Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

28 maart 2002 door Ward van Alphen

Hysterisch gedrag bij kinderen van 5 - hoe ga je daarmee om?

Deze week: twee gelijksoortige vragen en één (gecombineerd) antwoord.

Vraag 1

Mijn probleem gaat over mijn zoon van 5 jaar. Hij is een paar weken geleden ziek geweest en heeft toen moeten spugen. Vanaf dat moment wil hij eigenlijk niet meer eten en spuugt hij stiekem zijn eten in de wc of in zijn kamer uit.

Ik heb allerlei soorten gerechten geprobeerd en natuurlijk vooral zijn lievelingseten maar dat wil hij ook niet eten. Als hij thuis komt uit school, krijgt hij meestal een snoepje en dat is eigenlijk nooit een probleem want dat eet hij wel helemaal op. Maar de gewoonte van elke keer zijn eten uitspugen beangstigt mij en vooral nu het een gewoonte begint te worden.

Hij maakt er een hele scène van en we mogen dan niet tegen hem praten. Hij wordt helemaal hysterisch en na afloop is hij doodmoe. Kunt u mij raad geven?

Vraag 2

Onze dochter (wordt eind juni 5) heeft sinds ongeveer zes weken zo'n twee maal per week heel heftige drift-/huilbuien ("hysterie") die variëren in duur van een kwartier tot een uur. Boos reageren, lief reageren, niks helpt; alleen negeren (na verloop van tijd dan...), soms.

Ze lijkt zelf een aanleiding te zoeken (er is altijd wel wat onbenulligs) en als het gebeurt, is ze meestal wel moe (maar dat is niet altijd te voorkomen). Het lijkt dan net of er een boze geest of zo in haar vaart; ze is echt hysterisch en niet aanspreekbaar.

't Is een gevoelig kind, maar verder draait ze lekker, ook op school. Wat te doen?

Antwoord

Twee vragen met een zekere overeenkomst: de leeftijd van het kind, en de manier van reageren, waarbij het kind zichzelf 'opdraait' en zich flink laat gaan. Het kind is dan gedurende een bepaalde tijd 'niet aanspreekbaar' (het luistert niet), en dit gedrag komt herhaaldelijk voor.

Bij beide kinderen is er telkens een aanleiding; bij het jongetje uit de eerste vraag is voor te stellen dat angst daarbij een rol speelt. In zekere zin moet het voor beide kinderen ook angstig zijn dat ze zó kunnen vastlopen in hun eigen manier van reageren.

Je zou onderscheid kunnen maken tussen hoe je met de aanleiding van dit gedrag omgaat, en met het gedrag zelf. Ik begin met het laatste.

Reactie op het gedrag

Wat het gedrag zelf betreft: bij kinderen die een scène maken, helpt het inderdaad vaak om het gedrag te negeren. Dat kan betekenen dat je een kind op de gang zet tot het weer rustig is, en dat je dán pas weer contact of toenadering zoekt.

Contact zoeken tijdens de scène kan tot gevolg hebben dat het ongewenste gedrag wordt versterkt, in plaats van dat het kind meer gewenst gedrag gaat vertonen.

In feite heeft dit soort gedrag een asociale kant: het kind stapt uit het contact en gaat zijn of haar eigen gang. Daar hoort een soort "goedmaken" bij, voor je weer de wereld van de "normalen" binnen mag komen.

Op een moment dat het kind normaal doet, en je leuk contact met elkaar hebt, mag je best eens zeggen dat je dit leuk vindt. Dat is: het positief bekrachtigen van gewenst gedrag.

Aanleiding 1

Wat het gevoelige dochtertje betreft: het is mij niet duidelijk wat er bedoeld wordt met 'gevoelig'. Gaat het erom dat ze slecht tegen kritiek of slecht tegen haar verlies etc. kan? Of gaat het om kwetsbaarheid in het zelfgevoel, dat wil zeggen: snel het gevoel hebben iets fout gedaan te hebben? Of is het een soort verlegenheid?

Een kind moet in ieder geval leren dat het niet altijd z'n zin kan krijgen, en dat het veel prettiger is om plezier te hebben als je het leuk hebt, dan om elke keer ruzie te maken als er iets tegenzit.

Je mag best begrip tonen voor het feit dat een kind teleurgesteld is, maar dat is iets anders dan de teleurstelling wegnemen door de confrontatie niet meer aan te gaan. Een kind heeft deze zogenaamde micro-trauma's nodig om te kunnen groeien, om zelfstandig te worden, en om naar adequate oplossingen te gaan zoeken. Een kind moet ook ervaren dat het verschilt van de rest van de wereld, en dat blijkt onder andere door verschillen in belangen, wensen, etc.

Een onzeker kind kan wellicht wat extra steun en aandacht gebruiken, maar blijf wel grenzen stellen!

Aanleiding 2

Het overgeven is een probleem op zich. Eerder hebben we wel vragen beantwoord over angst voor overgeven: dat betrof kinderen die bijvoorbeeld niet meer durfden te eten uit angst om over te geven. Bij dit jongetje speelt dat hij ook nog eens zelf zijn eten uitspuugt, maar dat klinkt alsof hij het eten niet doorslikt maar uitspuugt.

U heeft al van alles geprobeerd, maar hij blijft weigeren en niet durven, behalve met het snoepje. U zou het kunnen proberen met een stappenplan.

De stappen moeten bestaan uit kleine hapjes, kleine hoeveelheden, en je kan ook nog overwegen om bijvoorbeeld te beginnen met pap.

Aan het stappenplan kun je een beloning koppelen. Is het een dag gelukt, dan krijgt hij iets kleins, en een sticker waarmee hij uiteindelijk iets groters kan verdienen.

Je mag ook hier weer begrip tonen voor het feit dat hij geschrokken is, destijds toen hij ziek was, maar aan de andere kant moet u ook iets uitstralen van dat het een vervelend verschijnsel betreft wat veel kinderen hebben gehad toen ze klein waren en dat het bij groot worden hoort om hier overheen te komen.

Kleine hapjes

Als je een kind kleine hapjes en hoeveelheden laat eten, is de kans op succes groter. Een voor de hand liggende vraag is dan natuurlijk of het zo kind wel genoeg binnenkrijgt. Het antwoord luidt in principe: 'ja'.

Enige reserve zal een kind wel hebben, en je gokt er ook op dat op een gegeven moment het eten weer meer gaat lokken in plaats van tegenstaan (daar zal honger wellicht een rol in spelen, maar ook dat de "toestanden" niet meer voorkomen).

Hysterisch gedrag

Wat betreft het 'hysterische gedrag': dat zou je kunnen negeren door mee te gaan met zijn eigen wens om met rust gelaten te worden. Je zou hem apart kunnen zetten als het hem niet lukt om op een normale manier aan te geven dat hij niet meer kan eten.

Is dit hard en ongevoelig? Ik denk het niet, omdat je hem helpt bij het beteugelen van de angst en het normaal leren eten. Je negeert niet de angst, maar zijn inadequate manier van ermee omgaan. En op die manier biedt je je kind juist veiligheid.

Ik ben er overigens vanuit gegaan dat uw kind verder normaal functioneert, en dat er geen lichamelijke oorzaak (meer) is voor het overgeven. Op het eerste gezicht is dat het geval, maar als u twijfelt zou u even langs de huisarts moeten gaan.