Home » Opinie » Van wie is eigenlijk de schaduw van een ezel

Van wie is eigenlijk de schaduw van een ezel?

Door:

Joost Steins Bisschop

Joost Steins Bisschop bepleit filosofieles voor kinderen van 10 tot 12 jaar. Dat is duurzamer dan een Cito-training. Schots onderzoek laat zien dat het werkt.

Er zijn ouders die honderden euro's pompen in de Cito-training van hun kinderen uit groep 8. Investeren in de toekomst, denken ze. En er zijn instituten die maar al te graag profiteren van de grote belangstelling van een uit de hand gelopen mechanisme waarbij de Cito-score de sleutel is om op de gewenste middelbare school te komen. Het cijfer is een brandmerk voor de rest van je leven.

Filosofieles voor kinderen tussen 10 en 12 jaar, dat is ook een vorm van investeren in de toekomst. Alleen op een andere manier; hoogwaardiger en vooral duurzamer.

In 2001 werd op een lagere school in Clackmannanshire - gelegen in het midden van Schotland - een lesprogramma gestart. Het was de bedoeling dat kinderen van de lagere school zouden leren om onafhankelijker te denken, en om zelf problemen op te lossen. 'Thinking through Philosophy', onder die naam werd gezocht naar de invloed van filosofielessen op de ontwikkeling van kinderen. Te geven door het bestaande team van leraren, ook in klassen met dertig kinderen, en in meerdere lagere scholen van Clackmannanshire.

Niet zozeer de bekende filosofen worden besproken, maar wel worden bestaande fabels, sprookjes, parabels gebruikt om vragen van filosofische aard te stellen. Als voorbeeld de fabel van Aesopus over de ezel en zijn schaduw. De Griekse staatsman Demosthenes (350 voor Christus) hield een redevoering over de redding van de stad Athene maar werd lawaaierig uitgelachen. Een beetje het gevoel dat Balkenende ook regelmatig moet hebben. Demosthenes kreeg het volk echter wel stil door aan te kondigen een kort verhaal te vertellen.

Een jongeman, die op reis ging naar Megara, huurde een ezel. Met de eigenaar gingen ze op pad en toen ze onderweg – het was warm – even wilden uitblazen wilden ze allebei in de schaduw van de ezel liggen. "Ik heb de ezel verhuurd, maar niet zijn schaduw", sprak de eigenaar. "Nee", zei de jongen, "ik heb de ezel in zijn geheel gehuurd, met zijn oren en zijn staart, dus ook met zijn schaduw."

Demosthenes wilde weglopen, maar het volk smeekte om de afloop van het verhaal. "Als ik het heb over de redding van de stad luisteren jullie niet. Maar als ik spreek over een ezel en zijn schaduw, zijn jullie een en al oor. Is dat niet dwaas?" En hij liep vervolgens alsnog weg.

In de Schotse klas wordt daarna gevraagd aan de kinderen wat zij hiervan vinden. Van wie is een schaduw? Hoe ontstaat een schaduw? Is er een andere oplossing mogelijk? Kan de schaduw gedeeld worden? In ruimte of in tijd? De overwegingen van de kinderen worden op video opgenomen en later met elkaar bekeken.

Nu, zeven jaar later, is duidelijk wat de gevolgen zijn van de filosofielessen. 177 kinderen zijn gevolgd, en hun vermogen om cognitief te denken was aantoonbaar gestegen, hun IQ steeg gemiddeld met 6,5 punt. De kinderen zaten beter in hun vel, ze waren beter in staat om hun gevoelens te delen met anderen. Het gedrag in de klassen was socialer.

Ik vertel het verhaal van de ezel en zijn schaduw in mijn vrijdagwiskundeklasje, voor leerlingen van groep 8. Via Pythagoras zijn we immers bij Demosthenes uitgekomen. Over het eigendom van de schaduw ontstaan levendige gesprekken.

"Van wie is de maan eigenlijk?" Even later hebben we het over eigendom van de aarde. Als de schaduw van niemand is, is de aarde ook van niemand, want beiden hebben hun bestaan te danken aan de zon, en die is zeker van niemand, zo is de redenering. Er wordt hard gedacht.

In Nederland heb ik weinig aandacht gezien voor het Schotse onderzoek. De Volkskrant schreef erover, op 21 juni vorig jaar.

Als die ouders die hun kinderen naar Cito-training sturen nu eens met elkaar een filosofieklasje organiseren. Een of twee uur per week, en ze mogen er zelf bij gaan zitten ook. Laat de kennis groeien, en in de schaduw ervan groeien de mooiste dingen.

