Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

1 januari 2000 door Ward van Alphen

Eenkennigheid van dochter (1,5 jr.) extreem?

Onze dochter van 15 maanden heeft al sinds zij 8 maanden is bij mensen die zij niet of niet zo goed kent de behoefte dat zij op ongeveer een meter of 2 afstand blijven. Komen zij dichterbij dan zet zij het op een gillen en komt niet tot rust totdat vader of moeder haar in de armen nemen.

Zij heeft sterke behoefte aan een grote eigen ruimte om haar heen waar alleen bekenden in mogen. Het contact met de bekenden is zeer sociaal en gezellig. Haar gedrag is sinds 1,5 maand nog verergerd. Het liefst is ze gewoon thuis met vader of moeder aan het spelen. Wij hebben erg het idee dat dit de aard van het kind is, vader heeft ook weinig behoefte aan sociale contacten. Moeder is voornamelijk bij haar en is wel heel sociaal en heeft dochter al sinds haar geboorte overal mee naar toe genomen. Moeder wendt zich makkelijk in sociaal verkeer en geniet er ook van.

Het lastige voor ons ouders is dat onze dochter eigenlijk alleen geniet van contacten met bekenden, of contacten op afstand (bijvoorbeeld winkelen). Dit maakt ons leven wel eens moeilijk. Het is gewoon niet meer leuk als er een niet zo bekende vriendin met haar kind komt spelen. Onze dochter wil dan bij de hele visite op schoot zitten. Laten wij haar alleen om bijvoorbeeld koffie te zetten dan gilt ze de hele boel bij elkaar.

Ons kind lijkt niet te leiden onder haar 'eenzaamheid'. Is dit gedrag nu gewoon haar aard of is het toch wat raar? Wij zien het niet bij andere kinderen zo extreem.

Antwoord

Wat u beschrijft, lijkt een vorm van eenkennigheid te zijn. Het is ook wel bekend als zevenmaanden-angst, omdat zich dit kennelijk zo rond de zevende maand kan openbaren. Sommige kinderen krijgen deze angst in het geheel niet, de mate waarin ze zichtbaar is, is heel wisselend.

Een kind dat deze angst vertoont, voelt zich kennelijk wel veilig bij de verzorger(s), of andere bekenden. Dat is op zich een goed teken, want het kind wil zich hechten aan anderen. Een klein kind kan uit de veelheid van indrukken vaak de verzorger al snel herkennen. Maar het duurt even voordat het in staat is om onderscheid te maken uit de veelheid van prikkels om zich heen. Zo rond de zevende maand wordt het duidelijker dat de omgeving vol is met bekenden en niet-bekenden. De niet-bekenden kunnen angst inboezemen, omdat ze zich anders gedragen dan bekenden. Het kind vlucht dan als het ware naar de verzorger toe.

Vanuit de geborgenheid van het contact met de verzorger kan het gaan ontdekken dat de vreemde wereld om zich heen niet eng maar interessant is. Het leert onderscheid maken: sommige vreemde, onbekende situaties roepen terecht angst op, bij andere is dat niet nodig. Als het goed is, gaat een kind toenemend de wereld verkennen, eerst van achter "moeder's rokken", en het kruipt en loopt steeds verder weg, af en toe kijkend of moeder of vader er nog is.

Het is belangrijk om een kind met zulke angsten voldoende veiligheid te bieden. In algemene zin kan je zeggen dat als je als ouder het tempo van je kind volgt, de kans het grootst is dat het zelfvertrouwen zal toenemen en de angst zal verdwijnen. Als ouders heel afwijzend zijn, zal het kind zich toch blijven wenden tot de ouders, omdat het zich niet veilig genoeg voelt om erop uit te gaan.

Vanuit de veilige omgeving van de ouders kunnen vreemden voorzichtig toenadering zoeken, of je kan er ook verder geen aandacht aan geven en het kind zelf laten komen -- een soort stille verleiding, waarbij het kind zich niet hoeft vast te graven in de angst.

Waarom bij uw dochtertje de vreemdenangst blijft bestaan, wordt uit het verhaal niet zo duidelijk. Misschien is ze gewoon een meisje dat wat langer de tijd nodig heeft. Wellicht moet je daarbij nog een onderscheid maken tussen een gebrek aan behoefte aan sociale contacten, en vermijden van sociale contacten op grond van angst.

Het is trouwens nog maar de vraag of je op deze leeftijd al iets kan zeggen over of een kind sociaal is of niet, aangezien veel kinderen van 1,5 jaar ook goed alleen kunnen spelen. Het lijkt er trouwens op dat de actieradius langzaam toeneemt, althans niet alleen de verzorgers maar ook andere bekenden behoren tot de veilige sector.

Het zou kunnen dat er op een gegeven moment ook een autonomie-aspect bij de interactie met uw dochtertje gaat spelen, dat zou wel kunnen passen bij haar leeftijd. Dan gaat het dus niet alleen meer om angst, maar ook om iets wat zij gedaan wil krijgen, dat kan er soms voor zorgen dat er strijd ontstaat met het kind. Dat is heel begrijpelijk, maar ik denk dat forceren in dit geval een averechts effect heeft, omdat het geen rekening houdt met de factor angst in het gedrag van het kind.

Ik vraag me trouwens nog af of ze ook een broertje of zusje heeft: dat is toch ook een belangrijke "ander" in het leven van een kind, waarmee het delen van aandacht een feit wordt, en dit zonder dat er dwang of strijd aan te pas komt (alhoewel het voor oudste kinderen soms wel moeilijk omschakelen is). De reactie op een broertje of zusje kan weer iets zeggen over hoe een kind zich ontwikkelt op het gebied van flexibiliteit, sociale contacten, etcetera.