Home » Columns » De wielen van mijn bus

De wielen van mijn bus

Door:

Sophie Kistemaker

Een lange autorit alleen met mijn kinderen, ik vind het toch wel een ding. Ik zal jullie eens meenemen naar een gemiddelde autorit van een uur met mijn jongens. Het begint allemaal al met het in de auto gaan zitten. Je zou denken dat dit toch niet zo moeilijk hoeft te zijn. Je pakt je kinderen op, klikt ze in een autostoel en je rijdt weg. Wrong! Ten eerste moet je die twee kinderen vaak nog schoenen en een jas aantrekken. Ook dit lijkt allemaal niet ingewikkeld, maar mijn dreumes rent vaak heel hard weg zodra hij zijn jas ziet, dus dat is een goed begin.

Sophie Kistemaker

De dreumes eenmaal gevangen, wurm je die handjes in de altijd net iets te krappe jas en rits je die zo snel mogelijk dicht, zonder velletjes ertussen(au!). Onze peuter kan inmiddels zelf zijn jas aan doen. Het handige trucje van zijn jas op de grond leggen en dan over je hoofd aantrekken werkt meestal goed. Soms dus niet want dan legt hij hem verkeerd om, blijft er een mouw hangen, glijdt hij weg, noem het maar op, en dan heb je een boze gefrustreerde peuter die je vooral NIET mag helpen want hij kan zelf! Ok, geduld… Ik neem dan ook meestal ruim de tijd voor het stuk ‘in de auto gaan zitten’.

Deel 1 is gelukt, ze hebben allebei hun jassen en schoenen aan. Van tevoren heb ik dan al de ‘luiertas’ ingepakt met allerlei zoethoudertjes, water, doekjes, luiers en nog duizend dingen waarvan je nooit had gedacht dat je ze überhaupt in een tas zou doen. Dan is het tijd om naar de auto te gaan. Ik pak mijn sleutels en dat is altijd HET moment dat je peuter (ondanks dat je het hem al 10 keer eerder had gevraagd) toch ineens moet plassen. Zucht, dan eerst de dreumes maar in de auto, de peuter zit ondertussen op de wc. Een dreumes in een auto doen is net zoiets als worstelen met een krokodil. Die van mij strekt zich namelijk volledig. Laatst kreeg ik de tip van mijn vriendin om dan zo snel mogelijk de sluiting te pakken, zodat hij in ieder geval niet naar beneden kan glijden. Werkt top. Die autostoeltjes zijn ook sowieso zó onhandig. Je kan er nooit echt goed bij, zeker niet met een ‘plankende’ dreumes. Ze moeten uiteraard strak zitten dus dan krijg je de sluiting er ook niet soepel in. Tegenwoordig zijn er van die stoelen die kunnen draaien (halleluja) maar die zijn erg duur. Dus helaas rug, je zal het voorlopig hier nog mee moeten doen.

Ok, de eerste zit erin, terug naar nummer 2. Die inmiddels met zijn broek op zijn knieën in de hal staat. Snel doortrekken, broek omhoog en ook naar de auto. De ik-kan-het-zelf-doen-mama peuter klimt zelf in de auto maar dit duurt vaak wel 5 minuten (hij stelt tussendoor nog even 30 vragen). Maar dan zit hij ook zelf in zijn eigen autostoel, dat vindt mijn rug dan wel weer wel fijn! Deur dicht. Diepe ademteug en dan ga ik zitten op mijn eigen stoel. Please laat ik vooral niks vergeten zijn binnen. Ik start de auto en er galmt gelijk Juf Roos keihard in mijn oor. “De wielen van de bus gaan rond en rond, rond en rond”. Ik zet hem zachter, waarop mijn peuter gelijk roept dat deze harder moet. Ik kan dan nog heel pedagogisch zeggen dat hij 'alsjeblieft' moet zeggen maar zet hem dan toch weer harder. Ik zet hem dan vaak maar een héél kleine beetje harder.  

