22 januari 2020 door Eef Lanoye

Troost

Eef Lanoye is moeder van een dochter ('13) en een zoon ('15). Ze ploetert elke dag opnieuw door de modder van het moederschap. 

Ik zit op de fiets met mijn dochter van zes. We rijden naar een winkel, het is een tochtje van enkele minuten. Ze vertelt uit het niets dat ze de afgelopen dagen op school een aantal keer heeft moeten huilen. Ik vraag haar naar het hoe en het waarom, ze vertelt dat het kwam door haar opa - mijn stiefvader. Hij overleed begin oktober 2019 na een periode van ziekte. Ze mist hem erg, ze hadden een bijzondere band die twee. Ze zegt hoe ze buiten tijdens het spelen zomaar aan hem moest denken en moest huilen. Op mijn vraag of ze dat met iemand heeft gedeeld, een klasgenootje of haar juf, antwoordt zij dat ze dat juist niet wilde. Dat ze al huilend rondjes heeft gelopen op het plein juist om alleen te zijn met haar verdriet.

Ik voel mijn hart breken en knipper opkomende tranen weg uit mijn ogen, omdat ik anders niet meer zie waar ik fiets. Ik zeg haar dat ik blij ben dat ze dit deelt met me, dat ik weet dat ze er niet graag over praat omdat ze dat zo moeilijk vindt. Blijkbaar zag ze haar kans schoon zo achterop de fiets zonder oogcontact. Ik kan troostende woorden geven, al is het achteraf.

Zelf verloor ik mijn vader heel jong. Praten over hem was pijnlijk voor mijn moeder, het haalde het verleden steeds weer boven, en ik wist toen al dat het vooral pijnlijke herinneringen waren. Voor mijn broer was het onmogelijk om te praten of verdriet te delen. Als het woord ‘papa’ viel, zag je de kortsluiting in zijn ogen en de woede in zijn lijf vlak voordat hij wegrende. Ikzelf hield afstand van mijn hart, leefde vooral in mijn hoofd. 

Troost ontvangen is mij als kind daarom nogal onbekend en vaag, troost geven nog minder. Wonderwel lukt het met mijn eigen kinderen tot nu toe aardig goed. Het is eigenlijk heel erg simpel. Het enige waar iemand met veel verdriet naar verlangt, is een gevoel van veiligheid. Geborgenheid met de onderliggende toon kom bij me, ik ben er voor je, het is oké. Niet te veel woorden, geen oplossingen, niet te veel uitleggen. 

Het grootste goed is een warme liefdevolle arm om je heen, iemand die je stevig vasthoudt. Net zolang als jij wilt en nodig hebt. Een schouder of borst waarop jouw tranen mogen vloeien, desnoods een mouw om je snot aan af te vegen. Je verdriet gewoon laten zijn, afgeschermd van de pijnlijke realiteit. Beschut en beschermd. Dat is troost. Dat is verzachting. Daarna pas woorden. Daarna pas weer verder. Of nog meer tranen, want met één huilbui ben je er meestal niet.

Het doet me pijn te horen dat mijn dochter zichzelf die troost ontzegt, omdat ze het delen van haar verdriet zo heftig vindt. Ze noemen dat het cascade-effect; de angst om overweldigd te worden door je eigen emoties. Een angst die ikzelf maar al te goed herken, net als dat sterk willen zijn. Ik bewonder haar om haar eigen wil, haar eigenwijze wijze van de dingen doen, maar een kind van zes hoeft niet sterk te zijn in haar verdriet vind ik. Ik respecteer haar wens om niet te veel te spreken over haar opa, maar heel bewust raak ik haar verdriet bij momenten toch even aan. 

Om haar de kans te geven te delen hoe het met haar gaat op een veilige en rustige manier. Om haar te laten zien dat verdriet niet zomaar verdwijnt en het heel normaal is om iemand te blijven missen. Dat dit ook bij het leven hoort. 

Om haar simpelweg te troosten bij haar verlies. Niet alleen maar bij kleine dingen als kapotte knieën, maar juist nu. Juist hierbij, zodat ze weet dat ik er ben, al heb ik zelf verdriet over mijn stiefvader. En nog groter mijn eeuwig aanwezige oude pijn van mijn vaders dood. Elk verdriet mag er zijn, groot, klein, nieuw, oud, erkenning is belangrijk.  

Het troosten van mijn kinderen vind ik één van de meest magische en vervullende dingen van het moederschap. Het gaat mij goed af, waarschijnlijk omdat ik de impact van troost - of het gebrek daaraan - zo goed ken. Mijn kind troosten is ook het kind in mij troosten. De vrouw in mij. De moeder zonder vaders. 

Als we bij de winkel zijn en van de fiets stappen, pak ik haar even stevig vast en druk een warme kus op haar hoofd. Zij rukt zich snel los als haar blik valt op de uitgestalde lychees.