Sneller herstellen na de bevalling: 7x tips om je te helpen!

5 november 2004 door Nanny Gortzak

De kinderarts zegt dat mijn melk niet voedzaam genoeg is. Wat nu? En hoe houd ik die gebroken nachten vol? (3 mnd)

Ik geef al drie maanden borstvoeding. Mijn dochter wil om de 2 tot 2½ uur gevoed worden en slaapt 's nachts niet door.

Nu zegt de kinderarts dat er niet voldoende voeding in de borst zit. Maar mijn dochter accepteert geen fles. Ik heb inmiddels alle maten spenen geprobeerd, maar helaas. Elke dag opnieuw geprobeerd. Graag tips voor deze hopeloze moeder.

Antwoord

Uw kinderarts denkt dat er niet voldoende voedingsstoffen in uw melk zitten. U gaf echter niet aan waarop hij dit baseert. Was het omdat uw dochter niet goed groeit? In dat geval is er natuurlijk wel een probleem. Maar aangezien u niets vermeldde over een achterblijvende groei, denk ik dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend.

Hieronder zal ik eerst ingaan op die voedings-frequentie van 2 tot 2½ uur en daarna op het oplossen van nachtvoedingsproblemen.

Colostrum

Wanneer baby's net geboren zijn, hebben ze een kleine maag, waar maar een paar milliliter melk tegelijk in past. Gelukkig geeft een moeder op dat moment ook maar kleine hoeveelheden van deze eerste melk (colostrum), zodat dat precies in de maag van de baby past.

Om te zorgen dat de baby toch een flinke portie voeding binnen krijgt, zal er de eerste dagen vaak gevoed moeten worden.

Rijpere moedermelk

Vervolgens komt de productie van de rijpere moedermelk op gang. De samenstelling daarvan is wat anders dan colostrum en de hoeveelheid neemt toe. Voor de moeders en de baby's begint nu het spel om te leren wanneer en hoeveel een baby bij een maaltijd wil eten. En net zoals bij volwassenen zien we ook bij baby's verschillen.

De ene baby wil nog steeds kleine beetjes eten, maar wel heel vaak per dag. De andere baby went snel aan grotere hoeveelheden eten per dag en kan dan met minder maaltijden toe.

Verschillen tussen moeders

Net zoals er verschillende baby's zijn, zo zijn er ook verschillen tussen moeders. De opslagcapaciteit in de borsten kan verschillend zijn, wat weer van invloed is op de melkproductie.

Naarmate een borst voller is, zal de melkproductie steeds meer gaan vertragen. Dat is maar goed ook, omdat je anders letterlijk zou knappen. Voor de ene moeder komt dit moment van 'op knappen staan' eerder dan voor de andere moeder.

Eigenlijk is het moment waarop je borsten vol en pijnlijk kunnen gaan aanvoelen, een teken voor de borsten om minder melk aan te maken. Om te voorkomen dat hier problemen mee komen, zul je de borst moeten legen, bijvoorbeeld door je baby aan te leggen.

Artsen uit de vorige eeuw

Het idee dat een baby slechts elke 3 tot 4 uur aangelegd zou hoeven worden, is begin vorige eeuw ontstaan. De toenmalige artsen adviseerden dat, omdat ze dachten dat deze regelmaat goed zou zijn voor de baby.

Als moeders een baby hadden die hier niet tevreden mee waren, dan werd verondersteld dat de melkproductie niet goed zou zijn, of dat er iets mis was met de kwaliteit van de melk. De moeders moesten vooral niet vaker gaan aanleggen.

Het gevolg was dat bij deze moeders de melkproductie omlaag ging en de baby's bijgevoed moesten worden. Vervolgens gingen ze groeien. Het resultaat was het "zie-je-wel-er-is-niet-genoeg-melk" effect. Meestal hield het dan al snel op met de borstvoeding.

Huidige kennis

Inmiddels weten we beter hoe een baby gevoed moet worden. Onze huidige kennis zegt het volgende:

  • een borst produceert trager naarmate hij voller wordt;
  • een gezonde, op tijd geboren baby kan heel goed aangeven wanneer het tijd is voor een voeding;
  • als een baby honger heeft, geeft hij dat al eerder aan dan door te huilen. Namelijk: door onrustig te worden (ook in de slaap), door te smakken, door zijn handjes naar zijn mond te doen, en door zich naar zijn moeders borst toe te keren wanneer hij in haar armen ligt;
  • een baby kan ook heel goed aangeven wanneer hij genoeg gedronken heeft. Daardoor kunnen we gerust stellen dat een baby voldoende voeding van goede kwaliteit krijgt, als hij goed groeit. Dat de baby dan vaker – of soms minder vaak – wil drinken dan wij verwachten, is geen reden voor ongerustheid.

