8 februari 2008 door Joanna Sandberg

Hoe voorkom ik dat ik mijn zoontje belast met mijn verleden?

Sinds dit schooljaar gaat mijn nu 4½-jarige zoon naar de basisschool. Hij vindt het geweldig, keek er naar uit toen de crèche hem begon te vervelen en is volgens de juf erg populair en een lekker jong.

Allemaal zeer positief en daar zijn zijn vader en ik erg blij om. Op de twee hele dagen school blijft hij over en daarna gaat hij naar de BSO. De drie middagen in de week dat hij thuis is, zijn verdeeld over oma, papa en mama. Soms komt er op die middagen een vriendje spelen of gaat hij zelf naar een vriendje.

Mijn probleem ligt dan ook bij mezelf. Ik ben namelijk vrijwel de gehele lagere-schoolperiode gepest, alsmede de beginjaren van de middelbare school. Ik ben daardoor erg gevoelig geworden voor de keren dat mijn zoontje het eens niet naar z'n zin heeft op school.

Ik weet dat het normaal is dat kinderen ruzie maken, af en toe geen zin hebben, en huilen om iets wat op school is gebeurd. Voor mij is het echter heel moeilijk om me in die gevallen niet direct zorgen te maken. Ik maak me soms al zorgen als hij zegt dat hij niet mee mocht spelen met z'n twee favoriete vriendjes.

Ik merk vaak achteraf dat ik me zorgen maak om niks, maar ik kan het toch niet tegenhouden. Meteen twijfel ik aan de twee dagen van half-9 tot 6 zonder papa (werken we te veel?). Misschien toch voor de verkeerde school gekozen (einde van de straat, staat bekend als zéér goed, maar iets zwaarder Christelijk dan onze levensovertuiging)? Misschien toch iets fout in z'n opvoeding? Misschien toch geen goed idee om zwanger te worden van een derde kind? (Z'n broertje is 2½ en de derde wordt verwacht in maart.)

Ik heb mijn pestverleden goed kunnen verwerken en ben erg gelukkig met mijn huidige leven, maar er zal altijd een onzekere kant aan mij blijven. Bijvoorbeeld als ik moet functioneren in groepen. En nu merk ik dat deze onzekerheid begint uit te stralen naar de schooltijd van m'n oudste zoon.

Mijn vraag: hoe zorg ik ervoor dat ik mijn verleden niet op mijn zoontje projecteer? Hoe ondersteun ik hem bij zijn verdriet en zorgen, zonder van hem per ongeluk ook een pest-slachtoffer te maken?

Hetzelfde geldt indirect voor oma (mijn moeder), want die wist niet hoe ze mij destijds kon helpen.

Mijn man is niet gepest en heeft moeite mij te begrijpen als ik mij zorgen maak. Ik probeer dan ook zoveel mogelijk de 'schoolsteun' over te laten aan mijn man, want blijkbaar was zijn gedrag destijds geen aanleiding tot pesten.

Antwoord

Ik kan mij uw bezorgdheid heel goed voorstellen, maar hij is niet terecht. Het gaat namelijk heel goed! En zo te zien zijn alle voorwaarden aanwezig om te verwachten dat het ook goed zal blijven gaan.

Dat neemt echter niet weg dat u toch bezorgd en onzeker bent, en twijfelt over van alles en nog wat. Daarom wil ik graag iets meer vertellen over wat er nu eigenlijk aan de hand is, en hoe je daar het beste mee om kunt gaan.

Pestverleden

Uit onderzoek blijkt dat mensen die als kind (of als puber) zijn gepest, daar in hun volwassen leven nog behoorlijk onder kunnen lijden. Bij u lijkt uw pestverleden ook nog wat sporen na te laten, maar voor het grootste gedeelte is het toch verwerkt.

Dat u groepen nog steeds eng vindt, kan inderdaad te maken hebben met uw pestverleden. Veel mensen zijn onzeker in een groep, maar als je gepest bent, was 'de groep' nooit je vriend, maar juist je vijand, waar je als eenling niet tegenop kon.

Dat uw eigen pestverleden doorwerkt in de opvoeding van uw kinderen, is heel goed te begrijpen. En aangezien uw oudste steeds de eerste is die een mijlpaal bereikt, zal met hem de opvoeding altijd het moeilijkst zijn (vergeleken bij uw andere kinderen).

