Home » Artikelen » Wet kinderopvang alles zelf regelen

Wet kinderopvang - alles zelf regelen

Door:

Henk Boeke

Vanaf 1 januari 2005 moet u alles rond de kinderopvang zelf regelen. Van het betalen van de rekeningen tot het terugvragen van geld. Hier leest u hoe dat werkt.

Het basisprincipe van de nieuwe 'Wet kinderopvang' is dat ouders vanaf 1 januari 2005 alles zelf moeten gaan regelen. Van het kiezen van een crèche tot het aanvragen van offertes, en van het betalen van de rekeningen tot het terugvragen van geld. Het toverwoord is vanzelfsprekend 'marktwerking'.

Vanaf de inwerkingtreding van de wet bestaat er geen onderscheid meer tussen particuliere plaatsen, subsidieplaatsen en bedrijfsplaatsen; er is gewoon één concept "kinderopvang". Ook vervalt de aftrekpost kinderopvang bij de inkomstenbelasting.

Wat is kinderopvang?

De nieuwe wet heeft betrekking op de volgende vormen van kinderopvang:

  • dagopvang van 0 - 4 jarigen door een kindercentrum;
  • buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen;
  • opvang door gastouders via een gastouderbureau;
  • opvang door ouderparticipatie-crèches.

De opvang-instantie moet officieel geregistreerd zijn bij de gemeente. Vanzelfsprekend is het niet verboden om uw kinderen te stallen bij opa, oma of een privé-gastouder, maar dat valt buiten de wet. Deze vormen van opvang komen niet in aanmerking voor een overheidsbijdrage.

Overeenkomst afsluiten

Nadat u een kindercentrum of een gastouderbureau heeft gekozen, sluit u daarmee een overeenkomst. Vervolgens betaalt u zelf de facturen. (Op dit moment doen alleen ouders met een particuliere kinderopvangplaats dat.)

Kostenverdeling

Vanaf 1 januari 2005 worden de kosten voor kinderopvang gedeeld door drie partijen:

  • ouders;
  • werkgevers;
  • de rijksoverheid (belastingdienst).

Deze verdeling suggereert dat elke partij een derde deel van de kosten draagt, maar dat is maar schijn. De mate waarin de overheid meebetaalt, hangt namelijk af van uw inkomen. Daarover straks meer.

Wat de bijdrage van de werkgever(s) betreft:

  • als er sprake is van twee werkgevers (dus als beide ouders werken), betaalt elke werkgever in principe een zesde deel van de kosten. Deze bijdragen zijn belastingvrij;
  • als er sprake is van één werkgever, betaalt die in principe een zesde deel (belastingvrij). Deze werkgever mag, als hij dat wil, nog bijpassen tot maximaal een derde deel van de kosten. Daarboven wordt de bijdrage beschouwd als (belastbaar) loon;
  • als er helemaal geen sprake is van een werkgever, bijvoorbeeld als u zelfstandig ondernemer bent, betaalt de overheid een grotere bijdrage.

Let op: werkgevers zijn niet verplicht om bij te dragen. Wat dat in de praktijk betekent, leest u hieronder.

Overheids-compensatie als de werkgever niet of onvoldoende meebetaalt

Als er van de werkgeverskant minder dan een derde deel van de kosten wordt betaald – bijvoorbeeld als er maar één werkgever is, of helemaal geen werkgever, of als uw werkgever weigert te betalen – dan compenseert de overheid een deel van dit tekort.

Deze compensatie komt bovenop de vaste overheidsbijdrage.

Let op: deze compensatieregeling geldt tot en met 2008. In 2009 en daarna wordt er alleen nog maar gecompenseerd tot een gezinsinkomen van ca. 45.000 euro. Daarboven niet meer.

Alleenstaande ouders

Bent u een alleenstaande ouder, dan ontvangt u geen werkgeversbijdrage via een echtgenoot of huisgenoot. Om dit te compenseren krijgt u een aanvullende tegemoetkoming van de overheid.

De tegemoetkoming voor alleenstaande ouders bedraagt maximaal eenzesde van de totale kinderopvangkosten. Hij wordt lager naarmate de werkgeversbijdrage hoger is dan eenzesde van de opvangkosten.

