Home » Vraagbaken » Hoe voorkom je stuwing na de bevalling

Hoe voorkom je stuwing na de bevalling?

Door:

Nanny Gortzak

Ik ben niet van plan borstvoeding te gaan geven bij ons tweede kind. Bij onze eerste heb ik het geprobeerd maar dat is erg slecht bevallen. Geen melkproduktie, een kind dat afviel, niet wilde drinken en enorme last van stuwing, zodanig dat ik er ziek van werd. In overleg met de kraamhulp en de verloskundige ben ik toen gestopt.

Hoe zorg ik ervoor dat ik deze keer niet zoveel last krijg van de stuwing?

Antwoord: 

Ik kan me heel goed voorstellen dat u die ellende niet nog eens wilt doormaken en daarom wil ik uw vraag graag beantwoorden.

Eerst zal ik iets vertellen over het begin van de borstvoeding, zodat u begrijpt waar stuwing vandaan komt en hoe je er in normale gevallen het beste mee om kunt gaan. Daarna zal ik uitleggen wat je kunt doen als je – zoals u – geen borstvoeding wilt geven.

Zwangerschap en bevalling

Tijdens de zwangerschap bereiden de borsten zich voor op het geven van borstvoeding. De klieren worden groter en de melkgevende cellen staan klaar om aan het werk te gaan. Dat is vaak al te merken aan een gele kleverige vloeistof die uit de borsten komt tijdens de zwangerschap.

Na de geboorte gaan de borsten eerst nog even door met het produceren van kleine hoeveelheden vloeistof die rijk is aan antistoffen. Die helpen de baby door de eerste dagen heen, door bescherming te bieden tegen alle ziektekiemen die buiten de baarmoeder voorkomen.

Deze eerste melk wordt colostrum genoemd. Onder invloed van een grote daling in hormonen, veroorzaakt door het geboren worden van de placenta (die veel hormonen produceerde tijdens de zwangerschap), neemt na een paar dagen de hoeveelheid melk die geproduceerd wordt toe. Daartoe stroomt er meer bloed naar de borsten.

Ook houden de borsten – eveneens onder invloed van hormonen, maar ook door het gebruik van infusen tijdens sommige ziekenhuisbevallingen – grotere hoeveelheden vocht vast.

Het ontstaan van stuwing

Het extra bloed en vocht, in combinatie met de toenemende melkproductie, kan ervoor zorgen dat de borsten erg groot, zwaar en hard gaan aanvoelen. Er komt meer bloed en vocht in de borst dan eruit gaat, waardoor al het weefsel, de melkkanalen en de bloedvaten flink onder druk komen te staan.

Dit kan zo erg worden dat het pijn gaat doen, en dat er een ontstekingsreactie in het borstweefsel ontstaat. Daar kun je zelfs koorts van krijgen.

Gevolgen voor de baby

Maar er gebeurt nog iets. Door de grote druk op alle weefsels kunnen de melkkanalen dichtgedrukt worden, waardoor de melk niet meer naar buiten wil stromen, ondanks veel aanleggen en/of kolven. Daardoor komen de borsten nóg meer onder spanning te staan, en kunnen de tepels volledig 'verstreken' raken.

Verstreken (vakjargon) betekent dat de borst en de tepel zo gezwollen zijn dat de tepel helemaal vlak wordt. Er steekt dan geen puntje meer uit. Denk aan het puntje aan het uiteinde van een ballon: hoe verder je de ballon opblaast, hoe meer dat puntje verdwijnt. Uiteindelijk zie je misschien een wat donkerder plekje, maar de hele onderkant is rond en strak geworden.

De baby kan de tepel dan niet meer goed in de mond nemen. Vergelijk het met aanleggen aan een voetbal. Die is keihard en totaal inflexibel. Daar kun je niet aan drinken. Het gevolg is dat de baby geen voeding krijgt, of gefrustreerd raakt omdat er geen melk komt. Dit is de situatie waarin u terecht kwam na de geboorte van uw eerste kind.

Wat kun je doen?