Als we 10 minuten rijden is de dreumes het eigenlijk alweer zat en begint te dreinen. Hij wijst naar de grond, hij wil vast een speeltje van de grond. Zo moet ik regelmatig in een vaak onmogelijke (en gevaarlijke) houding een speeltje aangeven. Met veel pijn en moeite lukt het me en ik ben oprecht opgelucht. Rust in de auto, ik heb er letterlijk alles voor over. Maar aangezien een dreumes een spanningsboog van een marmot heeft, ligt het speeltje binnen 5 seconden weer op de grond. De peuter ziet het speeltje wat op de grond viel en roept nu dat hij die ook wilde. We hebben nog 10 andere speeltjes in de auto maar hij moet natuurlijk precies dat speeltje hebben. Gevolg: een dreinende dreumes én peuter. Nog 40 minuten te gaan. Ik probeer ze af te leiden, liedjes mee te zingen, verhaaltjes te vertellen, gekke geluiden te maken. Ja, ik klink altijd heel intelligent vanachter het stuur. En oh ja, ik ben ook nog deel aan het nemen aan het verkeer, was ik dat vergeten te zeggen? Mijn achteruitkijkspiegel staat dan ook op alle standen behalve op de juiste.

Halverwege de reis beginnen ze altijd trek te krijgen. Ook dat is iets mysterieus maar blijkbaar werkt het geluid van mijn auto op de maag want er moet altijd iets te eten mee. Ik zal het wel zelf veroorzaakt hebben. De eerste soepstengel gaat naar achter, weer een paar minuutjes rust. Dan een flesje water. 'Ohhh mama ik heb gemorst!'. En gillen, want een natte broek is natuurlijk heel koud. Oké, de doekjes naar achter. Ik snap niet dat je tijdens je rijexamen nooit twee jengelende kinderen op de achterbank krijgt. Dit is toch echt rijden voor gevorderden. De auto zelf ziet er met twee kinderen ook te vies uit voor woorden. Overal liggen kruimels, speelgoed, pakjes drinken, snotdoekjes enz.

Na een uur rijden zijn de kinderen een beetje rustig geworden, vaak valt de jongste dan in slaap. Dan denk je: dat is fijn. Maar dat is alleen fijn als er niet ook nog een lang middagdutje in een bedje moet worden gedaan. Want zodra je de motor uitzet, gaan zijn ogen gelijk open. En dan vallen ze die dag ook vaak niet meer dicht. Al is het maar 5 minuutjes geweest in de auto. In de auto slapen is dus GEEN optie. Dus vaak ben ik de laatste minuten ook nog als een bezetene bezig met hem wakker houden, met nog meer grappige stemmetjes en gekke bekken en kietelen aan tenen. ‘Als hij maar niet in slaap valt’, wordt dan een obsessie. En op het moment dat je er bijna bent komt de slagroom op de taart. Ik ruik een voor mij (helaas) bekende geur. Zo eerst maar eens verschonen. Want dát is in een rijdende auto (gelukkig) echt niet te doen.

Bezweet kom ik aan. Nu de kinderen weer uit de auto halen. Ik moet altijd eerst mijn peuter eruit halen en dan mijn dreumes, anders moet ik met een dreumes op mijn arm in de auto om de veiligheidsgordel van de oudste los te maken. Niet te doen. Meestal heb ik de buggy bij me, dan zet ik de dreumes daar alvast in. Maar als dit niet het geval is, dan moet ik de dreumes eruit halen en met een schuin oog kijken of mijn peuter niet kamikaze de weg overrent. Oh, wat ben ik altijd blij als ik weer thuis ben en iedereen weer heel in de woonkamer staat.

Als er dagen zijn dat ik alleen in de auto zit voelt dit ook werkelijk bijna als vakantie. Ik kan mijn eigen muziek luisteren of nog fijner een podcast. Al moet ik ook eerlijk zeggen dat als ik dan een tractor, koe of paard in de wei zie ik mijzelf moet inhouden om niet te roepen: 'Kijk jongens, koeien!' Een autorit met kleine kinderen. Hoe deden mijn ouders dit vroeger met 4 kinderen op de achterbank naar Zuid-Frankrijk? Voorlopig ben ik er nog niet aan toe.  Nou ja, Vlieland is ook leuk, toch?

Sophie Kistemaker

woont samen met haar man Evert (34) en hun zoons van 3 en 1. Zij zal wekelijks herkenbare blogs schrijven over het wel en wee van het overleven van de tropenjaren met een jong gezin.

Lees verder

Alle columns in de serie Sophie Kistemaker