Home » Artikelen » Interactief voorlezen

Interactief voorlezen

Door:

Henk Boeke en Nadia Eversteijn

De taalkundigen Nadia Eversteijn en Henk Boeke vertellen waarom voorlezen zo goed is voor de taalontwikkeling, en hoe je dat het beste kunt aanpakken in de praktijk.

Voorlezen is hartstikke leuk, maar het is tegelijkertijd een uitstekende manier om de taalontwikkeling van je kind te stimuleren. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen uit gezinnen waarin veel wordt voorgelezen, taalvaardiger zijn dan kinderen die thuis niet of nauwelijks zijn voorgelezen. Ze hebben bijvoorbeeld een grotere woordenschat, en scoren beter op tests voor begrijpend lezen. Het zal duidelijk zijn dat ze daardoor ook beter zijn toegerust voor 'leren' in het algemeen.

Hoe komt dat eigenlijk? En waarom werkt voorlezen beter dan – bijvoorbeeld – veel tv-kijken? Je kunt je er natuurlijk makkelijk vanaf maken door te zeggen dat in gezinnen waarin veel wordt voorgelezen, dingen als 'taal', 'liefde voor boeken' en 'aandacht voor het kind' sowieso een belangrijke rol spelen, en dat het kind dus opgroeit in een kansrijke omgeving, zeg maar. Dat zal zeker een rol spelen. Maar er is ook een specifieke reden waarom juist voorlezen zo effectief is.

Interactie

Goed voorlezen is een interactief proces. Het is dus geen eenrichtingsverkeer, maar echte communicatie. Een samenspel tussen ouder en kind. En daar leert een kind heel veel van, in ieder geval meer dan van passief consumeren via de televisie.

Hieronder zullen we per leeftijdsfase aangeven hoe je dat het beste kunt aanpakken. Voorlezen is namelijk nuttig in álle stadia van de taalontwikkeling van het kind, waarbij de onderlinge communicatie telkens een stapje verder gaat.

Babytijd en dreumestijd (0 tot 2 jaar)

Met voorlezen kun je al beginnen als je baby 6 maanden is. Natuurlijk zal de interactie dan nog vrij beperkt zijn, althans wat de taal betreft, omdat kinderen van deze leeftijd nog niet kunnen terugpraten. Maar samenspel is het wel degelijk!

In het begin zult u vooral bezig zijn de aandacht van uw baby te trekken. Gebruik daarvoor kleurige prentenboekjes, met heldere en herkenbare vormen, en probeer ook om er leuke geluidjes bij te maken. Boekjes met kartonnen bladzijden zijn het handigst, omdat baby's vaak een onbedwingbare neiging hebben om papieren bladzijden stuk te scheuren. Heb in ieder geval geduld, en word nooit boos! Probeer er zo veel mogelijk een spelletje van te maken.

Tegen de eerste verjaardag (12 maanden) komt de eerste echte talige interactie. Voorlezen is dan een perfect middel om te oefenen met woordjes voor de dingen uit het dagelijks leven. U kunt dan bijvoorbeeld vragen: "Waar is de bal?", om uw kind het bijbehorende object te laten aanwijzen.

Vervolgens kunt u het een stapje moeilijker maken, door zelf een plaatje aan te wijzen en te vragen: "Wat is dat?" Rond 18 maanden kan uw kind daar meestal wel antwoord op geven.

Met de eerste methode (objecten laten aanwijzen) oefent u het woordbegrip en met de tweede methode (vragen naar een woord) oefent u de woordproductie.

Peutertijd (2 en 3 jaar)

Zodra kinderen de peuterleeftijd bereiken, zullen ze het leuk vinden om herkenbare situaties uit hun eigen leventje terug te vinden in boekjes. Het geeft ze houvast bij het ontdekken van de wereld, als ze zien dat het kind in het boekje ook in bad gaat, en ook in de speeltuin speelt, of ook wel eens bang is in bed.

Als peuter begrijpt uw kind al kleine verhaaltjes, dus meer dan alleen maar losse woordjes. Boekjes bieden 'visuele ondersteuning' bij het leren begrijpen van taal. Door middel van de plaatjes haalt u zomaar de speeltuin, het ziekenhuis of de kinderboerderij uw huis binnen.

Aangezien kinderen met 27 maanden al af en toe twee woordjes kunnen combineren tot kleine zinnetjes (zoals "Mama moe" of "Die ook") en kinderen met 36 maanden al langere zinnen kunnen maken (van vier woorden of meer), kan de onderlinge communicatie bij het voorlezen nu echt goed op gang komen. Je kunt dan wat moeilijker vragen gaan stellen (zoals: "Wat denk je dat er nu gaat gebeuren?") en je kunt al echt met z'n tweeën gaan praten over het verhaal.

