19 april 2000 door Justine Pardoen

Peuter vindt 'anders' al snel gek

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

De peuter van Bernadette komt op een dag van het kinderdagverblijf thuis met de mededeling dat ze een van de leidsters niet leuk vindt. Bernadette: "Het ging juist om mijn favoriete leidster. Ik begreep er niets van en vroeg haar waarom. 'Ze is zo bruin', antwoordde ze. Dat choqueerde me. Is mijn dochter een racistje?" Op het Forum van Ouders Online vraagt ze: "Moet ik hier nu uitgebreid aandacht aan besteden of moet ik het maar negeren?"

Juist peuters zeggen vaak iets waardoor ouders het schaamrood op de kaken krijgen. Met commentaar op een medereiziger in de tram wachten de kleine kwebbelaars meestal niet tot hij of zij de tram uit is. Meneren hebben geen haar, spugen of kunnen niet lopen. Mevrouwen hebben dikke wangen, grote schoenen of een gekke pruik.

Jolanda: "Je dochter heeft in de gaten dat er een verschil is tussen een donkere en een lichte huid. Misschien wil ze gewoon weten wat jullie daarvan vinden: ze lokt een reactie uit door er een opmerking over te maken."

Veel ouders relativeren de angst van Bernadette. Alles wat afwijkt van wat het kind gewend is, krijgt aandacht. Monica: "Die van mij reageren al verbaasd of afwijzend bij mensen met een bril. Maar ik maak het mee met gehandicapten. Daar wordt uitgebreid naar gestaard en commentaar op gegeven. Ik vind het volkomen onschuldig, maar zeg er altijd wel iets over. Ik geef uitleg, maar ga zeker niet bestraffend doen. Dan maak je het veel te beladen en lokt die interessante reactie van jou juist nog meer van dat soort opmerkingen uit."

Maar toch: je wilt toch dat je kinderen opgroeien met een open houding tegenover andere mensen? Dat met die brillen en pruiken komt vast wel goed, maar sommige volwassenen leren het discrimineren op grond van huidskleur nooit af. Moet je in de opvoeding dan niet op een speciale manier aandacht besteden aan het onderscheid in ras of etnische afkomst?

We leggen het voor aan Elsie Sloot, die als pedagoge in Rotterdam gespecialiseerd is in de interculturele opvoeding. Sloot: "Het is wel belangrijk hoe je reageert als volwassene. Elke reactie bevat voor je kind een boodschap: als jij zelf geen neutrale houding hebt tegenover mensen met een andere huidskleur, dan pikken ze dat feilloos op. Zo'n situatie met een peuter werkt voor de ouders als een spiegel. Als je het moeilijk vindt om je kind niet-discriminerend op te voeden, vind je het waarschijnlijk zelf ook onbewust nog moeilijk om niet-discriminerend te denken. Als je dat als ouder merkt, dan kan het heel verhelderend zijn om eens bij jezelf te onderzoeken wat zo'n opmerking van je peuter eigenlijk precies bij je losmaakt. Hoe reageer je zelf op iets wat buiten jouw norm valt?"

"Bedenk vooral dat je kind niet iets negatiefs zegt. Reageer er dus ook niet op alsof het negatief is. Probeer zo luchtig mogelijk te doen en buig het om naar iets positiefs: 'Ja mooi hé, die bruine huid. Zullen we eens vragen of het net zo zacht is als jouw vel?' Als je erop reageert alsof het kind iets rascistisch zou zeggen, sla je de plank volledig mis."

Een moeder op het Forum stelt voor dat Bernadette er eens over praat met de leidster: "Vraag haar eens hoe je hier het beste mee om kunt gaan. Ook al weet zij het ook niet, dan is het in ieder geval duidelijk dat deze opmerkingen niet van jullie afkomstig zijn."

Sloot vindt dat een heel goed advies: "Als de leidster goed is in haar vak, zal ze ook begrijpen dat het om kleur gaat en niet om huidskleur. Ze zal het kind vragen welke kleur ze wel mooi vindt: 'Blauw, vind je dat wel mooi? Ik kan mijn gezicht niet blauw verven, maar wel een blauwe trui aantrekken. Zal ik dat morgen doen?"

Sloot legt uit: "Een klein kind dat iets negatiefs zegt over de kleur van het gezicht, zegt iets over de uitstraling: misschien de donkere ogen of een bepaalde strengheid. Maar die betreft natuurlijk niet een groep mensen waar de leidster deel van uitmaakt, maar alleen die leidster zelf. Dat is heel belangrijk om te beseffen. Een peuter neemt iets waar en praat daarover. Een peuter generaliseert niet, oordeelt niet, discrimineert niet. Niet uitzichzelf."

"Je hoeft dus ook helemaal niets te gaan uitleggen over een andere afkomst of zo. De kans is trouwens groot dat de bruine leidster twee straten verderop geboren is. Wel is het nodig om al vroeg met kinderen te praten over anders zijn. Wat mensen tot individuen maakt, dat iedereen anders is, maar dat we toch allemaal slapen, spelen, naar de wc gaan, eten, lachen, huilen en knuffelen. En het allerbelangrijkste is: leer je kind dat hij zelf mag zijn wie hij is. Want pas als iemand zichzelf kan accepteren, kan hij anderen accepteren."

Lees ook: