Home » Vraagbaken » Hoe verloopt de taalontwikkeling bij geadopteerde kinderen 3½ jr

Hoe verloopt de taalontwikkeling bij geadopteerde kinderen? (3½ jr)

Door:

Ilse Meezen

Ik heb een adoptiezoontje van 3½ jaar. Hij is nu twee jaar bij ons en beheerst al verschillende woordjes. Maar sommige dingen, zoals de ik-vorm, kent hij nog steeds niet. Als hij ons iets wil vertellen, brabbelt hij alles door elkaar en je verstaat er dus niets van. Geen enkel woord.

Hij zal bijvoorbeeld nooit vragen "Ik wil een koek hebben". Hij zegt dan "Koek" en wijst ernaar. Als hij tv kijkt, en er wordt iets gezegd, dan zegt hij het wel duidelijk na. Zingen probeert hij ook. Enkele woordjes kun je dan verstaan, maar lang niet alles.

Moet ik mij zorgen maken? Voor Logo is hij nog te jong omdat hij zich nog geen 2 minuten kan bezig houden met iets, zoals puzzelen of zo.

Antwoord: 

In principe wijkt de taalontwikkeling bij kinderen die jong geadopteerd zijn, niet af van de normale taalontwikkeling.

Toch kunnen er bij geadopteerde kinderen wel achterstanden voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer er weinig gepraat is tegen een kind in de babytijd of door de plotselinge omschakeling naar de nieuwe situatie. Hierdoor kan de ontwikkeling een tijdje stil staan en zelfs een jaar achterlopen.

Daarnaast kunnen er bij geadopteerde kinderen natuurlijk achterstanden optreden die niets te maken hebben met de adoptie. Bijvoorbeeld door gehoorproblemen, net als bij 'gewone' kinderen.

Maar hoe dan ook: uw zoon praat al. Dat is heel mooi en een goed moment om de taalontwikkeling wat extra te stimuleren.

Minimum spreeknormen

In hoeverre loopt uw zoontje nu eigenlijk achter? Volgens de zogenaamde Minimum Spreeknormen (van professor Goorhuis-Brouwer) spreken de meeste kinderen van circa 3½ jaar in zinnetjes van 3 tot 5 woorden die redelijk te verstaan zijn.

Er zijn echter ook kinderen die het nog moeilijk vinden om hun gedachten onder woorden te brengen. Sommigen kijken de kat uit de boom en maken later een ontwikkelingssprong.

Ik en jij

De zinsbouw van uw zoon staat nog aan het begin van de ontwikkeling. Daarom is het begrijpelijk dat hij nog moeite heeft met woorden zoals 'ik' en 'jij'. Op het eerste gezicht lijken deze korte woorden heel eenvoudig, maar het is nog een hele puzzel voor een kind om te begrijpen wanneer je nu 'ik' of 'jij' gebruikt. Dat verschilt immers per situatie.

Zo verwijst 'ik' naar jezelf als je iets aan een ander vertelt over jezelf. Het woord 'ik' kan echter ook verwijzen naar iemand anders, zoals in de volgende situatie. Twee kinderen praten over Ernie en Bert. Een van de kinderen kan dan zeggen: "Bert zei: 'Ik wil slapen Ernie'." In dat geval verwijst het woord 'ik' niet naar het kind dat het verhaal vertelt, maar naar Bert, die iets aan Ernie vertelt. Dat is behoorlijk ingewikkeld!

Daarom is het begrijpelijk dat veel kinderen in een bepaalde periode nog fouten maken met 'ik' en 'jij', of er zelfs niet eens aan beginnen. In principe gaat dat vanzelf over.

Praten met handen en voeten

U vertelde dat uw zoon niet altijd verstaanbaar en gestructureerd praat, met name als hij een heel verhaal probeert te vertellen. Maar in bepaalde situaties begrijpt u hem wel degelijk. Namelijk als hij benoemt wat hij wil hebben en ernaar wijst. Moet je daar nu wel of niet op reageren? Wél natuurlijk! "Oh, je wilt een stukje koek hebben!" zeg je dan. Daar leert het kind van. Ik zal dat uitleggen aan de hand van een herkenbare vergelijking.

Als woorden tekortschieten, is het uitbeelden of aanwijzen van dingen een effectieve strategie. We doen dat als volwassenen ook, bijvoorbeeld wanneer we in het buitenland zijn en de taal die daar gesproken wordt niet goed beheersen. Met handen en voeten lukt het dan uiteindelijk wel om duidelijk te maken wat je wilt. Vervolgens komt het moment dat de marktkoopman of welke gesprekspartner dan ook begrijpt wat je bedoelt, en in zijn of haar eigen taal herhaalt wat je eigenlijk had moeten zeggen. Daar leer je dan weer van. Het is een natuurlijke manier van taal leren. En zo gaat het ook bij de taalontwikkeling van kinderen.

Steuntje in de rug

Uit uw vraag maak ik op dat uw zoon op dit moment volop bezig is met taal. Het kan dan geen kwaad om hem juist nu een steuntje in de rug te geven, al of niet met hulp van buitenaf.

Op de website "Kind en Taal" (van de beroepsvereniging van logopedisten - NVLF) vindt u de zogenaamde
SNEL-test. Dat is een interactieve vragenlijst voor ouders die aangeeft of je al dan niet professionele hulp moet zoeken.

Die hulp kan allerlei vormen aannemen. Bijvoorbeeld:

  • een ouder-cursus;
  • een peuterspeelzaal;
  • of logopedie.

Als u via uw huisarts bij een deskundige komt, zal die eerst bepalen of er een achterstand is en u zo nodig adviseren over stimulatie.

Beperkte concentratie

Tot slot nog een opmerking over de beperkte periode (maximaal 2 minuten, zei u) waarin uw zoon zich kan concentreren op een activiteit. Als voorbeeld gaf u puzzelen, wat hij niet zo lang volhoudt. Je kunt je echter afvragen of dat werkelijk een bewijs is voor een gebrekkige concentratie. Misschien vindt hij puzzelen gewoon niet leuk. Probeer ook eens wat andere dingen!

Bij jonge kinderen is het altijd belangrijk om aan te sluiten bij hun belangstelling. Het is dus echt de moeite waard om allerlei verschillende dingen uit te proberen. En hoe beter je erin slaagt om iets te vinden wat ze leuk vinden, hoe makkelijker het is om daar ook iets taligs aan te koppelen.

Ilse Meezen

is logopedist en taalkundige, en gespecialiseerd in kindertaal. Ilse is werkzaam bij de O&O CED-Groep Rotterdam.

Lees verder