Studenten, tienermoeders, herintreders, etc.

In bepaalde gevallen neemt de gemeente of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) de werkgeversbijdrage voor zijn rekening.

Bijvoorbeeld:

  • als u student bent;
  • als u tienermoeder bent, een bijstandsuitkering heeft, en nog naar school gaat;
  • als u een verplichte inburgeringcursus volgt;
  • als u deelneemt aan een reïntegratietraject;
  • als u een herintreder bent die een scholingstraject via het CWI volgt.

Bijzondere regeling voor subsidieplaatsen

Wanneer de gemeente in december 2004 geheel of gedeeltelijk een zogenaamde 'subsidieplaats' voor u betaalde, komt u in aanmerking voor een bijzondere regeling. U krijgt dan een verhoging van de 'extra tegemoetkoming van het Rijk'.

U heeft hier recht op als uw werkgever niet of onvoldoende bijdraagt in de kosten. De verhoging van de tegemoetkoming geldt zolang de soort opvang niet verandert. Deze regeling loopt tot 2009.

Het innen van de bijdragen - hoe doe je dat?

U wordt zelf verantwoordelijk voor het innen van de werkgeversbijdrage(n) en de tegemoetkoming van de overheid. Hoe doet u dat?

Over het innen van de werkgeversbijdrage valt moeilijk iets te zeggen, omdat dat verschilt per werkgever. Soms is er in een CAO iets voor geregeld. Ook is het mogelijk dat u met de werkgever afspreekt dat zijn bijdrage rechtstreeks aan de kinderopvang-instantie betaald wordt.

Wat de (maandelijkse) bijdrage van de overheid betreft: als u daar vanaf januari 2005 voor in aanmerking wilt komen, moet u zorgen dat uw aanvraag uiterlijk 30 november aanstaande binnen is bij de Belastingdienst. Aanvraagformulieren zijn beschikbaar bij kindercentra en gastouderbureaus.

In plaats van het papieren aanvraagformulier kunt u ook gebruik een speciaal programma, dat u kunt downloaden op de site van de Belastingdienst. Het gaat om een programma voor Windows-PC's, genaamd Aanvraag- en wijzigingsprogramma Tegemoetkoming kinderopvang.

Let op: zorg vóór u aan de slag gaat met invullen dat u de volgende zaken beschikbaar heeft:

  • een offerte voor de opvangkosten in 2005 (of desnoods de kosten die u in 2004 betaalde, als er nog geen gegevens voor 2005 beschikbaar zijn);
  • informatie over het bedrag dat uw werkgever(s) gaat (of gaan) bijdragen.

De hoogte van de overheidsbijdrage

  • de overheidsbijdrage is inkomensafhankelijk. Hoe meer u verdient, hoe lager de bijdrage;
  • de overheidsbijdrage is hoger bij drie of meer kinderen;
  • het rijk draagt bij tot een bepaald uurtarief. Is het uurtarief van het kindercentrum of gastouderbureau hoger, dan moet u zelf de meerkosten betalen;
  • er is een tabellenboekje beschikbaar waarmee u de hoogte van de overheidsbijdrage kunt berekenen (pdf-bestand, 616 KB)

Gaat u nu meer of minder betalen?

Aangezien de overheidsbijdrage inkomensafhankelijk is, valt niet vooraf te zeggen of u erop voor- of achteruit zult gaan. U zult dat zelf moeten berekenen. De vuistregel is echter:

  • als u weinig verdient, bent u met de nieuwe regeling waarschijnlijk goedkoper uit;
  • als u veel verdient, bent u met de nieuwe regeling waarschijnlijk duurder uit.

Het ministerie van SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gaat ervan uit dat een kwart van de ouders er financieel op achteruitgaat, dat een kwart erop vooruitgaat en dat er voor de helft van de ouders niets verandert. Gjalt Jellesma, de voorzitter van Boink (de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang) betwijfelt dat. In de NRC zei hij daarover: "Dat geldt alleen als je de cijfers loslaat op alle ouders. Maar in de kinderopvang zijn de hogere inkomensgroepen oververtegenwoordigd en zij gaan erop achteruit. Daarom denk ik dat de groep die financieel nadeel ondervindt van de nieuwe wetgeving veel groter is."