Kleutertijd (4 en 5 jaar)

Wordt uw kind een kleuter, dan wil het graag verhalen horen over méér dan het vertrouwde hier en nu. Boeken kunnen de grote fantasiewereld van een kleuter aanwakkeren. Hun wereldje vergroot zich, als ze helemaal opgaan in verhalen over pratende dieren, feeën, kabouters, prinsen en prinsessen.

Op deze leeftijd speelt de fantasie een belangrijke rol. In de interactie tijdens het voorlezen kun je je kind dus ook stimuleren om zelf te fantaseren en fantastische verhalen te vertellen.

Basisschool-leeftijd (6 t/m 12 jaar)

Kinderen in de basisschool-leeftijd zijn dol op verhalen met een spannende plot. Door boeken ontdekken ze andere landen en andere tijdperken.

Het heeft beslist nut om kinderen die zelf al kunnen lezen, nog steeds voor te lezen. Dat geldt natuurlijk het sterkst voor kinderen die nog maar net technisch kunnen lezen (oftewel 'lezen wat er staat'). Het omzetten van letters in spraakklanken kost hen namelijk nog zo veel moeite, dat dit hun aandacht van het verhaal kan afleiden.

Maar ook voor kinderen die al heel vlot technisch kunnen lezen, heeft voorlezen nut. Voor hen kiest u boeken die nog net een stapje te moeilijk zijn om zelfstandig te begrijpen, maar die ook weer niet zó vol onbekende woorden zitten, dat het kind afhaakt. Op die manier helpt u de taalontwikkeling telkens een stapje verder.

In dit stadium kan het zinvol zijn om het kind ook eigen ervaringen te laten vertellen en eigen meningen te laten geven. Vaak kan een voorleesverhaal het startpunt zijn voor een goed gesprek over dingen die in het boek beschreven worden. Van oorlogvoering tot slavernij en van gezinsperikelen tot liefde en seksualiteit (denk daarbij ook aan de seksuele-voorlichtingsboekjes die je in deze periode kunt voorlezen).

Voorlezen aan dove kinderen

Ook kinderen die doof of slechthorend zijn, vinden voorlezen fijn. En zelfs in gebarentaal kun je voorlezen! Maar hoe doe je dat? Ingrid Vos, moeder van een slechthorend jongetje, maakte 'Het is donker, het is nacht', een voorlees-boekje voor peuters en kleuters.

[Naschrift d.d. 14 april 2017: Dit boekje is helaas niet meer te koop. Voor meer informatie over voorlezen aan dove en slechthorende kinderen, zie: Interactief voorlezen op de site van Kentalis.]

Voorlezen en meertaligheid

Tot slot nog een opmerking over voorlezen in een meertalige omgeving. Veel ouders vragen zich af in welke taal ze dat moeten doen. Het antwoord op die vraag is heel simpel: lees voor in de taal die je zelf het prettigst vindt om te gebruiken.

Dus: als je van buitenlandse afkomst bent, en het liefst voorleest in je eigen moedertaal, dan is dat geen enkel bezwaar. Voorlezen heeft altijd een positief effect, niet alleen op de taalvaardigheid in de voorgelezen taal maar ook op de algemene taalvaardigheid. Dat komt doordat een meertalige opvoeding (waaronder voorgelezen worden in een andere taal) een positief effect heeft op het zogenaamde 'meta-linguïstisch bewustzijn', oftewel de vaardigheid om na te kunnen denken óver taal.

Meer informatie

Henk Boeke en Nadia Eversteijn

zijn beiden taalkundigen. Henk Boeke is Neerlandicus en voorlees-gek. Nadia Eversteijn is sociolinguïst, meertaligheidsdeskundige, en voorleescoach bij Theater Luister.

Meer over

Reacties

Wat een slecht verhaal Petra.

Wat een slecht verhaal Petra.
Dat artikel richt zich tegen het schools onderwijzen van peuters en kleuters. Daar is een stroming van.
Volgens mij hebben Henk en Nadia het over voorlezen thuis.

En natuurlijk is er wel een directe relatie tussen de taalontwikkeling van jonge kinderen en voorlezen.

Dat die relatie op school bij het leren lezen en schrijven niet altijd tot uitdrukking komt (dat VVE niet zo succesvol is als velen hopen) doet daar niks aan af.

Eigenlijk HOU ik van Sieneke

Eigenlijk HOU ik van Sieneke Goorhuis. Ik ben Vrije-school-ouder in hart en nieren, en juich het toe hoe ze altijd van de daken schreeuwt dat jonge kinders niet te vroeg aan schools leren onderworpen moeten worden (oudere kids misschien ook niet, maar dat is een ander verhaal).

