Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

25 maart 2003 door Justine Pardoen

Wat vertel je je kinderen over de oorlog in Irak?

Oorlog maakt bang. Kinderen kunnen weer gaan bedplassen, nachtmerries krijgen, of agressief worden. Hoe ga je daarmee om?

Het is vooral belangrijk dat je de vragen van je kinderen niet omzeilt. Maar wát vertel je ze dan? Hoe praat je over de oorlog met je kind? En hoe houd je daarbij rekening met hun leeftijd?

Bange tijden

Op het Jeugdjournaal kunnen kinderen nu dagelijks beelden zien over Irak, en ze horen volwassenen praten over de oorlog. Er gaan grapjes rond op het schoolplein over Irak, en terroristen als Bin Laden.

De werkelijke achtergrond ontgaat ze grotendeels, maar zelfs heel kleine kinderen pikken er iets van op. De huidige ontwikkelingen houden ons allemaal bezig, van groot tot klein.

Nachtmerries, bedplassen, niet op vakantie

Kleine Eva is 4 jaar, maar ze is bang voor bommen en vraagt hoe het zit met de oorlog. Ze heeft haar vader duidelijk gemaakt dat ze niet op vakantie wil. Vader Sander is verbaasd en onzeker: "Wat leg ik haar nu uit?" Maar ook moeder Charlotte zit ermee. Haar zoon is al bijna 11 jaar en erg bang voor de oorlog. Bij zo'n ouder kind is de angst veel concreter: de jongen is bang voor ziektes die hem en zijn familie kunnen treffen.

Kinderen zijn gevoelig, en voelen dat er iets aan de hand is. Maar een kind kan zijn angsten vaak nog niet op een volwassen manier uiten. Sommige kinderen krijgen nachtmerries. Andere kinderen, zoals de zoon van Charlotte, worden ineens agressief en tegendraads. Charlotte: "Hij loopt de hele dag door het huis te stampen en te schreeuwen." Een kleuter zal eerder weer 's nachts in bed gaan plassen.

Gerust stellen

Een kind is natuurlijk ook erg gevoelig voor de reacties van zijn ouders. Als mama steeds huilt, of op een andere manier geëmotioneerd reageert, of haar angst voor de gevolgen van de oorlog uitspreekt waar de kinderen bij zijn, of als papa zegt dat Bush of Saddam een idioot is, dan moet je niet vreemd opkijken dat je kind ergens last van krijgt.

Je kind wil wél weten hoe zijn vader en moeder erover denken. Zijn zij bang? Weten zij hoe het zit? Weten ze iets wat ik niet weet?

Het is belangrijk dat ouders hun kinderen de informatie geven die ze nodig hebben, maar het is net zo belangrijk dat zij hun kinderen zoveel mogelijk gerust proberen te stellen.

Praten over angst en oorlog

Als kinderen zich zorgen maken, is dat niet altijd slecht: ze kunnen erdoor aangezet worden om vragen te stellen. Die vragen bieden de gelegenheid tot een gesprek, en – heel belangrijk – een kans om het kind te vragen naar hoe hij zich voelt.

Sommige kinderen kunnen al heel bewust omgaan met hun gevoelens. Een vierjarige die haar angst kan omzetten in een verzoek om niet op vakantie te gaan, is daar een voorbeeld van. Maar de meeste jonge kinderen brengen hun gedachten en gevoelens nog niet zo goed onder woorden. Volwassenen moeten daar dus mee helpen. Ouders kunnen hun kinderen helpen door samen de gevoelens van het kind onder woorden te brengen.

Praten over de oorlog moet ook niet tot nog meer angst leiden. Je moet dus wel oppassen dat je je kind niets opdringt. Maak het niet groter dan het is voor het kind op dat moment. Kinderen stappen soms met onbegrijpelijk groot gemak over allerlei narigheid heen. Laat dat dan maar zo.

Iets doen, in plaats van praten

Veel jonge kinderen 'vinden' nog niets. Praten is daarom vaak moeilijk voor ze: ze nemen alles op wat ze waarnemen, zonder te oordelen of te evalueren. Vandaar dat deskundigen vaak aanraden om met een kind te gaan tekenen. Of om een stukje poppenkast te spelen. Kortom: om andere vormen te zoeken waarin het kind zich kan uiten.

Als een kind aangeeft dat hij of zij graag iets zou willen 'doen', bedenk dan iets. Behalve tekenen of poppenkast spelen kun je ook samen surfen. Bijvoorbeeld naar:

Spreken uw kinderen beter Engels dan Nederlands, bijvoorbeeld omdat u in het buitenland woont, dan kunnen ze veel baat hebben bij het volgende artikeltje op de site van de BBC (met dank aan een van onze buitenlandse lezers):

Een tip tot slot, qua dingen doen: het samen branden van een kaarsje kan wonderen doen bij het bezweren van angsten. Ook als je helemaal niet gelovig bent. Bent u wél gelovig, dan kan het helpen om samen te bidden.


10 Opvoedtips

1. Probeer eerst zelf je emoties onder controle te krijgen, voordat je met je kinderen praat. Onderdruk je eigen zorgen of angst niet, maar blijf wel kalm als je erover praat.

2. Als je kind een sterke emotie vertoont, ga er dan niet vanuit dat je wel weet waar hij van ondersteboven is. Vraag je kind eerst of hij kan vertellen waaróm hij bang of verdrietig is.