Stappenplan om uw kosten te berekenen

Bron: NRC Handelsblad, 11 september 2004

  1. Bereken de jaarlijkse kosten van de kinderopvang. Vraag het kinderdagverblijf om een offerte of ga uit van de bedragen in 2004 als de tarieven voor 2005 nog niet bekend zijn.
  • Bereken de bijdrage van de overheid. Deze bijdrage is afhankelijk van het gezinsinkomen. Een tabel met percentages is te vinden op www.wbk.nl. Maak een schatting van het belastbare inkomen in 2005. Wie uiteindelijk meer of minder blijkt te verdienen, kan dit begin 2006 met de belastingdienst verrekenen.
  • Bereken de werkgeversbijdrage. Van werkgevers wordt verwacht dat ze een zesde van de kosten van kinderopvang voor hun rekening nemen. Als de werkgevers van beide ouders meebetalen, vergoeden zij gezamenlijk dus een derde van de kosten.
  • Als een werkgever niet meebetaalt aan kinderopvang, zorgt het rijk voor compensatie. Bereken de hoogte van de eventuele compensatie. Een tabel met percentages is te vinden op www.wbk.nl (dit is niet dezelfde tabel als hierboven).
  • Trek de werkgeversbijdrage, de overheidsbijdrage en de eventuele compensatie af van de jaarlijkse kosten van de kinderopvang. De uitkomst is het bedrag dat voor rekening komt van de ouders.

Rekenvoorbeeld

Bron: NRC Handelsblad, 11 september 2004

Een ouderpaar heeft een gezamenlijk belastbaar inkomen van 35.000 euro. Ze hebben twee kinderen. De jongste gaat elke week 5 dagdelen (25 uur) naar een kinderdagverblijf, de oudste drie middagen naar de buitenschoolse opvang (11 uur). Slechts een van de werkgevers betaalt mee aan de opvang.

Het kinderdagverblijf brengt maandelijks 615 euro in rekening, op jaarbasis 7.380 euro. De buitenschoolse opvang brengt 285 euro in rekening, per jaar 3.420 euro. De totale kosten bedragen 10.800 euro.

Bij een gezinsinkomen van 35.000 euro is de overheidsbijdrage bij het eerste kind 45,6 procent en bij het tweede kind 59,1 procent. Het duurste kind, in dit geval de jongste, telt als eerste. Voor dit kind betaalt het rijk 45,6 procent van 7.380 euro is 3.365 euro. Voor het tweede kind 59,1 procent van 3.420 euro is 2.021 euro. De totale overheidsbijdrage is 5.386 euro.

Slechts een van de werkgevers betaalt mee. De vergoeding bedraagt een zesde van de kosten. Voor het eerste kind is dit een zesde van 7.380 euro is 1.230 euro. Voor het tweede geldt een zesde deel van 3.420 euro is 570 euro. In totaal betaalt de werkgever 1.800 euro.

Omdat een van de werkgevers niet betaalt, krijgen de ouders compensatie van de overheid. Zij komen respectievelijk 1.230 euro en 570 euro tekort. In dit geval bedraagt de compensatie voor het eerste kind 73 procent van 1.230 euro, dus 898 euro. De compensatie voor het tweede kind is 85,1 procent van 570 euro, dus 485 euro. De totale compensatie is 1.383 euro.

Als de werkgeversbijdrage, de overheidsbijdrage en de compensatie in mindering worden gebracht op de kosten van de kinderopvang, blijft er 2.231 euro over. Dit is het bedrag dat de ouders moeten betalen.

Meer informatie

  • Heeft u een vraag over de overheidsbijdrage, bijvoorbeeld als u problemen heeft bij het invullen van het aanvraagformulier, dan kunt u bellen naar de Belastingdienst: 0800 - 0543.
  • Voor alle overige vragen over de wet kunt u terecht bij de publieksvoorlichting van het ministerie van Sociale Zaken: 0800 - 9051.
  • Zoekt u naar betrouwbare informatie die niet uit de koker van de overheid komt, ga dan naar de site van Boink.

Henk Boeke

was redacteur van Ouders Online tot 1 september 2018.