Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

30 mei 2003 door Jeroen Aarssen

In welke taal moeten we wat zeggen? (2 jr)

We zijn met ons zoontje Ben (2 jaar) net naar Engeland verhuisd. Mijn man is Nederlander en praat Nederlands tegen hem en ik ben Duitse en praat Duits tegen hem. Beide doen we dat vrij consequent. Ben gaat één ochtend in de week naar de kinderopvang, waar ze Engels met hem spreken. Over ca. 6 maanden zal hij elke ochtend naar de pre-school gaan en meer Engels horen.

De bedoeling is dus dat hij drietalig wordt opgevoed: Nederlands, Duits en Engels. Op dit moment zegt hij sommige woorden in het Duits, sommige in het Nederlands, en sommige in beide talen.

Mijn eerste vraag is nu: wat moeten we doen als we boekjes met hem bekijken en hij de dingen in het Duits benoemt, terwijl zijn vader op dat moment Nederlands met hem praat? Tot nu toe zegt hij dan als Ben op iets wijst wat paars is en "lila" zegt: "Ja, dat is paars". We herhalen het dus in onze eigen taal. Maar soms vindt Ben dat helemaal niet leuk en blijft hij herhalen dat het "lila" is. Wat moeten we dan doen: doorzetten of toegeven?

Mijn andere vraag betreft de communicatie tussen mijn man en mij. Wij spreken nog steeds Engels met elkaar (uit gewoonte), maar Ben verstaat dat natuurlijk (nog) niet. Zou het beter zijn als wij Duits of Nederlands met elkaar spreken? Maar zou Ben dan niet denken, waarom leer ik de andere taal eigenlijk?

Antwoord

Als u boekjes bekijkt en uw zoontje dingen laat benoemen, kunt u 'gewoon' elk uw eigen taal gebruiken. Daarmee leert hij gaandeweg dat er in huis twee talen voorkomen, die elk een eigen woord hebben voor een bepaald begrip. (Ik zette het woord
gewoon natuurlijk niet zomaar tussen aanhalingstekens. Ik begrijp namelijk best dat het in sommige gevallen erg lastig kan zijn.)

Etiketjes

Het werkt bij tweetalige kinderen nu eenmaal hetzelfde als bij eentalige kinderen: ze hangen etiketjes (woorden) aan begrippen. Alleen hebben tweetalige kinderen de keuze om de ene keer een woord uit taal 1 en een andere keer een woord uit taal 2 te kiezen.

Het is vrij gebruikelijk – en zeker bij tweetaligen die pas 2 jaar zijn – dat alle woorden uit beide talen op één woordenschat-hoop worden gegooid. Pas later leren ze het onderscheid te maken tussen de twee talen en één begrip op twee manieren van een etiketje te voorzien.

Lila – "ja dat is paars"

Neem nu het geval 'lila'. Nog afgezien van de complicerende factor dat het Nederlands óók het woord lila kent (een soort lichtpaars), is het geen eenvoudige opgave voor u als ouders om zowel het Duitse woord 'lila' als het Nederlandse woord 'paars' aan bod te laten komen.

Voor een kind van 2 dat volop bezig is een woordenverzameling aan te leggen in zijn hoofd, heet die kleur nu eenmaal lila, en dat papa of mama anders beweert, dat kan het geheugen voorlopig even niet verwerken.

Toch blijft het op een gegeven moment wel hangen dat er ook een woordje 'paars' is. Ga dus gerust door met zinnetjes als "Ja, dat is paars", maar verlies het plezier om boekjes te lezen daarbij niet uit het oog. Dan maar even tijdelijk wat minder consequent.

Onderlinge communicatie

Tenslotte uw vraag over de communicatie tussen u en uw man. Als u om wat voor reden dan ook gewend bent onderling Engels te spreken, dan zou ik dat maar blijven doen.

Ben verstaat u nog niet, maar die Engelse gesprekken zijn strikt genomen ook niet voor hem bedoeld. Bovendien voorspel ik u dat hij – gezien de Engels-talige omgeving en de Engelstalige voorschool – binnen de kortste keren zijn woordje kan doen in perfect Engels.