Joost Steins Bisschop

is vader van vier kinderen, consultant bij het bedrijf Jungle Rating, en op vrijdagochtend vrijwillig leraar op een basisschool te Heeswijk Dinther. Het bovenstaande artikel werd eerder gepubliceerd in het Financieele Dagblad, op 17 mei 2008.

Naschrift: 

Op de bovenstaande opinie kwamen diverse reacties:

1.

Ik heb dit artikel met belangstelling gelezen. CITO-toets trainingen kunnen frustrerend uitpakken, omdat een kind dan eerder een hoger onderwijs wordt geadviseerd. En als het daarna straalt, krijgt het kind ook nog het verwijt dat het niet hard genoeg heeft gewerkt.

Maar goed. Ik was onlangs op het bureau Jeugdzorg voor onze drie kinderen. De kinderen zijn door een onderzoekster geïnterviewd en het was haar opgevallen dat de kinderen diep nadachten voordat ze antwoord gaven. Ik vertelde dat ik ze zo opgevoed had. Als ze mij een vraag stelden, dan was het eerste: "Wat denk je zelf?" En zo met een vraagspelletje hun zelf het antwoord laten zoeken.

Kreeg ik verdorie van de mevrouw van Jeugdzorg het antwoord dat deze methode ook als resultaat kon hebben dat kinderen zichzelf depressief kunnen denken. Ja, hoor!

Maar goed. Ik zou graag een kopie van dit artikel willen maken en dit aan deze mevrouw overhandigen.

[naam en adres bekend bij de redactie]


2.

Dit artikel is me uit het hart gegrepen. Al jaren erger ik me aan de cito cultuur die hier in Nederland ontstaan is. Waar gaat het nog over, vraag ik me af, als ik al die scholen en ouders zie die zich vanaf groep 7 alleen nog maar bezighouden met entreetoets en cito toets? Zeggen de cijfers nog wel iets over het kind, of zijn het de scholen die zich via de cito toets willen profileren als een goede school?

Ik ben zelf een reguliere schooljuf en heb vooral hierom besloten om mijn eigen kinderen op een zogenaamde 'vrije school' te doen. Daar wordt de cito toets niet gebruikt (met als gevolg dat ze vaak slecht bekend staan in de media, etc.).

Op de vrije school wordt precies zo gefilosofeerd met de kinderen als u betoogt. Elke klas heeft zijn eigen vertelstof om mee te filosoferen en sprookjes, fabels en legendes zijn de vertelstof van de 1e en 2e klas (groep 3 en 4). In de 5e en 6e klas worden de Griekse en Romeinse verhalen gebruikt om o.a. mee te filosoferen. Precies zoals in uw voorbeeld.

Er wordt geen tijd verspild aan het constante inoefenen van de cito maar een intelligentietest (NIO) afgenomen aan het einde van de 6e klas die niet oefenbaar is. Dan blijkt dit ook een goede meting te zijn voor de capaciteiten van de kinderen en elk jaar zijn onze vrienden (die hun kinderen in het reguliere onderwijs hebben) weer verbaasd hoeveel kinderen van 'die rare school van ons waar ze niet eens de cito hebben', doorstromen naar Havo/VWO en gymnasium.

Het lijkt me heerlijk om een verschuiving te zien in het denken van mensen richting wat nu werkelijk belangrijk is voor onze kinderen. Dan blijkt dat het een het ander niet in de weg hoeft te staan.

[naam en adres bekend bij de redactie]


3.

Met plezier las ik het artikel van Joost Steins Bisschop waarin hij bepleit om filosofie op de basisschool te geven. De auteur verwijst naar de bijzondere resultaten die met de lesmethode 'Thinking through philosophy' worden behaald in Schotland. Deze lesmethode is inmiddels in het Nederlands vertaald als 'Denken door filosofie' en wordt uitgegeven door de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs.

Meer informatie: www.filosofie.svpo.nl

Met vriendelijke groet,

Misha van Denderen

Stichting voor Persoonlijk Onderwijs


4.

Eventueel zou n.a.v. het artikel een link naar www.kinderfilosofie.nl geplaatst kunnen worden. Juist omdat men zich aldaar bezighoudt met zaken die in het artikel worden beschreven. Anders zou het kunnen lijken dat er in Nederland geen expertise is op het gebied van kinderfilosofie en men in Schotland het wiel heeft uitgevonden.

Groet, Saskya Kamps