Doorslapen

Dan uw zorg over het niet doorslapen in de nacht. Vaak vergelijken ouders elkaars baby's aan de hand van het aantal uren dat ze al doorslapen in de nacht. Het wordt als een belangrijke stap op weg naar het groter worden gezien, als een baby 's nachts niet meer wakker wordt of 's nachts niet meer gevoed wil worden. Hoe zit dat?

Na de geboorte zullen baby's – die in de baarmoeder nog dag en nacht min of meer continu voedingsstoffen via de navelstreng kregen – nog steeds een sterke behoefte hebben aan elke paar uur een voeding. Zeker bij een kleine, pasgeboren baby is het heel zinvol om daar gehoor aan te geven. De baby geeft namelijk aan dat hij honger heeft, en als je dat niet serieus neemt, zou het bloedsuiker-gehalte wel eens te ver kunnen dalen, waardoor de baby suf kan worden en uiteindelijk in coma kan raken.

Wanneer een baby goed groeit – wat in principe gebeurt zodra de melkproductie van de rijpere melk op gang komt – is deze zorg al veel minder.

Slaap/waak-ritme

Omdat het slaap/waak-ritme van baby's heel anders werkt dan bij volwassenen, en omdat de baby toch hongergevoelens heeft in de nacht, duurt het meestal nog een tijdje voor ze 's nachts niet meer wakker worden voor een voeding.

Als het aantal uren tussen twee voedingen kort is, dan kan dat wel vervelend zijn voor de moeder. Hieronder zal ik uitleggen hoe je hiermee leert leven.

1. Slaap/waak-patroon observeren

Allereerst kun je kijken naar het slaap/waak-patroon van de baby. Vaak kun je bij jonge baby's een patroon zien, waarbij ze vroeg in de nacht een langer stuk slapen tussen twee voedingen. Dat langere slaapje kan al ergens in de avond of vroeg in de nacht plaatsvinden.

Als een moeder gebruik wil maken van een redelijk aantal uren slaap achter elkaar, dan kan ze het beste na de laatste voeding voor het lange stuk slaap zelf ook meteen gaan slapen.

Dat klinkt ongezellig, maar gelukkig is het tijdelijk. Het langere stuk slaap zal steeds langer worden en ook steeds meer in de nacht gaan vallen.

2. Samen slapen

Overweeg om uw baby bij u op de kamer te laten slapen, zodat u meteen kunt voeden als dat nodig is. Tegelijkertijd biedt dit de mogelijkheid om ook zélf snel verder te slapen (zodra de baby slaapt).

En bedenk: als u niet door een donker en koud huis hoeft te spoken in de nacht, voelt u zich al meteen minder vervelend als u uw bed uit moet.

3. Niet op de wekker kijken

Als uw baby 's nachts vaak wakker wordt, kijk dan niet op de wekker! Zet de wekker zo neer dat u de tijd niet kunt zien.

Als u zich niet bewust bent van het aantal keren dat u wakker bent, en als u er niet let op hoe lang deze onderbrekingen van uw nachtrust duren, wordt u daar minder gespannen door. Dat vergemakkelijkt het opnieuw inslapen na een onderbreking.

Ook zal een voeding waarbij u meer ontspannen bent vlotter verlopen, waardoor u weer eerder kunt slapen.

4. Niet verschonen

Als de luier het toelaat, verwissel hem dan niet na een nachtelijke voeding.

Dat heeft meerdere voordelen: het scheelt u tijd, de baby en uzelf blijven in een soort halfslaap, en het geeft een duidelijk signaal aan de baby dat de nacht bedoeld is om te slapen.

Even uitslapen

Ondanks de bovengenoemde tips kunt u natuurlijk nog steeds uitgeput wakker worden. Kijk dan of het mogelijk is om – na een van de eerste voedingen – nog even uit te slapen terwijl uw partner de zorg voor de baby overneemt.

Door dit te doen, zal uw partner waarschijnlijk in de avond ook wat eerder willen slapen. U zult dan merken dat de avonden en nachten niet zo zeer erg kort worden, maar dat in uw gezin de dag wat meer naar de vroege uren verschuift.