Home » Vraagbaken » Is de immersieschool geschikt voor mijn kind

Is de immersieschool geschikt voor mijn kind?

Door:

Nadia Eversteijn

Ons zoontje Maxime (8 maanden) wordt door mij aangesproken in het Nederlands en door mijn man in het Frans. We wonen in Franstalig België en onderling spreken we Nederlands. Momenteel gaat Maxime naar een Nederlandstalige crèche.

We vroegen ons af of de immersieschool in ons Franstalige dorp (met Nederlands in een Franse school) hem niet nog extra in verwarring zou brengen: twee talen thuis, en dan ook nog eens twee talen op school? Is het misschien toch niet beter om één taal op school te gebruiken en de andere taal zoveel mogelijk thuis stimuleren?

Mocht u geen bezwaar zien in de immersieschool zelf, kan Maxime dan nog naar het Nederlandstalige secundair onderwijs (na de basisschool), of zou hij dan al te ver achter zijn met schrijven in het Nederlands?

Antwoord: 

Omdat uw kind thuis tweetalig wordt opgevoed (Frans/Nederlands), vraagt u zich af of tweetalig onderwijs niet verwarrend voor hem zal werken. Het tegendeel lijkt me waar: doordat uw zoon al vanaf zijn geboorte tweetalig is, zal hij – ten opzichte van de andere kinderen – juist in het voordeel zijn op de immersieschool! Ik zal straks toelichten waarom ik dat denk.

Hieronder zal ik – vooral voor de Nederlandse lezers – eerst uitleggen wat immersie-onderwijs inhoudt. Daarna zal ik enkele resultaten bespreken van onderzoek naar de taalvaardigheid van leerlingen die immersie-onderwijs hebben gevolgd. Tot slot zal ik een aantal zaken noemen waar u rekening mee kunt houden bij uw schoolkeuze.

Wat is immersie?

Immersie betekent eigenlijk 'onderdompeling'. Totale immersie ziet er als volgt uit: een kind dat thuis alleen taal A heeft gehoord, wordt vanaf de eerste schooldag volledig ondergedompeld in taal B. Taal B is een geheel nieuwe taal, die het kind dan nog moet leren verstaan.

Taal B is niet alleen de
doeltaal (dat wil zeggen: de taal die geleerd moet worden), maar ook de
instructietaal, oftewel de taal waarin de leerkracht dingen uitlegt en waarin de leerkracht vertelt wat de kinderen moeten doen. U kunt zich voorstellen dat totale immersie in de beginfase behoorlijk lastig kan zijn voor de leerlingen.

Maar meestal wordt immersie-onderwijs niet in zo'n strikte vorm gegeven. Vaak wordt er in plaats van
totale immersie gekozen voor
partiële, oftewel gedeeltelijke immersie.

Immersie-onderwijs in franstalig belgië

In Franstalig België is het immersie-onderwijs sterk in opkomst. De onderzoekster Barbara de Groot vertelt hoe vanaf de jaren '90 het besef groeide dat kennis van het Nederlands Waalse kinderen meer kansen biedt op de arbeidsmarkt. (Zie: Barbara de Groot,
Meertalig onderwijs: vloek of zegen?. Amos, sep. 2005)

Ze schrijft: "De stijgende vraag naar meertalig onderwijs zorgde voor een politieke bewustwording in de Waalse Gemeenschapsregering. In 1996 verklaarde toenmalig Waals Eerste Minister Onkelinx dat ze van alle Waalse burgers verwachtte dat ze tegen het jaar 2001 tweetalig zouden zijn. Met de uitvaardiging van het decreet Onkelinx op 13 juli 1998 werd de geboorte van het meertalig onderwijs in Wallonië een feit. Het succes bleef niet uit: in het schooljaar 2001-2002 waren er 16 scholen die het immersie-onderwijs implementeerden, in het schooljaar 2004-2005 steeg het aantal tot 51."

Onderdompeling in het nederlands

Vooral dichtbij de taalgrens zijn veel immersie-scholen te vinden. De mate waarin de oorspronkelijk Franstalige leerlingen in Wallonië worden ondergedompeld in het Nederlands, verschilt een beetje per school.

Op veel scholen wordt ervoor gekozen om het Nederlands te introduceren vanaf de derde kleuterklas (als de kinderen 5 jaar zijn) en om dan ruim 70% van de lessen in het Nederlands te geven. De overige 30% van de lessen wordt gegeven in het Frans, de thuistaal van de kinderen.

