Home » Columns » 5 de fiets als integratiemiddel

5. De fiets als integratiemiddel

Door:

Christel Westgeest

Geen excuses meer: op naar de nieuwe buitenwereld. Tijd om de buurt te verkennen.

Thuis in Toronto

Opeens ben je new in town. Dan gaat het dus écht gebeuren. Geen excuses meer: op naar de nieuwe buitenwereld. Tijd om de buurt te verkennen. Na een beetje rondgewandeld te hebben, kom ik bijzonder weinig mensen tegen. Volgens mij zitten al die Canadezen in hun basement.

Ik besluit het de volgende dag nog eens te proberen, en lekker Hollands op de fiets te stappen. De kinderen gaan mee, Jacob voorop en Rosa achterop. Gewoon een beetje toeren. In onze eigen buurt gebeurt en nog weinig, maar zodra ik een drukke winkelstraat nader, zie ik mensen vriendelijk naar me lachen. "Wow - this is truly amazing!" en: "You've got a load there!" wordt me steeds nageroepen.

Later in de plaatselijke speeltuin word ik zelfs door ouders aangesproken. Waar ze zo'n fiets kunnen kopen, want dat is toch wel geweldig! Met twee kinderen fietsen, dat hebben ze nog niet vaak gezien.

Voorzichtig aftasten

Ik ben blij dat ik m'n ouwe trouwe fiets heb meegenomen. Het blijkt een geweldig integratiemiddel. Nou ja, om een eerste praatje met buurtgenoten te maken dan. Het echte integreren komt later wel, hoop ik. Het is nu vooral voorzichtig aftasten en jezelf voorstellen.

Rosa heeft het moeilijker met nieuwe kinderen ontmoeten. Zij spreekt natuurlijk nog geen woord Engels (behalve: "I'm Rosa") en de kindergarten begint pas in September. Om haar maar zoveel mogelijk met leeftijdsgenootjes in contact te laten komen, zitten we urenlang in de speeltuin of gaan we naar childcentres. Dat zijn een soort peuterspeelzalen met ouders erbij.

Hoe maak je contact?

Het is natuurlijk ook moeilijk om contact te maken als je de taal en cultuur nog niet beheerst. Want: hoe maak je precies contact? En hoe kan je ervoor zorgen dat andere kinderen met je spelen?

Uit recent onderzoek blijkt dat kinderen in zo'n situatie twee strategieën kunnen gebruiken:

  • het kind kan zich gewoon bij de groep voegen (in bijvoorbeeld de speeltuin) en net doen alsof het begrijpt wat er gebeurt, ook al is dat niet zo;
  • of het kind doet net alsof het de taal spreekt door een paar woorden over te nemen.

Veel nonsens-woorden

Rosa lijkt besloten te hebben dat de tweede strategie voor haar het beste werkt. Ze voegt er alleen nog wat aan toe, namelijk veel nonsens-woorden. Ze doet net alsof ze begrijpt wat kinderen tegen haar zeggen, en slaat vervolgens wat woorden op.

Daarna mixt ze dat met wat fantasiewoorden en tatá na een aantal van dit soort bezoeken spreekt ze Engels! Op haar manier. Steeds vaker hoor ik dingen als: "Mam, Aisiekini ennu dan to the garden". Of: "I say okay dus be careful ja?"

Lest fen je tenden?

Samenspel blijkt heel belangrijk te zijn voor het leren van een nieuwe taal. Kinderen spelen met klanken, en nemen spelenderwijs woorden van elkaar over. Daarbij komt dat jonge kinderen elkaar graag imiteren.

Voor Rosa en Jacob is het dus heel goed om veel met Engelstalige kinderen te spelen. Zo wordt samenspel een taalspel.

Zelf denkt Rosa de Engelse taal al behoorlijk goed te beheersen. Laatst had haar broer behoorlijk last van een doorkomende tand. Dat wist ze te vertalen als: "Hé Jacob, Heb je lest fen je tenden?"

Christel Westgeest

emigreerde met haar man Jean en hun twee kinderen (Rosa 3 jaar en Jacob 1 jaar) in 2007 naar Canada. In 2009 kwam ze weer terug.

Lees verder

Alle columns in de serie Thuis in Toronto