Home » Artikelen » Levensboeken spoorzoeken naar het verleden

Levensboeken - Spoorzoeken naar het verleden

Door:

Femmie Juffer

Levensboeken zijn in. Ze worden gebruikt bij vergeetachtige bejaarden, pleegkinderen en adoptiekinderen. Maar wat doet zo'n boek nu eigenlijk?

Voorgedrukte levensboeken zijn alom verkrijgbaar. In plaats daarvan kun je ook een foto-album of een plakboek gebruiken. Het idee van zo'n boek is dat de levensgeschiedenis van een pleegkind of adoptiekind zo goed mogelijk in beeld wordt gebracht, met foto's en teksten.

Maar wat dóet zo'n boek nu eigenlijk?

Werken aan een levensboek

Het gebeurt regelmatig dat pleegkinderen of adoptiekinderen in het begin van hun leven op verschillende adressen wonen en door diverse mensen worden verzorgd, voor korte of langere tijd.

Omdat die wisselingen vaak plaatsvinden in de eerste kinderjaren, bewaren deze kinderen geen blijvende herinneringen aan die periode. Dat kan later voor onduidelijkheid en onzekerheid zorgen en daarom is het levensboek bedacht.

In een levensboek staat waar en wanneer het kind geboren is, wie zijn biologische ouders zijn, en wie er wanneer voor hem hebben gezorgd. In landen als Engeland en Amerika, waar pleegkinderen vaak worden overgeplaatst, is het maken van een levensboek bij sommige organisaties zelfs verplicht.

Soms wordt een levensboek gemaakt als het kind al enkele jaren oud is, terwijl niet alle informatie exact bekend is. Dan moet worden volstaan met globale gegevens.

Men gaat ervan uit dat een levensboek een kind zal helpen om later zijn geschiedenis te begrijpen. Maar is dat wel zo? Is dat ook onderzocht?

Onderzoek

Er is niet echt gedegen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gebruik van levensboeken (*). De studies die er zijn, gaan vrijwel allemaal over ouderen of volwassenen met intellectuele beperkingen. Bovendien hebben de onderzoekers zich meestal gericht op de meningen van de professionals die het levensboek gebruiken, en veel minder op de visie van de hoofdpersoon zelf.

Hoewel de stand van zaken dus onvolledig is, komen er uit het schaarse onderzoek dát er is wel een paar aandachtspunten naar voren:

  • de persoon over wie het levensboek gemaakt werd, vond het meestal plezierig dat er speciale aandacht aan hem en aan zijn persoonlijke geschiedenis werd besteed;
  • de mensen die met het levensboek werkten, waardeerden het om de achtergronden van de persoon in het levensboek beter te leren kennen;
  • men vond het prettig om het levensboek te gebruiken als hulpmiddel om het over herinneringen van vroeger te hebben;
  • ook werd benadrukt dat een levensboek zeer waardevol is bij overplaatsingen, omdat zo een aandenken aan de persoonlijke geschiedenis wordt bewaard.

Al deze punten lijken ook van toepassing op pleegzorg en adoptie, vooral bij overplaatsingen.

Risico's

In het onderzoek naar het gebruik van levensboeken wordt ook gewezen op mogelijke risico's. Vaak roepen de verhalen positieve emoties op, maar er kunnen ook negatieve emoties ontstaan bij de persoon over wie het gaat. De foto's en verhalen kunnen aanleiding zijn tot pijnlijke herinneringen, verdriet, angst of boosheid.

Het is daarom belangrijk dat er voldoende steun en hulp aanwezig is om deze emoties te helpen verwerken. Ook dit lijkt erg belangrijk voor pleegzorg en adoptie. Omdat deze kinderen vaak een moeilijke geschiedenis achter de rug hebben, kan een levensboek met verhalen en foto's over vroeger hen confronteren met gebeurtenissen die zeer pijnlijk zijn.

Douwe Draaisma, expert op het gebied van het geheugen, noemt een ander mogelijk risico van het gebruik van levensboeken. Hij legt uit dat het bewaren van verhalen en foto's een kunstmatige manier is om het verleden vast te leggen, vergeleken met hoe wij normaal dingen onthouden en herinneren. Die kunstmatige manier heeft het risico op een sturende uitwerking.

We kennen allemaal wel het voorbeeld dat we ons bij een bepaalde gebeurtenis uit het verleden eigenlijk alleen maar de foto kunnen herinneren die ervan gemaakt is, en niet meer de details van de gebeurtenis zelf. De herinnering aan de oorspronkelijke gebeurtenis is als het ware overschreven. Je kunt er niet meer bij, volgens Draaisma.

Om dit te ondervangen zou je bij het maken van het levensboek je kind kunnen betrekken door hem over zijn eigen herinneringen te laten vertellen, en door hem tekeningen te laten maken.

Levensboeken bij pleegzorg en adoptie

Samen met studenten van de Universiteit Leiden was ik betrokken bij een levensboek-project in een kindertehuis in India. Voor elk kind dat naar Nederland zou gaan, werd een levensboek gemaakt dat aan de adoptieouders werd gegeven als zij het kind kwamen ophalen.

In de dossiers werd informatie opgezocht, zoals de geboortedatum (of de datum waarop het kind gevonden was), waar en bij wie het kind gewoond had, en zijn groei- en gezondheidsgegevens. Verder werden foto's gemaakt van de verzorgsters, en van het kind tijdens dagelijkse gebeurtenissen in het tehuis, zoals bij de maaltijd. Ook persoonlijke wensen van de verzorgsters en tekeningen van het kind zelf werden toegevoegd.

De adoptieouders die wij hierover spraken, waren erg blij met het levensboek, omdat het een blijvende herinnering bood. Niet alleen voor henzelf, maar vooral ook voor het adoptiekind later.

Duidelijkheid en houvast

Het is bekend dat pleeg- en adoptiekinderen vaak moeite hebben met 'gaten' in hun eerste levensgeschiedenis, zoals: niet weten hoe laat je geboren bent, of waar je tijdens een bepaalde periode hebt gewoond. Een levensboek kan dan helpen om de tijdlijn van je leven duidelijk te krijgen en houvast te bieden, zeker als er veel overgangssituaties waren.

Onderzoek en de praktijk laten zien dat levensboeken positief kunnen werken. Maar omdat het levensboek ook spanning kan oproepen, moet het werken aan – of het bekijken van – het levensboek niet opgedrongen worden, en de pleegouders moeten klaar staan om het kind te steunen als de verhalen verdriet of boosheid oproepen.

(*) McKeown, J. et al. (2006). 'Life story work in health and social care: systematic literature review'. In: Journal of Advanced Nursing, 55(2), 237-247.

Femmie Juffer

is hoogleraar Adoptie bij het Centrum voor Gezinsstudies aan de Universiteit Leiden. Meer informatie...

Meer over

Lees verder