Vaak is deze ellende te voorkomen door in de eerste dagen heel vaak aan te leggen. Daardoor krijgt de baby voortdurend kleine beetjes colostrum, wat hem de nodige energie en vocht bezorgt. Maar het heeft nog een tweede functie, namelijk dat je de baby een intensieve training geeft. Op het moment dat de melkproductie gaat toenemen, heeft hij dan al geleerd hoe hij de tepel goed in de mond kan nemen.

Dus: op het moment dat er meer melk en bloed door de borsten gaat stromen is de baby in staat om de melk te verwijderen. Daardoor zal er niet alleen bloed in de borst stromen, maar er ook weer uit kunnen. De melkkanaaltjes komen niet onder druk te staan en het overige weefsel ook niet. De borst wordt wel vol maar zal toch enigszins soepel blijven, waardoor ook de tepel zachter blijft en de baby makkelijker kan blijven aanhappen. De ontstekingsreactie blijft uit, de moeder krijgt geen koorts. De baby krijgt grotere hoeveelheden melk en gaat groeien.

Kortom: in een normale situatie hoeven pijnlijke borsten en koorts helemaal niet voor te komen in het kraambed. Het regelmatig verwijderen van melk uit de borst op het moment dat de melkproductie gaat toenemen, zorgt ervoor dat problemen voorkomen worden.

Wat te doen als je geen borstvoeding wilt geven?

Als u er voor kiest om geen borstvoeding te geven, dan kunt u proberen om de melkproductie tegen te gaan, of proberen om hem in ieder geval niet te stimuleren. U kunt dat doen door na de bevalling medicijnen te vragen aan uw arts of verloskundige. Houd er wel rekening mee dat deze medicijnen ernstige bijverschijnselen kunnen hebben.

U zou ook kunnen proberen om de melkproductie tegen te gaan met kruiden, zoals salie, wat u in de vorm van saliethee kunt innemen.

Tegelijkertijd kunt u proberen zwelling en pijn te voorkomen door gekneusde witte-koolbladeren of andere koele kompressen op uw borsten te dragen.

Als de zwelling te erg wordt, kunt u toch proberen de borsten een of enkele malen leeg te laten stromen, bijvoorbeeld door ze onder de douche te masseren. U maakt de borsten zover leeg tot het weer prettig aanvoelt. Eventueel kunt hierbij een handkolf gebruiken. De gekolfde melk kunt u gewoon aan uw baby geven, vooropgesteld dat u geen lactatie-remmende medicijnen heeft gebruikt.

Op zich zorgt het principe van overvolle borsten er overigens voor dat de melkproductie afgeremd wordt. Enig ongemak is hierbij niet te vermijden.

Tussenweg

Er is ook een tussenweg. U kunt ervoor kiezen om de baby wel vaak aan te leggen na de geboorte, zodat die de voordelen van het colostrum wel meekrijgt. U gaat dan door met aanleggen zolang u dat comfortabel vindt en de baby dat goed kan.

Zodra de melkproductie toeneemt, en u denkt dat er problemen gaan ontstaan, kunt u dan overstappen op het plan om de melkproductie niet verder te stimuleren.

Een tip tot slot

U zou kunnen overwegen om – nu al – met een vrijwilliger van een van de borstvoedingsorganisaties (VBN of LLL), of een lactatiekundige te bespreken waarom uw eerste kind destijds zo'n moeite had met aan de borst gaan.

Een hoog verhemelte, een korte tongriem, of vlakke dan wel ingetrokken tepels kunnen ervoor zorgen dat de start van de borstvoeding moeilijker is. Dat soort informatie is belangrijk om een gefundeerde afweging te maken over wel of niet borstvoeden, waar je ook achteraf tevreden over kunt zijn. Tegelijkertijd kom je dan te weten welke maatregelen je kunt nemen als zich problemen voordoen bij de weg die je gekozen hebt.

Ik hoop van harte dat u deze keer niet meer zo'n last krijgt, welke beslissing u ook neemt.

Nanny Gortzak

is lactatiekundige IBCLC.

Lees verder