Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

1 november 2000 door Justine Pardoen

Meisjesmoeder is bang voor jongetje

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

"We gaan door tot we een meisje hebben", zei Pieter van Vollenhoven jolig, toen zojuist zijn vierde zoon geboren was. Heel Nederland viel over hem heen. En nog steeds komt men in opstand als ouders een zo grote voorkeur hebben voor een kind met een bepaald geslacht.

Als Kaat hoort dat ze in verwachting is van een jongetje, is ze daar niet blij mee, vertelt ze op het Forum van Ouders Online. Sterker nog: ze noemt zichzelf een meisjesmoeder die geniet van vlechtjes, staartjes en jurkjes en ze is doodsbang dat ze nu geconfronteerd zal worden met een druk macho-mannetje dat altijd maar stoer moet doen: "Ik weet dat ik dit tevoren had kunnen bedenken, en ik weet dat niet alle jongetjes zo zijn, en ik weet dat het allemaal wel went, en ik weet ook dat er veel moeders zijn die weglopen met hun zoontjes. Alleen verandert dat bij mij voorlopig het gevoel niet dat ik absoluut liever een meisje zou willen, helaas. En erger: dat ik me sinds vanmiddag minder gelukkig met mijn zwangerschap voel."

De erop volgende berichtenstroom krijgt al snel het karakter van een openbare lynchpartij, waarbij iedereen alleen maar herhaalt wat Kaat zelf al gezegd had. Mieke begint: "Het stuit me tegen de borst. Als je zwanger wilt worden weet je toch van te voren dat het twee kanten uit kan gaan?" Anne Marie vervolgt: "Uit jouw verhaal proef ik dat jouw kindje minder gewenst is nu het een jongetje is. Dat noem ik niet onvoorwaardelijk liefhebben." Lady: "Wat generaliseer jij trouwens op geslacht! Ik heb een heel rustig zoontje, terwijl mijn vriendin een kreng van een dochter heeft, die niks anders doet dan meppen en absoluut geen geduld heeft voor getut met haren."

Het hele scala aan onderbuik-reacties passeert de revue. Van: "Wat maakt het uit zolang het kindje maar gezond is" en "Mensen die helemaal geen kinderen kunnen krijgen zouden jaloers op je zijn", tot en met "Hou op met dat geklaag en ga ervoor!" Maar dan komt Tallie, die wel begrip heeft voor Kaat en zich meer stoort aan de reacties dan aan het bericht waar het allemaal mee begon: "Kaat komt er tenminste voor uit en heeft op die manier tijd om te wennen. Hoeveel moeders zitten niet in een ontkenningsfase en maken alsnog een halve meid van een jongen?"

Die "tijd om te wennen" snijdt hout, maar de gedachte dat er een ontkenningsfase zou bestaan waarbij moeders "alsnog een halve meid van hun jongen maken" minder, stelt dr. Lamers, orthopedagoog aan de VU in Amsterdam en tevens werkzaam op een medisch kinderdagverblijf. Sinds 1978 ziet zij zo'n 80 kinderen per jaar en nog nooit is daar een bij geweest die dat beeld vertoonde. Ook kent zij geen onderzoek waaruit iets dergelijks zou blijken.

Lamers: "In de loop van de zwangerschap gaat dat rare gevoel meestal wel over. Heel soms kan het blijvend zijn, maar dan gaat het bijna altijd om ouders die in hun eigen jeugd ernstig misbruikt zijn -- maar dan ook echt ernstig -- en dat bovendien niet goed verwerkt hebben. Een moeder kan bijvoorbeeld in paniek raken als ze een meisje krijgt, omdat die mee zou kunnen maken wat ze zelf heeft meegemaakt. Of ze kan vreselijk boos worden op de jongen die ze gekregen heeft. Maar dat zijn echt uitzonderingen."

Professor van Hall, emeritus hoogleraar verloskunde en gynaecologie aan de Universiteit van Leiden, bevestigt dat het ongemakkelijke gevoel over een ongewenst geslacht meestal wel over is voor de bevalling, tenzij er iets bijzonders aan de hand is. "Vroeger hoorde je in radicaal-feministische kringen nog wel eens over angst voor het krijgen van jongetjes. Het geslacht immers dat het allemaal fout had gedaan. Tegenwoordig zou het kunnen gaan om vrouwen die om culturele redenen geen dochter willen, omdat in de eigen cultuur aan een zoon een hogere waarde wordt toegekend. Persoonlijk heb ik gelukkig een dergelijke aanvraag nooit meegemaakt. Ik denk dat het in Nederland nauwelijks aan de orde is."

Van Hall: "Eigenlijk is het de keerzijde van de nieuwe technologie: vroeger wist niemand wat het geslacht van het kind zou worden, nu vaak wel. Alweer een mysterie minder. Dat plaatst ons voor nieuwe morele dilemma's. Op zich vind ik het wel invoelbaar dat ouders die al een aantal kinderen van hetzelfde geslacht hebben gehad, hopen op een kind van het andere geslacht en bereid zijn daarvoor hulp in te roepen. Maar er bestaan geen betrouwbare en risicoloze methoden om de conceptie in dit opzicht te beïnvloeden. Die Gender Kliniek in Utrecht is destijds niet voor niets gesloten. Persoonlijk vind ik abortus op grond van geslacht niet acceptabel, tenzij er een medische indicatie voor is. Voorkomen kun je het echter niet, als bij de abortusaanvraag het motief verzwegen wordt."