Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

2 februari 2007 door Niels van de Griend

Ouderschap en gezag

Ouderschap en gezag (voorheen: de ouderlijke macht) zijn verschillende dingen. Dat is bijvoorbeeld van belang bij de voogdij. Zolang je getrouwd bent is er weinig aan de hand, maar anders...

Wie iets te zeggen wil hebben over zijn kinderen, zoals meebeslissen over vaccinaties en het kiezen van een school, moet het gezag hebben. Het ouderschap is niet voldoende; ouderschap en gezag zijn verschillende dingen. Een vader kan bijvoorbeeld het ouderschap verworven hebben door het erkennen van zijn kind (zie ook: Vier manieren om vader te worden) maar dat betekent nog niet automatisch dat hij ook het gezag heeft. Dat kan ook consequenties hebben voor de voogdij.

Denk bijvoorbeeld aan al die vaders die vroeger toeziend voogd waren, en met één pennestreek van de wetgever hun rechten verloren, omdat medio jaren '90 het begrip 'toeziend voogd' werd afgeschaft.

Hieronder zal ik aangeven wat een en ander betekent in de praktijk.

Moederschap en gezag

Wat de moeder betreft, is het allemaal heel eenvoudig. Een kind wordt geboren uit een moeder, en daarmee staat het ouderschap van de moeder vast. De moeder heeft tevens het ouderlijk gezag van rechtswege.

Vaderschap en gezag

Het erkennen van een kind gebeurt bij de Burgerlijke Stand, maar het (gezamenlijk) gezag vraag je aan bij de rechtbank. Vaak liggen de formulieren daarvoor al klaar bij de Burgerlijke Stand waar je ook de erkenning doet. De notaris heeft daarin geen taak.

Wat betekent 'gezamenlijk gezag'?

Het gezamenlijk gezag is echt iets van de laatste jaren. Naast het emotionele aspect is het gezamenlijk gezag vooral belangrijk wanneer één van beide ouders overlijdt. De ander met wie het gezamenlijk gezag werd uitgeoefend, behoudt dan zelfstandig het gezag.

Is de ander niet tevens de ouder, dan noemen we het 'voogdij'. De andere ouder die niet het gezag had, kan dan overigens wel weer het gezag aanvragen bij de rechter.

Huwelijk

Wanneer een kind geboren wordt uit een huwelijk, zijn beide echtgenoten in principe de ouders en hebben zij van rechtswege het gezamenlijk gezag.

Geregistreerd partnerschap

Wanneer het kind geboren wordt uit een geregistreerd partnerschap (niet te verwarren met een samenlevingscontract) wordt niet de mannelijke partner van rechtswege de vader (zoals bij een huwelijk). Wel hebben beide partners het gezamenlijk gezag, ook indien één van de partners niet de ouder is, tenzij er een ander is die wél de (andere) ouder is.

Als er maar één ouder is (de moeder) dan is het uiteraard raadzaam (voor de man) om het kind te erkennen, omdat daarmee familierechtelijke betrekkingen tot het kind ontstaan.

Ongehuwde ouders

Wanneer ongehuwde ouders later gaan trouwen (en als van beiden het ouderschap is vastgesteld), is er automatisch sprake van gezamenlijk gezag. Als er in dit geval gekozen wordt voor een geregistreerd partnerschap, zal het gezamenlijk gezag moeten worden aangevraagd (voorzover dat nog niet is gedaan gedurende het samenwonen).

Bij ongehuwden die niet als partner geregistreerd zijn, kan eveneens gezamenlijk gezag worden aangevraagd bij de rechter, ook indien de partner van de ouder niet tevens ouder is. Zijn beide partners ouders, dan kunnen zij het gezamenlijk gezag aanvragen: hetzij gezamenlijk, hetzij door één van beiden.

Homohuwelijk

[In 2014 zijn de regels voor lesbisch of homo-ouderschap ingrijpend gewijzigd. Zie hiervoor ons artikel Lesbisch of homo-ouderschap - red.]

Ontbinding van het huwelijk

De hoofdregel is dat na ontbinding van het huwelijk (anders dan door overlijden of door scheiding van tafel en bed), beide ouders het gezamenlijk gezag houden wanneer ze dat al hadden. De rechter kan echter bepalen dat het gezag aan één van beiden toekomt. Zolang deze beslissing niet is genomen blijft de hoofdregel gelden.

Kinderen ouder dan 12 jaar hebben overigens een vrij sterke stem bij de beslissing van de rechter tot het toekennen van het gezag aan één van beide ouders. Deze bepalingen zijn trouwens niet één op één toe te passen bij einde van een geregistreerd partnerschap (omdat daarbij niet altijd een rechter behoeft te worden betrokken: de turbo-scheiding).

Nieuwe wetgeving

Zoals u ziet, zijn de regels voor het gezag behoorlijk ingewikkeld. En dan komt er (waarschijnlijk) ook nog nieuwe wetgeving, die vooral betrekking zal hebben op het gezag van een andere levensgezel (van de moeder) dan een gehuwde of geregistreerde partner.

Naar nieuw recht zou dan – als de moeder waarschijnlijk na de geboorte alleen het gezag krijgt – de levensgezel van deze zwangere vrouw samen met haar het gezamenlijk gezag kunnen aanvragen bij de rechter. Op deze wijze zou dan bij de geboorte direct gezamenlijk ouderlijk gezag ontstaan (tenzij de rechter een ander tijdstip aangeeft). Deze levensgezel is dan niet degene die het kind heeft erkend, anders is hij de ouder en geldt een andere hoofdregel.

Bij deze nieuwe regeling is in eerste instantie gedacht aan lesbische paren, maar de regeling is daar niet toe beperkt.