Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

1 oktober 2013 door Marijke de Vries

Adhd en autisme als prikkelprobleem

Oud-hoogleraar Pieter Duker (orthopedagoog, Universiteit van Nijmegen) pleit voor het afschaffen van de psychiatrische diagnoses autisme en adhd, die hij als normale varianten van de menselijke prikkelverwerking beschouwt. Beetje ééndimensionaal en beperkt, helaas.

Afscheid van autisme en adhd
door: prof. Dr. Pieter Duker
uitg.: Notitia, 2013
EUR 17,95

Iedereen heeft zijn eigen gevoeligheid voor prikkels. De een werkt het liefst op een rustig kantoor, de ander prefereert een baan op de kermis. Maar ook voor één persoon kan de prikkelgevoeligheid verschillen per situatie. Wie een hectische dag achter de rug heeft met zijn kind, zal ’s avonds graag op de bank ploffen en genieten van de rust. Terwijl iemand die een saaie dag heeft gehad, eerder geneigd zal zijn om ’s avonds naar een kroeg of een club te gaan.

Je kunt je voorstellen dat er een gemiddeld niveau van prikkels is, waarbij de meeste mensen zich prettig voelen. Maar als er een gemiddelde is, zijn er ook uitschieters naar boven en beneden.

Prikkelvermijders en prikkelzoekers

Duker noemt autisten 'prikkelvermijders'. Prikkels komen bij hen sterker binnen (of ze kunnen ze minder goed filteren) waardoor ze sneller overprikkeld zijn.

Aan de andere kant heb je volgens Duker 'prikkelzoekers'. De adhd'ers dus. Die functioneren het best als er veel prikkels zijn. Worden ze onderprikkeld (bijvoorbeeld in een saaie les), dan gaan ze op zoek naar prikkels, of produceren ze die zelf.

Zo bezien begrijp je meteen dat sommige kinderen erbij gedijen als de meester popmuziek draait bij het maken van opdrachten, terwijl dat voor andere kinderen juist heel onprettig is. En dat het bijna misdadig is om adhd'ers in een prikkelarme omgeving te zetten.

Nieuwe manier van kijken

Voor mij was het een nieuwe manier van kijken. Ik beperk me even tot autisme, omdat ik daar het meeste verstand van heb. Maar wat ik over autisme zeg, geldt ook - omgekeerd - voor adhd.

Al snel dacht ik: ja, logisch! Wie kijkt naar wat zijn - autistische - kind nodig heeft, zorgt er vanzelf al voor dat de slaapkamer rustig is, dat er niet te vaak visite komt, en dat veranderingen tijdig aangekondigd worden.

Op een ouderavond met auti-ouders vroeg een jonge moeder: "Ik ga zo graag met de kinderen naar een indoor-speelparadijs, maar mijn autistische zoon doet daar echt heel lastig. Hoe doen jullie dat?" Verbijstering was haar deel. Het antwoord was simpel: "Gewoon niet doen!"

Interesse voorbij

Toen ik deze manier van kijken doorhad, was het interessantste deel van het boek wat mij betreft voorbij. Duker wijdt nog een flink aantal pagina’s aan de gevaren van methylfenidaat (zoals Ritalin en Concerta). Ook gaat hij uitvoerig in op de gevaren van de misdiagnoses die kunnen ontstaan als je de DSM - het psychiatrische diagnosehandboek - hanteert. Maar dat vond ik verder niet zo belangrijk.

Voor een deel kan ik me vinden in zijn denkbeelden, maar helaas zoomt hij in op maar één aspect van autisme (of adhd), waarbij hij veel andere aspecten laat liggen. Zowel bij autisme als bij adhd gaat het immers om meer dan alleen prikkels.

Bijvoorbeeld: hoe zit het met het tekort aan verbeelding? Met problemen in de communicatie? Met het onvermogen om emoties te tonen of te begrijpen?

Ook zegt Duker niets over de problemen die autisten ervaren met het waarnemen van delen, zonder het geheel te kunnen zien, en de moeite met plannen en organiseren. Om nog maar te zwijgen van het conceptuele probleem dat ontstaat als iemand zowel adhd als autisme heeft. Je kunt immers niet én prikkelmijdend én prikkelzoekend tegelijk zijn.

Kortom: het herdefiniëren van autisme en adhd als een prikkelprobleem is een interessante, maar incomplete en ééndimensionale manier van kijken naar deze stoornissen.