3. Maak je kind goed duidelijk dat Irak heel ver weg is. En niet dichtbij, zoals je zou kunnen denken door de beelden van de televisie.

4. Blijf alles net zo doen als anders; handhaaf de normale routines.

5. Beperk het kijken naar tv-beelden van de oorlog.

6. Wees erop voorbereid dat angsten weken of maanden kunnen doorwerken of zelfs na lange tijd nog kunnen ontstaan. Met praten probeer je zoveel mogelijk een besef bij te brengen dat er een verschil is tussen je angst voor een ramp en de ramp zelf. Hierdoor kun je voorkomen dat de angst een eigen leven gaat leiden.

7. Wees erop voorbereid dat het uitbreken van de oorlog ook oud zeer, zoals herinneringen aan een eerder verlies, naar boven kan brengen. Een kind maakt niet op dezelfde manier als een volwassene onderscheid tussen de ene ramp en de andere.

8. Probeer alert te blijven op veranderingen bij je kind. Snijd zo nodig het onderwerp nog eens zelf aan, maar laat je vooral leiden door wat je kind aangeeft.

9. Informeer jezelf goed, bijvoorbeeld via de site van de Stichting Vredeseducatie. Deze stichting steunt ouders en leerkrachten via Internet, en geeft tips voor gesprekken met kinderen. Er is een weblog met nieuws voor ouders en andere opvoeders. Mensen uit de praktijk komen aan het woord. Ook staan er artikelen, verhalen en veel gestelde vragen.

10. Geef eerlijk antwoord op alle vragen, maar ga niet overdreven in op details. Kortom: geef niet meer informatie dan nodig is. Pas je antwoorden aan aan de leeftijd van je kind.


Leeftijdsoverzicht

Elke leeftijd vereist zijn eigen manier van praten (of juist helemaal niet praten) over de oorlog. Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs, geordend naar leeftijd.

Baby-tijd en dreumestijd (0-2)

Baby's en dreumesen hebben natuurlijk geen enkel besef van oorlog. Zorg dat ze niets zien en praat nergens over.

Peutertijd (2-4)

Ook peuters kun je het beste zoveel mogelijk afschermen van tv-beelden. Ze kunnen vrijwel niets begrijpen van wat ze zien, en het kan ze alleen maar angstig maken.

Zelfs een 4-jarige moet je niet meer vertellen dan nodig is. Wat kan die nu begrijpen van dictaturen en massavernietingswapens?

Kleutertijd (4-6)

Kleuters denken nog heel egocentrisch: als mama huilt, of in paniek is, of bezorgd is, dan denken ze dat dat met henzelf te maken heeft. Probeer dus te voorkomen dat uw kleuter geconfronteerd wordt met uw eigen emoties, waarvan hij de achtergrond niet kan begrijpen.

Een kleuter begrijpt nog niet dat als er bommen vallen in Irak, dat die bommen niet op zijn eigen huis vallen. Ook dát is een gevolg van het egocentrisch denken. Stel hem dus gerust dat de bommen ergens anders vallen en niet hier.

Probeer alle dingen in ieder geval zoveel mogelijk te blijven doen zoals je dat gewend was. Neem het journaal desnoods op op video, als je het niet wilt missen, maar stel de bedtijd niet uit en sla de dagelijkse bed-rituelen niet over. Zo maak je duidelijk dat kinderen zich in het gezin veilig kunnen voelen.

Basisschoolleeftijd onderbouw (6-10)

Oudere kinderen, die op school met elkaar praten, kunnen wel eens thuiskomen met gruwelverhalen. Probeer een beetje in de gaten te houden welke denkbeelden zich ontwikkelen bij je kind. Breng zonodig nuancering aan.

Pak een wereldbol of een atlas, en leg uit waar de betrokken landen liggen. Begin beetje voor beetje de achtergrond toe te lichten. Het is belangrijk dat kinderen vanaf een jaar of 6 dit soort dingen van hun ouders zélf horen. Het kan namelijk een onveilig gevoel geven om het van een ander te moeten horen. En voor je het weet, worden het indianenverhalen.

Basisschoolleeftijd bovenbouw (10-12)

Kinderen van een jaar of 10 kunnen zich onveilig voelen doordat ze al veel begrijpen. Ze stellen vragen en willen bijvoorbeeld alles weten over de betekenis van terrorisme. Op deze leeftijd kunnen ze bevatten wat de gevolgen van een oorlog zijn voor burgers. Ook zullen ze vragen hebben over de rol van de islam.

Deze kinderen hebben een grote informatie-behoefte, en kunnen veel van wat ze zien en horen, interpreteren en verwerken. Toch is het belangrijk om ook hen gerust te stellen en in alles wat je doet uit te stralen dat ze zich veilig kunnen voelen.

Puberleeftijd (12-16)

Pubers kunnen heel verschillend reageren. De emotionele instabiliteit kan naar aanleiding van de recente ontwikkelingen ertoe leiden dat ze zich echt angstig gaan voelen.

Juist wanneer een puber hevig geëmotioneerd reageert, is het belangrijk om te laten weten dat hij of zij ondanks alles deel uitmaakt van het gezin en dat de ouders – hoe moeilijk de tijden in huis én daarbuiten soms ook kunnen zijn – altijd voor hen klaar zullen staan.