Helaas moet ik vaststellen dat Sieneke zich in het genoemde artikel een beetje als -sorry- grumpy old lady opstelt. De manier waarop ze sommige leestips van Peuterplace neersabelt, is een beetje ver gezocht. (WAAROM mag het voorlezen geen toneelstukje worden? Hoe komt het dan toch, dat acteurs zo meesterlijk zijn in het inspreken van luisterboeken?)

Maar dat geeft eigenlijk helemaal niks. Het artikel van Sieneke IS helemaal niet in tegenspraak met het artikel van Henk Boeke en mij.

Sieneke vergeet in haar barricadedrift alleen een beetje om het verschil uit te leggen tussen technisch en begrijpend lezen.

Moet nu echt naar bed (geef morgen weer een voorlees-voorstelling; ik vrees wel dat het een toneelstukje wordt :-)) maar kom hier na afloop van de Kinderboekenweek nog even inhoudelijk op terug. Zodat ouders weer weten wat ze moeten doen! ;-) (Wel lekker blijven voorlezen tot die tijd.)

Lezen is ook een responsief

Lezen is ook een responsief proces waarin je als ouder leert waar je kinderen goed op reageren en dat daardoor voor jou als een beloning werkt. Teveel zelf opleggen en vragen waar een kind niet aan toe is raakt het afgeleid en dan verander je je insteek. Je merkt waar je kind aandachtig wordt en plezier in heeft en zich ontwikkelt en dat wordt bij jou versterkt. Als ouder groei je mee met je kind.
Thuis is wel een verschil met een groep op school.

Volgens mij gaat het 'de

Volgens mij gaat het 'de stroming' niet om het verschil tussen technisch en begrijpend lezen. Het gaat over het verschil tussen magisch en mechanisch beleven, waarbij 'kleuter' synoniem is aan magie en 'school' of zelfs lezen en letters aan een rigide mechanisch proces alsof het om fabrieksarbeid gaat.
In die context is het misdadig om een peuter of kleuter ook maar iets te willen leren, alsof je de kinderarbeid nog eerder introduceert, en is leren omgekeerd een rigide proces waar geen lol aan te beleven valt. Hooguit een noodzakelijk kwaad. Iets waar kinderen 'aan toe' moeten zijn volgens een van hen extern model en waar ze, als ze er dan aan toe zijn, aan onderworpen dienen te worden.
Er wordt binnen de stroming helemaal geen vraag gesteld bij de vorm van dat onderwijs.
Laat kinderen toch kind zijn doet onder de meest fanatieken alsof kinderen geen kind kunnen zijn in een wereld van (nieuwe) woorden en geschreven verhalen.
Het verhaal van Goorhuis in de link van Petra is consistent met die gedachte.
Ik vind het een slecht verhaal.

Ben benieuwd naar het vervolg

Ben benieuwd naar het vervolg op dit artikel.
Even voor de duidelijkheid. Ik weet echt niet wat goed / niet goed is. Ik doe nu gewoon wat mijn kinderen en ik leuk vinden om te doen. Dat is meestal meer 'cocoonen' dan interactief voorlezen en als de kinderen mij onderbreken, dan haak ik daar op in. Zelf onderbreek ik het verhaal niet. Mijn kinderen vinden het leuk en gezellig en dat is voor mij prima.
Ik denk niet dat het 'misdadig' is om kinderen iets te (willen) leren, maar ik denk dat kinderen heel veel leren, zonder dat wij als ouder er een 'bewust educatief momentje' van hoeven te maken.

Ik denk dat er snel

Ik denk dat er snel verwarring is over de term 'interactief'. Echt 'interactief' iets doen met je kind, bijv voorlezen, impliceert echt inspelen op je kind, dus eerst ook echt contact maken. Wezenlijke stappen hierin worden denk ik vaak overgeslagen, en in een groep (school) is zoiets al bijna niet mogelijk, iig erg moeilijk.
Het wordt dan snel een lesje ipv voorlezen, geen lol meer aan.
Ik had met mijn (moeilijke zoon) tijdens voorlezen vaak meer contact dan op andere momenten. Terwijl er weinig gesproken werd, bijna niet eigenlijk. Toch voelde het heel interactief, veel non-verbale communicatie.
Met andere kind werd meer gesproken. Ik sloot aan bij wat de kinderen aangaven. Iets dat mi zo enorm belangrijk is (verhalen lezen) mag niet verknald worden door educatief gedoe.

Lees verder