In de hogere leerjaren wordt er dan langzaamaan weer steeds meer in het Frans en minder in het Nederlands lesgegeven. In het eerste leerjaar (als de kinderen 6 jaar zijn) wordt bijvoorbeeld nog 65% van de lessen in het Nederlands gegeven, en in het zesde leerjaar nog maar 20%.

Unaniem positief

De Groot beschrijft een paar onderzoeken waarin immersie-programma's werden geëvalueerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn unaniem positief.

Zo waren er bijvoorbeeld onderzoekers (Braun, De Man-De Vriendt & De Vriendt) die de taalvaardigheid bekeken van een derde kleuterklas in een Nederlands-Frans immersieprogramma. Voor alle taaltests in het Frans bleek 90% van de kleuters een score boven het gemiddelde te halen.

Voor het Nederlands was nog geen betrouwbare taaltest voor deze kleuters voorhanden. Maar de kinderen bleken een heleboel vaardigheden in het Nederlands, zoals het houden van een dialoog, het benoemen van dingen, en het begrijpen van woorden en zinnen, binnen een jaar al goed onder de knie te hebben gekregen.

Indrukwekkend

Andere onderzoekers (Comblain en Rondal) deden onderzoek naar een immersie-programma Engels-Frans onder leerlingen van het eerste en tweede leerjaar. Zij concludeerden dat de vaardigheid van deze kinderen in het Frans – hun moedertaal – even goed was als die van kinderen die eentalig Frans onderwijs volgden.

Verder waren hun Engelse vaardigheden indrukwekkend; zowel receptief (luisteren en lezen) als productief (spreken en schrijven).

Kunnen de leerkrachten het aan?

Dat klinkt dus allemaal heel positief, maar er zitten nog wel een paar haken en ogen aan. De leerkrachten moeten het namelijk wel aankunnen.

De Groot wijst erop dat immersie-leerkrachten nog niet altijd goed op de hoogte zijn van de speciale pedagogiek die vereist is voor meertalige kinderen. Een tweetalig kind is immers niet hetzelfde als een optelsommetje van twee eentalige kinderen!

Ook wijst zij erop dat een goed overleg tussen de leerkrachten Frans en de leerkrachten Nederlands heel belangrijk is. Hierdoor kunnen zij hun lesmaterialen goed op elkaar afstemmen. Om zulk overleg te kunnen plegen, moeten de leerkrachten dus zélf ook tweetalig zijn!

Voor u als ouders is het dus wel nuttig om eens te informeren hoe de stand van zaken is op de immersie-school in uw woonplaats. Beheersen de leerkrachten de speciale pedagogiek die vereist is voor meertalige kinderen? Zijn ze zelf tweetalig? Hoe is het onderlinge overleg georganiseerd? En werkt dat een beetje? Enzovoorts.

Opol

Wat betekenen deze resultaten nu voor uw zoontje? Hij is immers niet eentalig Frans op het moment dat hij aan het kleuteronderwijs begint, want u voedt hem vanaf zijn geboorte tweetalig op. Daarbij gebruikt u de OPOL-methode (one parent, one language): u spreekt Nederlands met hem, en uw man spreekt Frans.

Vanwege de door u gebruikte OPOL-methode kan uw zoontje gemakkelijk leren om zijn twee talen van elkaar te onderscheiden, al vóórdat hij naar school gaat. Bovendien worden – zoals ik verwacht – het Nederlands en het Frans ook duidelijk van elkaar gescheiden op de immersie-school. Sommige lessen worden in het Nederlands gegeven, en andere in het Frans.

Geen enkel probleem

Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat het immersie-onderwijs verwarrend zou werken voor uw zoontje. En omdat uw zoontje al Nederlands verstaat, zal de introductie van het Nederlands in de klas ook geen enkel probleem voor hem opleveren. Sterker nog: hij zal de leerkracht gemakkelijker begrijpen dan zijn klasgenootjes die thuis alleen Frans hebben geleerd.

Tenslotte, wat betreft de verdere toekomst: afgaande op de positieve onderzoeksresultaten die tot nu toe bekend zijn, valt te verwachten dat uw zoon na de immersie-school uitstekend Nederlandstalig secundair onderwijs kan gaan volgen. De onderzoeken die ik besprak, wijzen dat ondubbelzinnig uit.

Veel succes gewenst bij uw keuze!

Nadia Eversteijn

is socio-linguïst en gespecialiseerd in meertaligheid in het algemeen en de combinatie Turks-Nederlands in het bijzonder, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg.

Lees verder