Ook uw onzekerheid over het basisgevoel 'doe ik het wel goed?' is een uitvloeisel van de opvoeding van uw eigen ouders, die u – zoals ik het begrijp – niet hebben kunnen behoeden voor het gepest worden.

Voelsprieten

U wilt natuurlijk absoluut niet dat uw zoon gepest wordt, en u reageert té alert op allerlei dingen. Uw voelsprieten staan als het ware iets te scherp afgesteld. U – en dus niet uw man, die niet gepest is – denkt soms dat er sprake is van pesten, terwijl dat (nog) helemaal niet aan de orde is.

Maar nu het punt waar het om gaat. U kunt uw zoon niet 'per ongeluk' een pestslachtoffer maken; ten eerste omdat u zich terdege bewust bent van uw gevoeligheden ten aanzien van pesten, en ten tweede omdat u er wat aan wil doen. Een gelukkige bijkomstigheid is dat uw man geen pestverleden heeft. Zijn nuchtere blik kan u helpen om anders met uw overbezorgdheid om te gaan.

Zelfanalyse

Het is dus heel goed dat u zich bewust bent van uw eigen overbezorgdheid en onzekerheid, want angstige (en daardoor overbezorgde) ouders die zich er niet bewust van zijn, voeden hun kinderen op met angst, met als gevolg dat deze kinderen zelf weer angstig worden. Het zijn úw zorgen, zoals u zelf al aangeeft, en u kunt er zelf mee leren omgaan, zonder het door te geven aan uw zoon.

Het ziet ernaar uit dat u in staat bent om uw eigen overbezorgdheid te analyseren. Daardoor kunt u zichzelf leren om niet in te gaan op (of toe te geven aan) angsten waarvan u zelf inziet dat ze overdreven zijn. Anders gezegd: de situaties waarin té snel té bezorgd bent zullen zich voorlopig nog wel blijven voordoen, maar u kunt zichzelf aanleren om dat gevoel voor u te houden. Hieronder zal ik uitleggen hoe je dat doet.

Serieus luisteren

Telkens wanneer dat overbezorgde gevoel de kop op steekt, kunt u meteen aan u zelf vragen: "Is dit mijn probleem (vanuit mijn eigen pestverleden), of heeft mijn zoon een probleem (en vraagt hij daar hulp bij)?" U begrijpt het al; bij de eerste beantwoording met 'ja' doet u niets, en bij de tweede kijkt u met uw zoon of hij uw hulp nodig heeft, en zo ja, hoe u hem kunt helpen. Bedenk daarbij dat het voor kinderen meestal genoeg is als hun ouders serieus luisteren naar wat ze te vertellen hebben, zonder meteen met een oplossing te komen.

Hoe vaker u op deze manier te werk gaat, des te gemakkelijker het u af zal gaan.

Daarnaast kunt u met uw man afspreken dat u hem 's avonds vertelt waar u zich die dag allemaal zorgen over heeft gemaakt. Vervolgens kan hij daarop reageren. Zo bereikt u onder andere dat uw zorgen binnen proporties blijven en niet steeds groter worden.

Het hele plaatje

Dan uw zoon zelf. Die is populair en dat is hij niet voor niets. Het betekent dat hij weerbaar is, en dat hij zich zo sociaal gedraagt dat andere kinderen hem leuk vinden. Hoe komt dat? Zijn persoonlijkheid is voor een groot gedeelte natuurlijk aangeboren, maar hij wordt ook goed opgevoed door u en uw man, waardoor hij zich zo positief ontwikkelt. U en uw man hebben een voorbeeldfunctie en hij leert van u beiden.

Dus: heb vertrouwen in uzelf, u doet het goed! Realiseer u ook dat u en uw man een goed team zijn. Maak daar gebruik van, door die dingen te doen waar u goed in bent, en de dingen waar uw man beter in is aan hem over te laten.

En tot slot: blijf goed kijken naar uw kinderen, en neem altijd 'het hele plaatje' in ogenschouw. Staar u dus niet blind op de negatieve ervaringen die uw kinderen onvermijdelijk zullen hebben, maar kijk vooral ook naar de dingen die wél goed gaan. Als u dan in de loop der tijd blijft merken dat uw kinderen het eigenlijk heel goed doen, is de kans groot dat uw overbezorgdheid langzaam gaat afnemen.