5 januari 2026 door Tessa
Amina’s wereld stortte in: ‘Mijn zoon zei dat hij liever bij iemand anders wilde wonen’
Hij zei het tussen neus en lippen door. Geen ruzie, geen tranen, gewoon… tussen de boterhammen met pindakaas door.
“Ik wou dat ik bij een andere mama woonde.”
Ik stond daar met een mes in m’n hand en voelde mijn hart even stoppen.
Eerst dacht ik dat ik het verkeerd had gehoord. Daarna dacht ik: oké, lach erom, het is vast niet zo bedoeld.
Maar zijn gezicht zei genoeg. Serieus, koppig, verdrietig. En toen kwam dat branderige gevoel achter mijn ogen.
Ik slikte het weg. Want ik wist: dit gaat niet écht over mij. Dit gaat over zijn gevoel, zijn frustratie, zijn zesjarige hoofd dat de wereld nog aan het leren snappen is. En tóch. Het voelde persoonlijk.
Toen hij rustig was, vroeg ik wat hij bedoelde.
“Andere mama’s zijn liever,” zei hij. “Die worden nooit boos.” Auw.
Bleek dat ik die ochtend had gemopperd over sokken, schoenen en schermtijd. Dat ik gisteren te hard had geroepen dat hij moest opschieten. Kortom: ik was in zijn ogen even de slechterik uit zijn tekenfilm.
Die avond bleef dat zinnetje rondzingen in mijn hoofd.
Ik wou dat ik bij een andere mama woonde.
En ik voelde me zó schuldig. Want ik probeer alles goed te doen, rustig blijven, liefdevol reageren, geduld hebben. Maar soms lukt dat gewoon niet. Soms ben ik ook maar een mens.
De volgende dag deed hij alsof er niks was gebeurd. Tot hij voor het slapengaan zachtjes zei:
“Mama, ik vind jou eigenlijk toch de liefste.”
En toen snapte ik het: dit ging nooit over afwijzing. Het ging over veiligheid. Over dat hij zich bij mij zó veilig voelt dat hij zijn lelijkste gedachten durft te zeggen. Zijn boosheid, zijn frustratie, zijn ‘ik haat jou’-momentjes.
Ik ben geen perfecte moeder. Maar als mijn kind zich vrij voelt om eerlijk te zijn, dan gaat er blijkbaar iets heel goed.