten met een ander kind, waarbij je het gevoel krijg: Oh, daar gaan we weer?

3. Heeft je kind last van het resultaat van zijn uitbarstingen? En zie je dat hij er niet echt blij mee is? Spreek dan je kind op een rustig moment aan en bied hem je hulp aan. Doe dat zo onvoorwaardelijk mogelijk. Stel geen limieten (dus niet: "Als je niet meer boos wordt dan...") maar bespreek wat je zag en hoe dat voelt als ouder. Het is soms goed dat een moeder dat gedrag bespreekt met een kind, maar het kan ook zo zijn dat juist de vader een meer afstandelijke vrije houding kan aannemen.

4. Als je je hulp aanbiedt, betekent dat dat je je kind uitdaagt om mee te gaan denken over hoe die hulp er uit kan zien.

5. Je motief als ouder om hulp aan te bieden kan bijvoorbeeld zijn dat je het verdrietig vindt dat hij steeds ruzie krijgt. Maar het kan ook zijn dat je aan je kind duidelijk maakt dat het handiger is als hij beter met andere kinderen omgaat, dus meer een zakelijk motief. Ik weet dat zoiets heel zwaar klinkt voor een 7-jarige, maar kinderen in die leeftijd verlaten het kleuterdenken; de fantasie-fase wordt minder heftig en de zakelijke benadering van situaties wordt steeds belangrijker.

6. Vertel je kind dat je soms merkt dat er een boze reactie of een boze bui aan komt, en dat je hem of haar graag zou willen waarschuwen zodat hij kan proberen om iets minder boos te worden. Wanneer je kind accepteert dat je zoiets kunt merken, en als hij instemt met eventuele hulp, dán pas kun je hem zelf naar oplossingsmogelijkheden laten meezoeken.

7. Laat je kind meedenken over de manier waarop je hem het beste kunt benaderen. Hoe waarschuw je, zodat hij niet nog bozer wordt? Moet je er iets van zeggen of juist niet? Wil je kind dat je geluid maakt of dat je wegloopt? Kan hij een woord of een gebaar bedenken dat je als ouder kunt geven op het moment dat je hem wilt informeren over de stemming? Help hierbij door suggesties te doen en voorbeelden te noemen.

Kies de voorbeelden (zie punt 7) in de 'zachte', vriendelijke sfeer. Dat wil zeggen dat het geen harde woorden moeten zijn of harde geluiden. Soms adviseer ik wel eens om een troetelnaampje of de naam van een knuffelbeest te gebruiken. Maar als die niet beschikbaar zijn, kan het ook het woord "vriendelijk" of het woord "zachtjes" zijn, of varianten daarop.

Vaak kunnen kinderen heel goed zelf een woord of een gebaar bedenken waar je als ouder zeer verbaasd over bent. Zo hoorde ik een keer een kind een woord bedenken waar iedereen erg om moest lachen. "Biertje", het bekende reclamewoord. Toch werkte het bij dat kind goed, vooral omdat hij het zelf had mogen bedenken en omdat hij het heel stoer vond dat juist dát woord een extra betekenis bij hem en zijn ouder had, zonder dat de anderen het doorhadden.

8. Humor is een sterke steun bij het oplossen van moeilijke dingen. Lukt het bovenstaande niet direct vlekkeloos, lach dan samen over de manier waarop je samen loopt te klungelen en probeer het de volgende keer gewoon weer opnieuw.

9. Probeer niet te straffen als het niet lukt, maar zeg: "Jammer, volgende keer proberen we het nog eens". Stel de afspraak bij als dat wenselijk is en verbaas je niet als je kind deze methode ook omgekeerd gebruikt: als je als ouder boos dreigt te worden, gebruiken deze kinderen het zelfde woord of gebaar omgekeerd!

10. Het is prettig als je kind snel snapt dat je het goed met hem meent en dat je er samen wel weer uitkomt. Geef je kind het vertrouwen dat hij het kan en dat het echt niet heel moeilijk is. Hiermee voelt het kind zich begrepen en gesteund en dat was de laatste tijd niet zo vaak voorgekomen...